Het is precies een jaar geleden dat Jon Lord ons op 71-jarige leeftijd ontviel. De toetsenist drukte natuurlijk zijn stempel op het kenmerkende Deep Purple-geluid en werd sinds zijn vertrek in 2002 zeer gemist door fans van de band. Hoewel het bijna onmogelijk is om slechts tien nummers te selecteren, hieronder een keuze van tien klassieke Deep Purple livesongs van de verschillende incarnaties. Natuurlijk mis je altijd veel nummers… laat ons maar weten welke!

10. Stormbringer 

De door David Coverdale gezongen titelsong (geschreven door Coverdale en Ritchie Blackmore) van het gelijknamige album uit 1974. De plaat werd geproduceerd door Martin Birch. De line-up van de band bestond op deze elpee uit David Coverdale (zang), Glenn Hughes (bas/zang), Ritchie Blackmore (gitaar), Jon Lord (toetsen) en Ian Paice (drums). Deze bezetting is ook bekend als Deep Purple Mark III. Nadat de band heeft getoerd om het album te promoten verlaat Blackmore de band en begint aan de opnamen van zijn eerste Rainbow album, met muzikanten van de band Elf, die het voorprogramma voor Purple deed. De zanger van die band was ene Ronnie James Dio…

9. Soldier Of Fortune 

Ook van het album Stormbringer afkomstig is deze door David Coverdale gezongen (en samen met Ritchie Blackmore geschreven) ballad, die later ook veel live werd gespeeld door Blackmore’s Night.   Deep Purple Mark III speelde de song tijdens de concerten (te horen op Last Concert in Japan en This Time Around Live in Tokyo). Ook zong Coverdale Soldier Of Fortune onder de vlag van Whitesnake op het akoestische livealbum Starkers In Tokyo (samen met onze Adje van den Berg). De song is ook gecoverd door Opeth, Black Majesty en Bosquito.

8. Perfect Strangers

De titeltrack van het comebackalbum van Deep Purple Mark II uit 1984. In 1976 was de Mark IV formatie gesplit en sindsdien was er geen Deep Purple meer. Maar zie… in 1984 was de succesformatie weer terug, de ruzies tussen met name Blackmore en Gillan waren weer bijgelegd en de band ging vol goede moed de studio in om het album Perfect Strangers op te nemen. Het was het eerste album van deze formatie na elf jaar.

7. Knocking At Your Back Door 

De opener van het album Perfect Strangers, geschreven door Ian Gillan, Ritchie Blackmore en Roger Glover. De productie was in handen van Glover, die na het uiteenvallen van de Mark III formatie diverse albums had geproduceerd, voor o.m. Nazareth, Rory Gallagher, Status Quo, Ian Gillan Band, David Coverdale, Rainbow en Michael Schenker Group.

6. You Keep On Moving 

Van het enige Deep Purple album met Tommy Bolin, Come And Taste The Band uit oktober 1975. Nadat Blackmore de band had verlaten vroeg David Coverdale aan Jon Lord om de band bij elkaar te houden en werd Tommy Bolin aangetrokken als vervanger. Het album wordt over het algemeen beschouwd als een van de minste uit de Deep Purple catalogus, al staan er zeker een paar juweeltjes op zoals deze door David Coverdale en Glenn Hughes geschreven en gezongen klassieker, die Glenn Hughes ook nog vaak tijdens zijn concerten speelt en songs als Lady Luck en Love Child. De meeste songs op het album werden door Coverdale en Bolin geschreven. Het album werd geproduceerd door Martin Birch. De plaat verkocht met name goed in het Verenigd Koninkrijk (zo’n 60.000 exemplaren werden er verkocht). Helaas overleed Tommy Bolin in december 1976 aan een overdosis heroïne en dat betekende het einde van Mark IV.

5. Mistreated

De langste song op het Mark III album Burn uit februari 1974 is een bluesy rockballad. David Coverdale en Ritchie Blackmore schreven deze song samen. Mistreated is na het uiteenvallen van Deep Purple Mark III niet in de vergetelheid geraakt, want zowel Coverdale met Whitesnake (o.a. op het dubbelalbum Live… In The Heart Of The City), als Blackmore met Rainbow (o.a. op On Stage) met Ronnie James Dio op zang (die het in de Dio-jaren ook steevast speelde) alsook Glenn Hughes speelde deze song tijdens concerten (o.m. met Black Country Communion).

