Soms slaan artiesten die we vooral kennen van mooie rockplaatjes verrassende richtingen in. Denk aan Bryan Ferry’s recente instrumentale jazzplaat The Jazz Age of aan de vele voorbeelden uit het verleden, waaronder de folkrock-kant van The Grateful Dead (Workingman’s Dead), disco-invloeden op platen van Queen en ELO, en de grungy sound op Carnival Of Souls: The Final Sessions van Kiss. Hier tien van de meest opmerkelijke platen waarop classic rockers zich van een andere kant laten horen:

10. Tony Banks – Seven: A Suite For Orchestra (2004)

Klassieke invloeden waren in het spel van Tony Banks altijd al te bespeuren, maar in 2004 besloot de Genesis-toetsenist de grote stap te wagen en een heus soloalbum met the London Philharmonic Orchestra te maken, nadat hij door zijn bijdragen aan de soundtrack van The Wicked Lady had gehoord dat zijn composities in die setting prima tot hun recht konden komen. Banks speelt zelf op het album ook piano op drie van de nummers. In 2012 verscheen opvolger Six: Pieces For Orchestra met het Praags Philharmonisch Orkest.

9. Roger Waters – Ça Ira (2005)

Sinds de release van Amused To Death (1992) is er geen echt soloalbum van Roger Waters meer verschenen en het wordt dan ook hoog tijd. In de tussentijd bracht hij nog wel de dubbelaar Ça Ira uit, een heuse opera! De plaat bestaat uit drie ‘acts’ en bevat geen vocalen of instrumentatie van Waters zelf. Niet bepaald de Amused To Death-opvolger waar we al jaren op wachten, maar wel bewijs van Waters’ muzikale veelzijdigheid.

8. Paul McCartney – Liverpool Sound Collage (2000)

John Lennon maakte avant-garde met Yoko Ono (o.a. The Wedding Album) en George Harrison had zijn Electronic Sound (1969), maar Paul McCartney is de ex-Beatle met de meeste uitstapjes in andere genres. Vorig jaar nog maakte hij de jazzy plaat Kisses On The Bottom en eerder deed de legende experimenten met klassieke en elektronische muziek. Een voorbeeld van zo’n project is Liverpool Sound Collage, met bijdragen van Super Furry Animals en Youth (die met McCartney onder de naam The Fireman meer elektronische platen maakte). Ook werden conversaties tussen de leden van The Beatles verwerkt op dit verder niet bijster interessante album.

7. David Bowie – Earthling (1997)

Als er een artiest is die veel genres heeft uitgeprobeerd, dan is het David Bowie wel. Niet voor niets wordt hij een muzikale kameleon genoemd. Denk aan de blue eyed soul van Young Americans, de elektronische instrumentals op Low en Heroes, of de disco van Let’s Dance. Zijn fans zullen dus niet heel raar opgekeken hebben toen Earthling verscheen in 1997, waarop Bowie een experimentje doet met drum ‘n’ bass en industrial. Zo’n uitstapje zou weinig andere rocksterren snel vergeven worden, maar songs als Little Wonder en Seven Years In Tibet doen niet veel onder voor Bowie’s beste werk.

6. Rod Stewart – It Had To Be You… The Great American Songbook (2002)

De rocker uit de jaren van Jeff Beck Group, Faces en soloalbums als Every Picture Tells A Story (1971) die Rod Stewart ooit was, werd al langer gemist, maar niemand was voorbereid op de kleffe standards-verzameling It Had To Be You. De stem blijft schitterend en de plaat was een succes, maar liefhebbers van de rocker Rod Stewart zijn hierdoor waarschijnlijk definitief afgehaakt. Tot overmaat van ramp volgden een Great American Songbook Vol. 2, 3, 4 en 5, en een heuse Soulbook (2009). Tja, en dan mag een kerstplaat niet ontbreken… Gelukkig kondigde Stewart aan weer zin te hebben in een ouderwetse rockplaat.

5. Eric Burdon & War – Eric Burdon Declares ‘War’ (1970)

Na het uiteenvallen van The Animals verzamelde zanger Eric Burdon een aantal nieuwe muzikanten om zich heen, en ging verder onder de naam Eric Burdon & The Animals. De psychedelische sounds op albums als Winds Of Change (hit: San Franciscan Nights) weken af van Burdons vroegere Animals-werk. Daar bleef het niet bij voor de avontuurlijke zanger. Met de band War stond Burdon begin jaren zeventig met beide benen in de funk. De Animals-singles blijven fenomenaal, maar als het op complete albums aankomt, heeft Burdon nooit betere gemaakt dan Eric Burdon Declares ‘War’ (1970) en The Black-Man’s Burdon (1970).

4. The Byrds Sweetheart Of The Rodeo (1968)

Op de voorgaande lp’s Younger Than Yesterday (1967) en The Notorious Byrd Brothers (1968) flirt The Byrds al met country, maar Sweetheart Of The Rodeo markeert een volledige overstap naar het genre. David Crosby is inmiddels al uit de band gezet en met Gram Parsons als zanger maakt de band een van de belangrijkste albums voor de countryrock (hoewel van ‘rock’ weinig sprake is op Sweetheart Of The Rodeo), samen met onder meer The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark van Doug Dillard en Gene Clark (laatstgenoemde toevallig een ex-Byrd).

3. Lou Reed – Hudson River Wind Meditations (2007)

Hij mag natuurlijk niet in deze lijst ontbreken, de tegendraadse Lou Reed. Hij schotelde zijn fans onder meer glamrock (Rock ‘N’ Roll Animal), noise (Metal Machine Music) en synthpop (Mistrial) voor, met wisselend resultaat. In 2007 ging Reed wel heel ver met Hudson River Wind Meditations, waarmee hij een heus new age-album aan zijn discografie toevoegde! Lou Reed is niet de juiste man voor een dergelijk project, maar met deze release zette Reed wel de zoveelste gewaagde stap in zijn bijzondere carrière.

2. Neil Young – Trans (1982)

Een beruchte plaat waarmee Neil Young in 1982 een behoorlijke schok teweeg bracht bij veel van zijn fans. Op Trans maakt ome Neil namelijk gebruik van synthesizers en een vocoder. Trans was het begin van een vreemde reeks albums, waarop Young steeds weer een ander genre uitprobeerde. Zo maakte hij rockabilly op Everybody’s Rockin’ (1983), ouderwetse country op Old Ways (1985) en blues met een big band op This Note’s For You (1988). Niet al Youngs werk in de jaren tachtig was even geslaagd, maar deze periode – hoe bizar ook – maakt zijn discografie interessanter dan die van menig ander muzikant.

1. Freddie Mercury & Montserrat Caballé – Barcelona (1988)

Zijn eerste soloalbum Mr. Bad Guy (1985) was al iets totaal anders dan de platen die Freddie Mercury met Queen maakte, maar een samenwerking met een Spaanse operadiva? Dat zagen we even niet aankomen. Deze combinatie van totaal verschillende talenten werkte wonderwel op het resulterende album Barcelona. De titeltrack werd een hit en in composities als The Golden Boy en How Can I Go On maakt Mercury’s zang grote indruk. Geen plaat die iedereen zal waarderen, maar volgens ons een bijzonder dappere en smaakvolle mengeling van pop en opera.