Sinds Steve Morse in 1994 Deep Purple kwam versterken, zijn er vijf – niet allemaal even sterke – albums van de legendarische Britse rockband met deze Amerikaanse gitarist verschenen. Vorig jaar verscheen nog Now What?!, misschien wel de beste plaat sinds Purpendicular (1996). Als we zanger Ian Gillan mogen geloven, werkt de band zelfs al aan een opvolger die mogelijk volgend jaar verschijnt. Voor het zover is, selecteren we de tien beste songs van Deep Purple met Morse in de band tot nu toe:

10. Somebody Stole My Guitar

In 1996 verscheen Purpendicular, het beste Deep Purple-album in jaren (misschien wel sinds Burn) en dat was mede te danken aan het frisse gitaarwerk van Steve Morse. Nadat Joe Satriani een tijdje het stokje overnam van Ritchie Blackmore voor een aantal concerten, viel de definitieve keuze op deze voormalige Dixie Dregs- en Kansas-snarenplukker. Somebody Stole My Guitar, een van de stevigere nummers op Purpendicular, wordt gedragen door Morse’s flitsende spel.

9. House Of Pain

Bananas uit 2003 wordt vaak gezien als een minder Deep Purple-album, een teleurstelling na vijf jaar wachten op de opvolger van Abandon. Dat is niet helemaal terecht, want de derde plaat met Steve Morse in de line-up en de eerste met Don Airey in plaats van Jon Lord op toetsen was een consistenter geheel dan de voorganger, al staan er weinig echte uitschieters op. De opzwepende openingstrack House Of Pain (geschreven met producer Michael Bradford) is daar zeker een van, mede dankzij de krachtige leadzang van Ian Gillan.

8. Don’t Make Me Happy

Een hoogtepunt van het tweede album met Steve Morse: Abandon (1998). Don’t Make Me Happy is een bluesy rockballad die qua sfeer sterk doet denken aan When A Blind Man Cries, de b-kant van de single Never Before uit 1972. Het nummer wisselt ingetogen coupletten af met een heavier refrein, uitstekend gezongen door Ian Gillan. De solo die halverwege inkomt is zonder twijfel een van de mooiste die Steve Morse tot nu toe bij Deep Purple heeft laten horen.

7. Uncommon Man

Nadat ondergetekende in 2005 naar de winkel rende om de nieuwe Deep Purple-plaat Rapture Of The Deep te halen, kon ik een lichte teleurstelling niet verbergen. Enkele tracks uitgezonderd werd ik er niet echt warm van. Het was dus even spannend toen er – na acht jaar – in 2013 eindelijk een opvolger verscheen. Now What?! bleek gelukkig een verbetering en de beste Purple-release sinds Purpendicular (1996), hoewel ook weer niet van dat niveau. Het zeven minuten durende Uncommon Man vormt een van de prijsnummers van Now What?!, met een glansrol voor de toetsen van Don Airey.

6. Hell To Pay

Een andere replaywaardige track van het aan ex-toetsenist Jon Lord (overleden in 2012) opgedragen Now What?! is deze lekker heavy rocksong, die zo op een klassiek Deep Purple-album als Perfect Strangers had kunnen staan – ware het niet dat Steve Morse uiteraard een totaal ander gitaargeluid heeft dan Ritchie Blackmore. Hell To Pay was samen met het rustigere All The Time In The World een van de eerste Now What?!-songs die je vorig jaar voor de albumrelease kon beluisteren. Gaat ongetwijfeld een live-favoriet worden.

5. Rapture Of The Deep

Zoals hierboven al aangegeven was Rapture Of The Deep (2005), de vierde plaat met Steve Morse, wat mij betreft een van de mindere Deep Purple-albums, al staan er echt wel enkele prima songs op. Clearly Quite Absurd blijft een van de betere ballads van de band en Before Time Began was een sterke afsluiter. De voornaamste reden om de cd toch in huis te halen, is echter de ongewoon opgebouwde titeltrack. Luister ook naar de voortreffelijke vloeiende gitaarsolo van Morse.

4. Ted The Mechanic

De openingstrack van Purpendicular (1996) en op die plaat voorzien van de volledige titel Vavoom: Ted The Mechanic. Deze virtuoos gespeelde rocksong bevat een van Morse’s beste riffs en vertelt een waargebeurd verhaal. Ian Gillan ontmoette naar verluidt tijdens een tour in de jaren tachtig een man in een pub en terwijl deze vreemdeling zijn verhaal vertaalde, maakte de zanger notities op een zakdoek. Gillan vond zijn notities later terug en besloot er een songtekst van te maken. Ted The Mechanic groeide uit tot een logische livefavoriet voor de Mark VI-bezetting.

3. Any Fule Kno That

Het hoge niveau van Purpendicular keerde slechts bij vlagen terug op de volgende plaat Abandon (1998), maar de openingstrack Any Fule Kno That is zonder twijfel een van de beste nummers op deze laatste langspeler met Jon Lord nog in de band. De gitaarriff van Steve Morse is weer ijzersterk en de ‘zang’ van Ian Gillan is opvallend. Het grootste deel van de tekst wordt namelijk eerder door hem gesproken (om niet te zeggen gerapt) dan gezongen.

2. Loosen My Strings

Het is zonde dat Purpendicular, zoals gezegd Deep Purple’s beste plaat in lange tijd, destijds niet zo’n groot commercieel succes was. Nog steeds wordt de plaat buiten de fans nogal over het hoofd gezien, al zijn nummers als Ted The Mechanic en Sometimes I Feel Like Screaming min of meer Purple-klassiekers geworden. Diezelfde status verdient ook het minder vaak genoemde Loosen My Strings, met een bijna dromerige sfeer en een zeer sterk, bijblijvend refrein.

1. Sometimes I Feel Like Screaming

Een waanzinnig mooi nummer van (wederom) Purpendicular. Er mocht geen twijfel meer over bestaan dat Steve Morse een ware aanwinst was voor Deep Purple, getuige de briljante riff en solo’s in het sfeerrijke Sometimes I Feel Like Screaming. Het zeven minuten durende nummer, dat zich makkelijk kan meten met het beste werk uit de jaren zeventig, werd vanzelfsprekend een livefavoriet. Zonder twijfel de beste song die Deep Purple tot nu toe met Steve Morse in de line-up heeft gemaakt.