A Trick Of The Tail, het eerste album van Genesis zonder Peter Gabriel, is inmiddels veertig jaar oud! Veel fans zullen het erover eens zijn dat de band met die lp de hoge kwaliteit van de voorgaande platen vast wist te houden. Nadat ook gitarist Steve Hackett vertrok, werd Genesis steeds meer een singles- dan een albumgroep en dus is het niet gek dat de onderstaande top tien vooral gevuld is met titels uit de jaren zeventig.

10. Genesis (1983)

Tussen het toch behoorlijk matige Abacab (1981) en het ook niet heel denderende Invisible Touch (1986) verscheen een van de betere latere Genesis-platen. Natuurlijk, het was allemaal wat commerciëler geworden en waarschijnlijk waren veel fans van het Peter Gabriel-tijdperk allang afgehaakt (al zal een stuk als Home By The Sea ook voor hen best te behappen zijn), maar dat doet niets af aan de kwaliteit. Zo blijft Mama een ijzersterke single, misschien wel de beste van Genesis na de jaren zeventig.

9. And Then There Were Three (1978)

De titel geeft het al weg: …And Then There Were Three was het eerste album van Genesis als trio. Het vertrek van gitarist Steve Hackett betekende echter niet dat de progressieve invloeden helemaal verdwenen waren. Schitterende songs als Down And Out, Snowbound en Undertow hadden in compositorisch opzicht best op A Trick Of The Tail of Wind & Wuthering kunnen staan. Maar natuurlijk was er ook de popsong Follow You Follow Me, het meest commerciële nummer dat de band tot dan toe had uitgebracht. De single was wereldwijd – logischerwijs – succesvoller dan alle voorgaande.

8. Duke (1980)

Een album dat je aan de ene kant kunt zien als het laatste waarop Genesis progressieve muziek maakt en aan de andere kant als de eerste popplaat van de band. Met onder meer Behind The Lines werden de fans van het avontuurlijke werk uit het Steve Hackett-tijdperk enigszins tevreden gehouden, maar zij moesten wellicht even slikken bij het horen van de enorm commerciële single Turn It On Again. Zo krijg je als luisteraar een beetje het beste van beide werelden. Misschien wel de fraaiste van de langspelers die Genesis als trio maakte.

7. Trespass (1970)

Het tweede album van Genesis, maar het eerste waarop de band een eigen geluid vond – ook al deden Phil Collins en Steve Hackett hier nog niet op mee. Met respectievelijk John Mayhew en Anthony Phillips als hun voorgangers was de klassieke line-up dus nog niet compleet, maar desondanks was het eerste meesterwerkje van de band al op Trespass te vinden: het elf minuten durende The Knife. Een mooie live-versie daarvan, met Collins en Hackett inmiddels wél in de groep, kun je vinden op de lp Genesis Live (1973). Het nummer werd ook op single uitgebracht, uiteraard in een ingekorte versie.

6. Nursery Cryme (1971)

Deze plaat, de eerste na de komst van gitarist Steve Hackett en drummer Phil Collins, wordt vaak gezien als het eerste meesterwerk van de band. En hoewel Nursery Cryme in de jaren daarna nog overtroffen zou worden met Foxtrot, Selling England By The Pound en The Lamb Lies Down On Broadway, liet dit album al horen dat Genesis tot de meest interessante (progressieve) rockgroepen van die tijd behoorde. Nursery Cryme is alleen al vanwege het geniale openingsnummer The Musical Box essentieel. Dat de gitaarpartijen aan het einde je misschien aan Queen doen denken, is niet gek. Volgens Steve Hackett werd zijn goede vriend Brian May namelijk geïnspireerd door dat specifieke gedeelte.

5. Wind & Wuthering (1976)

Het toch wat onderschatte laatste album van Genesis met Steve Hackett in de gelederen – afgezien van de live-dubbelaar Seconds Out – is bijna net zo goed als de voorganger A Trick Of The Tail. De ballad Your Own Special Way, tevens uitgebracht als single, liet al doorschemeren dat de band ook in staat was een goede commerciële popsong te schrijven. Verder was Genesis op Wind & Wuthering niet minder avontuurlijk dan op de eerdere lp’s, getuige meesterstukken als Eleventh Earl Of Mar, Afterglow en Blood On The Rooftops. Leuk detail: het album werd hier in Nederland opgenomen, in de Relight-studio in Hilvarenbeek.

4. A Trick Of The Tail (1976)

Na het vertrek van Peter Gabriel lieten de overgebleven vier Genesis-muzikanten een heleboel mensen auditie doen (naar verluidt waren het er zelfs honderden), maar uiteindelijk viel de keuze op iemand die al in de band zat: drummer Phil Collins. In eerste instantie bleven ze vasthouden aan de progressieve stijl die de fans gewend waren van het eerdere werk met Gabriel, wat later wel anders was. Met A Trick Of The Tail leverde de band een album af dat bijna net zo goed was als de twee doorgaans meer geprezen voorgangers, met bloedmooie nummers als Entangled, Dance On A Volcano en het instrumentale Los Endos.

3. Foxtrot (1972)

De hoge positie van Foxtrot in dit lijstje is natuurlijk vooral te danken aan het epos Supper’s Ready, dat bijna de hele tweede plaatkant in beslag neemt. Het zevendelige, 23 minuten durende stuk bevat alle ingrediënten die het Genesis uit het Peter Gabriel-tijdperk zo briljant maakten: een onnavolgbare opbouw, schitterende melodieën en virtuoos spel. Veel fans beschouwen Supper’s Ready als het absolute hoogtepunt uit de geschiedenis van de band, maar het album heeft meer te bieden. Zo werd ook Watcher Of The Skies een fanfavoriet en krijgt gitarist Steve Hackett een moment in de spotlight met het klassiek getinte akoestische stuk Horizons.

2. The Lamb Lies Down On Broadway (1974)

Na Selling England By The Pound kwam Genesis opnieuw met een meesterwerk, maar deze keer in de vorm van een dubbelalbum. The Lamb Lies Down On Broadway was een ambitieus conceptalbum met een moeilijk te volgen verhaallijn over de avonturen van de jongen Rael, die zijn broer John moet redden in de New Yorkse underground. Stukken als het instrumentale Hairless Heart, In The Cage en natuurlijk The Carpet Crawlers zijn van een enorme muzikale rijkdom. Helaas was The Lamb Lies Down On Broadway ook het laatste Genesis-album met Peter Gabriel.

1. Selling England By The Pound (1973)

Een album dat doorgaans in één adem genoemd wordt met Close To The Edge van Yes en In The Court Of The Crimson King van King Crimson als het gaat om de grootste meesterwerken binnen de progressieve rock. En terecht. De single I Know What I Like (In Your Wardrobe) bezorgde Genesis het allereerste hitje (althans, in Engeland), maar het zijn vooral de langere stukken die werkelijk prachtig in elkaar zitten: Dancing With The Moonlit Knight, The Cinema Show, The Battle Of Epping Forest en natuurlijk Firth Of Fifth, met de onvergetelijke gitaarsolo van Steve Hackett. Een bijna vlekkeloze plaat die – anders dan sommige andere klassiekers in het genre – tegelijkertijd complex en toegankelijk is.