4. Burn

De titelsong van het gelijknamige album Burn uit 1974. Het negende Deep Purple album en het eerste van de Mark III-formatie, bestaande uit de nieuwe zanger David Coverdale, bassist/zanger Glenn Hughes (uit Trapeze) en de oudgedienden Ritchie Blackmore, Jon Lord en Ian Paice. Het album Burn werd in 1973 opgenomen in Montreux met de Rolling Stones Mobile (waarmee ook Machine Head werd vastgelegd), waarbij de productiecredits aan de hele band werden toegeschreven. Burn was een grote albumhit voor de band, in ons land werd nummer 7 bereikt, maar in Oostenrijk, Duitsland en Noorwegen zelfs nummer 1 in de albumcharts. In de UK kwam het album tot nummer 3.

 3. Highway Star

De opener en snelste song van het klassieke album Machine Head uit 1972. Toen een reporter tijdens een interview aan de band vroeg hoe ze songs schreven, pakte Ritchie Blackmore een akoestische gitaar en begon een constante riff in ‘g’ te spelen, terwijl Ian Gillan wat tekst improviseerde. Diezelfde avond werd de song al gespeeld tijdens het optreden. Op Machine Head begint de song met een 35 seconden durend bas- en gitaarintro, waarna de openingsriff begint. De song bevat zowel een lange gitaarsolo als een lange orgelsolo. Volgens Jon Lord waren beide solo’s behoorlijk door Bach geïnspireerd. De bekendste uitvoering van Highway Star is ongetwijfeld die op het dubbelalbum Made In Japan. Blackmore’s gitaarsolo in Highway Star werd ooit door de lezers van het blad Guitar World gekozen tot nummer 19 van de 100 beste gitaarsolo’s. Highway Star is ook vaak gecoverd, vooral tijdens optredens, o.a. door Night Ranger, Stryper, Type-O-Negative en Dream Theater.

2. Child In Time

Wat moeten we nog over deze ruim tien minuten durende klassieker van het album In Rock uit 1970 vertellen… ieder jaar hoog genoteerd in de Top 2000 en dus bij heel Nederland bekend. Deze compositie is van de beroemdste Deep Purple formatie, die Mark II wordt genoemd: Ritchie Blackmore, Ian Gillan, Roger Glover, Jon Lord en Ian Paice. Volgens Ian Gillan is de song geïnspireerd door de song Bombay Calling van de psychedelische band It’s A Beautiful Day (die op zijn beurt de Deep Purple-compositie Wring That Neck verbouwde tot hun song Don And Dewey). Kenmerkend voor Child In Time zijn het prachtige orgelwerk van Jon Lord, de verschillende gitaarsolo’s van Ritchie Blackmore (op het album overigens gespeeld op een Gibson ES-335 i.p.v. de Stratocaster waarop hij doorgaans speelt) en de opzwepende zangpartijen van Ian Gillan en dat allemaal prachtig ondersteund door de bas van Roger Glover en de drums van Ian Paice.

1. Smoke On The Water

De beroemdste gitaarriff aller tijden staat op het album Machine Head uit 1972. De single werd een bescheiden hit in ons land, maar de live-versie (op de B-kant) was populairder dan de studioversie. Het verhaal van de song is overbekend, Deep Purple was in Montreux om in het plaatselijke Casino aan de opnamen van het album te beginnen, toen ze op de vooravond daarvan naar het concert van Frank Zappa & The Mothers gingen kijken. Iemand uit het publiek schoot een vuurpijl af, waarna in korte tijd brand uitbrak en iedereen in paniek naar buiten vluchtte. Gelukkig vielen er geen doden, mede doordat Montreux Festival-baas ‘funky’ Claude Nobbs ervoor zorgde dat iedereen veilig wegkwam. De afgelopen jaren, sinds Steve Morse het gitaarwerk van Ritchie Blackmore overnam, wordt Smoke On The Water vrijwel altijd voorafgegaan door een flink aantal andere bekende rockriffs, om uiteindelijk uit te monden in het bekende intro van Smoke…