Ook onze grootste helden maakten wel eens een mindere plaat. Veel daarvan verschenen in de jaren tachtig, toen sommige rockers zich met weinig succes aanpasten aan het geluid van dat decennium. Een van die beroerde platen was het inmiddels 25 jaar oude Down In The Groove van Bob Dylan, misschien wel het meest ongeïnspireerde werk uit zijn carrière. Wij gingen onze platenkasten af en vonden nog negen andere platen die we niet zonder reden ergens achterin hadden verstopt:  

10. The Rolling Stones – Dirty Work (1986)

Hoewel The Rolling Stones ook in de jaren tachtig een hitmachine bleef, vielen de twee albums na Tattoo You (1981) vies tegen. Undercover (1983) kende al opvallend weinig memorabele songs, maar de opvolger was drie jaar later het dieptepunt uit het oeuvre. Dirty Work was ook weer niet zo slecht als de bijbehorende hoes (wat een giller!), maar van een plaat waaraan grootheden als Jimmy Page en Tom Waits meewerkten, mocht je toch iets meer verwachten. Vooruit, de cover van Harlem Shuffle was leuk… [DG]

9. Supertramp – Free As A Bird (1987)

Dat Supertramp zonder de onmisbaar geachte Roger Hodgson bestaansrecht had, bevestigde het prima album Brother Where You Bound in 1985. Had die lp tenminste nog meeslepende en avontuurlijke momenten als in het titelnummer, opvolger Free As A Bird was een glad en commercieel klinkend plaatje waarvan behalve het gelijknamige nummer vrijwel niets bleef hangen. Pas tien jaar later kwam Supertramp weer terug met een album (Some Things Never Change), maar het beste werk van vroeger benaderde ook die release bij lange na niet. [DG]

8. Meat Loaf – Blind Before I Stop (1986)

De albums die Meat Loaf in de jaren 80 uitbracht waren sowieso niet echt om over naar huis te schrijven, maar Blind Before I Stop slaat toch wel alles. Het album werd geproduceerd door Frank Farian, bekend van Boney M en later Milli Vanilli, die rond die tijd opeens een reputatie als rockproducer wilde opbouwen (zie ook zijn project Far Corporation, waarin hij met leden van Toto een hit scoorde met Stairway To Heaven). Blind Before I Stop kenmerkt zich door een echte 80’s-sound en matige composities: Meat Loaf zelf wilde liever wachten op nieuw materiaal van Jim Steinman, maar contractuele verplichtingen zorgden ervoor dat hij dit op moest nemen. [SS]

7. Yes – 90125Live: The Solos (1985)

Yes staat normaal gesproken bekend om niet onverdienstelijke liveplaten, zoals Yessongs en Keys To Ascension. Helaas hoort 90125Live: The Solos bepaald niet in dat rijtje thuis. De titel zegt eigenlijk al genoeg: tijdens tournees van de band krijgen de individuele leden regelmatig de ruimte hun eigen ding te doen, en opnames van die solotracks tijdens de 90125Live-tour van 1984/85 zijn gebundeld op deze plaat. Dat levert een aantal charmante dingen op die nergens anders verkrijgbaar zijn (zoals de Trevor Rabin-compositie Solly’s Beard) maar echt memorabel wordt het niet. En met Yes heeft het ook al weinig te maken. [SS]

6. Genesis – Abacab (1981)

Na overgangsplaat Duke was met Abacab de Genesis-transitie van proggigant naar popband compleet. Maar hoewel albums als Genesis (1983) en Invisible Touch (1986) later vrij prima (pop)albums waren in hun soort, faalt Abacab op alle punten. Tracks als Keep It Dark en Who Dunnit? ontbeert het aan iedere vorm van inhoud en No Reply At All had mede dankzij de blazers van Earth, Wind & Fire beter op een soloplaat van Phil Collins kunnen staan. Het album ontleent zijn naam overigens aan de titeltrack, waarvan de verschillende muzikale secties op een gegeven moment in de volgorde “a-b-a-c-a-b” stonden. [SS]

5. David Gilmour – About Face (1984)

Ook de leden van Pink Floyd wisten in de jaren 80 het nodige aan matig materiaal uit te spugen. Rick Wright had het kille new wave-project Zee, Roger Waters bracht met Radio K.A.O.S. zijn zwakste soloplaat uit en David Gilmour kwam met zijn tweede album About Face. Qua sound zit dit werk ergens tussen een typische 80’s-popplaat en Pink Floyds A Momentary Lapse Of Reason dat een aantal jaren later verscheen. Maar met die laatste had About Face toch één duidelijk verschil: de composities waren stukken minder. [SS]

4. Bob Dylan – Down In The Groove (1988)

Terwijl Bob Dylan met zijn vrienden van The Traveling Wilburys de mooiste muziek maakte (in ongekend korte tijd), leverde de meester zelf kwalitatief slecht materiaal af. De jaren tachtig vormden voor de zingende dichter een creatieve impasse, met Down In The Groove uit 1988 als dieptepunt. Enig hoogtepunt is Silvio, geschreven samen met Robert Hunter. Hij is vooral bekend van zijn werk met The Grateful Dead, waarvan ook bandleden in dit lied te horen zijn. [FT]

3. David Bowie – Never Let Me Down (1987)

Het plotselinge succes van Let’s Dance leidde in de jaren 80 tot verwarring bij David Bowie. In een poging zijn nieuwe, jongere publiek vast te houden kwam hij met een aantal uiterst commerciële platen die het niveau van het door Nile Rodgers geproduceerde album uit 1983 niet konden evenaren. Dat begon al met Tonight (1984) maar dieptepunt is toch wel Never Let Me Down. Hoewel het album iets directer aandoet dan zijn voorganger, is het niveau van songwriting ver beneden de maat en ontbreekt het de plaat aan cohesie. Toch werd het album één van Bowies bestverkopende werken. [SS]

2. Lou Reed – Mistrial (1986)

De meeste platen die de tegendraadse Lou Reed in de jaren tachtig uitbracht – zoals Legendary Hearts – werden onterecht genegeerd door het grote publiek. Een poging om de jaren tachtig-sound te verwerken op de plaat New Sensations (1984) pakte uitstekend uit, maar op de opvolger Mistrial slaat Reed te ver door. De lelijke drumsounds en foute synthriedels vliegen je om de oren. Nu klonken zijn vocalen toch al steeds meer als praten dan zingen, maar in het lachwekkende The Original Wrapper wil Reed daadwerkelijk een rapper zijn. Ongelooflijk! [DG]

1. Neil Young & The Shocking Pinks – Everybody’s Rockin’ (1983)

Begin jaren tachtig leek rocker Neil Young de muzikale weg een beetje kwijt. De Canadees experimenteerde met onder meer elektro-muziek. Maar in 1983 kwam Young met Everybody’s Rockin’ op de proppen: een rockabilly-album met covers en eigen materiaal, waarop hij begeleid werd door de speciaal voor dit project opgerichte Shocking Pinks. Gelukkig is het bij dit kitscherige experiment gebleven. Neil Young als Elvis, geen goede combinatie. [FT]