“Iedereen had Genesis kunnen verlaten, behalve Tony Banks”, zei Genesis-manager Tony Smith ooit in een interview. En hij had gelijk. Want gedurende het lange bestaan van de band was Banks één van de weinige constante factoren, met zijn keyboardgeluid en kenmerkende composities. Classic Rock Mag selecteerde de tien mooiste Genesis-momenten van de toetsenist, en beperkte zich daarbij niet alleen tot de muziek.

10. De synthsolo in Fading Lights

Na het extreem poppy Invisible Touch kende We Can’t Dance (1991) weer een aantal langere tracks, zoals Dreaming While You Sleep en Driving The Last Spike. Toch is Fading Lights onze favoriet. Toegegeven: het nummer begint als een typische Phil Collins-ballad van het ergste soort, maar wie daar even doorheen bijt wordt al snel getrakteerd op een uitgebreid instrumentaal stuk met een ijzersterke synthesizersolo van Tony Banks. Zo prog had Genesis al jaren niet meer geklonken!

9. De docu over de Invisible Touch Tour

Phil Collins en Mike Rutherford kenden in de jaren 80 succesvolle carrières naast Genesis, maar Tony Banks bleef een beetje achter. Het feit dat hij zich dit zelf ook realiseerde, leverde een hilarisch moment op in de documentaire bij de Invisible Touch Tour. Gevraagd naar het nummer The Brazilian vertelt Banks: “Dat is een nummer dat erg lijkt op mijn solowerk. Dus als je The Brazilian leuk vindt, moet je mijn soloalbums kopen.” Om vervolgens na enkele seconden stilte lachend te concluderen: “Maar dat doet niemand!”

8. De reggae van Jesus He Knows Me

Genesis en reggae: geen logische combinatie, maar zo af en toe was het te horen. Dat kwam naar eigen zeggen door Tony Banks, die een zwak voor het genre heeft. Zijn solosingle This Is Love werd erdoor beïnvloed en ook de Genesis-track Me And Sarah Jane had dankzij het ritme en gitaargebruik een nadrukkelijk Jamaicaans sausje. Het reggaegetinte bruggetje in Jesus He Knows Me stamt ook uit het brein van Banks, waarmee hij toch even een verrassend leuk momentje in een verder vrij matig nummer afleverde.

7. De clip van Illegal Alien

De videoclip van Illegal Alien is de grappigste die Genesis ooit opnam. Dat komt niet in de laatste plaats door de complete droogheid van het geheel. Phil Collins acteert over de top en Mike Rutherford is eigenlijk gewoon zichzelf, maar als we in de scène bij de voordeur Tony Banks zien staan met zijn nepsnorretje en lelijke zonnebril, schieten we om een of andere reden toch altijd weer in de lach. Als gangster in een c-film had de toetsenist het ongetwijfeld goed gedaan.

6. De solo in The Cinema Show

Voor Banks betekende het Genesis-album Selling England By The Pound een belangrijke vooruitgang in zijn sound: hij kreeg voor het eerst tapes voor zijn mellotron waarmee hij een groot koor kon nabootsen en hij werkte met zijn eerste synthesizer. Het zou de beste tracks van het album gaan kenmerken. The Cinema Show is daar een belangrijk voorbeeld van: de solo die hij hier met de ARP Pro Soloist aflevert is van een geweldig grote klasse.

5. De tekst van Home By The Sea

Een Genesis-tekst over het bovennatuurlijke zou je waarschijnlijk eerder verwachten op een plaat uit de Peter Gabriel-periode, maar Home By The Sea staat toch echt op het titelloze album van de band uit 1983. Het door Tony Banks geschreven verhaal gaat over een inbreker die tijdens een kraak ontdekt dat hij in een spookhuis terecht is gekomen, waarna de aanwezige geesten hem vasthouden en dwingen te luisteren naar hun verhalen.

4. De mellotron in Entangled

Zelf noemde Tony Banks de mellotron vooral onpraktisch (zoals zoveel toetsenisten die zich in de jaren 70 aan het loodzware en immer kapotgaande ding waagden), maar het instrument leverde wel een aantal van de mooiste momenten binnen Genesis op. Voor Banks’ mellotron-hoogtepunt konden we moeilijk kiezen tussen de kenmerkende intro van Watcher Of The Skies en het heerlijk opgebouwde einde van Entangled. Het wordt voor ons die laatste, omdat Banks hier een ongeëvenaard koorgeluid weet voort te brengen.

3. Het toetsenwerk in Apocalypse In 9/8

Supper’s Ready blijft een van de hoogtepunten uit het oeuvre van Genesis, en de sectie Apocalypse In 9/8 is daar grotendeels debet aan. Ook hierin is het vooral het toetsenwerk van Banks dat zorgt voor de sfeer: zijn orgelsolo (die bijzonder genoeg compleet tegen de 9/8-maatsoort ingaat) zou gebaseerd zijn op de sound van Keith Emerson. Voeg daar nog de mellotron aan toe (daar is-ie weer!) en het geluid is compleet.

2. De melodie in Firth Of Fifth

Firth Of Fifth bevat misschien wel de beste gitaarsolo die Steve Hackett ooit opnam en is daarmee een van de meest epische stukken van Genesis. Wat velen echter niet weten is dat de basismelodie van deze solo (die eerder in het nummer door Peter Gabriel op de fluit wordt gespeeld) van de hand van Tony Banks stamt. Datzelfde geldt overigens ook voor de rest van het nummer, waarbij ook de pianomelodie in de intro ijzersterk is.

1. De compositie Afterglow

In de periode van A Trick Of The Tail (1976) tot en met Abacab (1981) werden Genesis-composities niet standaard aan de hele band toegeschreven, maar kon je als luisteraar op de albumhoes zien welk bandlid voor een song verantwoordelijk was. Daarmee werd meer dan eens duidelijk dat Tony Banks behalve een prima toetsenist ook een geniale songwriter is: zijn composities vormden eigenlijk altijd de hoogtepunten van een plaat. Afterglow is daar wat ons betreft het beste voorbeeld van. Moeten we daar verder nog op ingaan? Gewoon luisteren!