De charismatische Schotse zanger Fish, geboren als Derek William Dick, viert vandaag zijn 56ste verjaardag. In 1988 verliet hij Marillion en begon hij een solocarrière. Zijn eerste soloalbum Vigil In A Wilderness Of Mirrors was meteen zijn beste. Onlangs verscheen de tiende plaat A Feast Of Consequences. Dit zijn volgens Classic Rock Mag zijn beste nummers buiten Marillion:

10. Fortunes Of War

Fortunes Of War is een van de twee singles van het album Suits, het vierde soloalbum van Fish, uitgebracht in 1994. Het nummer was helaas niet succesvol (commercieel gezien dan) en Fish besloot daarom om Fortunes Of War als vier verschillende singleversies uit te brengen. Maar ook dat deed de verkoop van Fortunes Of War niet stijgen. Het nummer is een ingetogen anti-oorlogsballad en wordt gedragen door de emotionele stem van Fish. “Cause sometimes when they fall, they will pretend that the hankie is a bandage, to stop the bleeding.”

9. Faithhealer

Deze track staat op het album met de aparte titel Raingods With Zippos uit het jaar 1999. Die plaat werd uitgebracht door Roadrunner en het is het meeste progressieve en ‘hardste’ album van Fish. Raingods with Zippos is ook het eerste dat geproduceerd werd door Elliot Ness. Faithhealer is een cover van The Sensational Alex Harvey Band en het oorspronkelijke nummer werd in 1973 gecomponeerd. Op het nogal stevige, gitaargeoriënteerde Faithhealer is ook een gitaarsolo van niemand minder dan Steven Wilson te horen.

8. Big Wedge

Big Wedge was de leadsingle van het Vigil-album en het behaalde als hoogste positie de 25ste plek in Engeland. Big Wedge is een up tempo poprocknummer met blazers en heeft een zeer pakkend refrein. De cynische tekst gaat over hebzucht (“And we all bow down, we bow down to the big wedge, and we’ll buy ourselves some heaven on earth”) en vooral over de geldobsessie die Amerikanen hebben. Op de hoes van de single staat Uncle Sam die de kijker een handvol dollars aanbiedt.

7. Internal Exile

De titelsong van Fish’s tweede soloalbum werd als single uitgebracht in 1991 en haalde de hitlijsten helaas niet. Het zeer folkloristische nummer, gedragen door violen, accordeon en het zeer herkenbare refrein, is nogal nationalistisch en Fish betuigt hierin zijn liefde voor Schotland. Hij pleit in de tekst zelfs voor een onafhankelijk Schotland: “Hey, there laddie, internal exile, when will you see that we got to let go, hey there, lassie internal exile, when will you realize we got to let go?” Internal Exile is een lekker meezingnummer voor in een Schotse pub!

6. The Field

The Field is de openingstrack van het achtste solo-studioalbum van Fish: Field of Crows uit het jaar 2003. Het album werd uitgebracht door het eigen label Chocolate Frog Records Company. The Field is een compositie van Bruce Watson (gitaar) en Fish, zelf en het is een nogal lang nummer, dat heel rustig begint maar langzaam naar een climax toewerkt, met op het einde veel blazers en een heerlijke slidegitaarmelodie. The Field heeft ook veel Keltische invloeden en behoort zeker tot een van de betere Fish-tracks van het nieuwe millennium.

5. Family Business

Deze gevoelige ballad staat op het eerste soloalbum van Fish en behoort tot de favoriete songs bij de fans. Family Business werd door Fish heel vaak live gezongen en het nummer gaat natuurlijk over huiselijk geweld: “I heard a battle raging on the other side of the wall, I buried my head in a pillow, and tried to ignore it all.” De gitaarsolo in het midden, gespeeld door Frank Usher, is zeer melodieus en past precies bij dit taboeonderwerp.

4. State Of Mind

Dit nummer staat op het solodebuut van Fish, Vigil In A Wilderness Of Mirrors, zijn meest succesvolle album tot nu toe. State Of Mind werd in 1989 als single uitgebracht en behaalde als hoogste notering de 32ste plaats in de Engelse hitparade. State Of Mind, een midtempo rocksong met Keltische folkelementen was de allereerste solosingle van Fish. De tekst is politiek getint en gaat over de slechte sociale en politieke toestanden in Engeland tijdens de laatste regeringsjaren van Thatcher. De openingszin van State Of Mind, “I don’t trust the government.”, zegt eigenlijk genoeg.

3. High Wood Suite

Dit epische nummer, onderverdeeld in vijf gedeelten, is een fantastisch progressief rocknummer en behoort tot het beste dat Fish ooit gecomponeerd heeft. High Wood Suite staat op zijn laatste album A Feast Of Consequences, uitgebracht in 2013. Vooral deel 2 (Crucific Corner) en deel 4 (Thistle Alley) zijn muzikaal gezien van uitzonderlijke klasse, en dit komt vooral door de prachtige gitaarmelodieën en solo’s van Robin Boult en de emotionele, meeslepende vocalen van Fish, die hier klinkt als in zijn beste tijden bij Marillion. High Wood Suite klokt 27 minuten, gaat over de Eerste Wereldoorlog en is nu al een livefavoriet bij de fans!

2. The Company

The Company stamt ook van Vigil In A Wilderness Of Mirrors en is eigenlijk het lijflied van de Fish-fanclub. The Company werd vreemd genoeg alleen in Duitsland als single uitgebracht. Het nummer is een aanklacht tegen het steeds meer opkomende materialisme, iets dat Fish verafschuwt! Muzikaal gezien is The Company een folkloristisch getint nummer met blazers en accordeon en lijkt het qua melodie een typisch kroeglied om lekker mee te brullen. The Company behoort bij de fans zeker tot de favoriete livesongs van Dereck W. Dick.

1. Credo

Credo is een nummer van het tweede soloalbum van Fish, getiteld Internal Exile (A Collection Of A Boy’s Own Stories). Het lied werd als single uitgebracht en wordt gekenmerkt door een mooie, pakkende gitaarmelodie en de nogal ‘agressieve’ vocalen van Fish. Credo herbergt duidelijke Keltische en folkloristische invloeden en ook de gitaarsolo’s van Boult en Usher klinken traditioneel. Credo handelt over sociale problemen en globalisatie en is een absolute Fish-klassieker, hoewel het nummer commercieel gezien op onbegrijpelijker wijze bijna niets voorstelde!