Grace Slick werd afgelopen week 74 jaar. Hoewel ze ook solo succes oogstte en met de bands Jefferson Starship en Starship in de hitlijsten belandde, is ze natuurlijk vooral onvergetelijk dankzij haar werk in de jaren zestig als lid van Jefferson Airplane. Wij vonden het tijd om het beste werk van deze legendarische psychedelische rockband eens uit te lichten:

10. Wooden Ships

Dit nummer is waarschijnlijk bekender van Crosby, Stills & Nash, die een definitieve versie opnamen voor hun debuutalbum uit 1969. David Crosby en Stephen Stills schreven het lied samen met gitarist Paul Kantner en hij besloot Wooden Ships ook op te nemen met zijn eigen band Jefferson Airplane. Een afwijkende, maar niet zozeer mindere versie. Te vinden op het vijfde studioalbum Volunteers uit 1969.

9. Plastic Fantastic Lover

De afsluiter van het tweede album Surrealistic Pillow is een van de beste songs die gitarist Marty Balin schreef en zong bij de band. De tekst gaat over televisieverslaving: “The electrical dust is starting to rust, her trapezoid thermometer taste/All the red tape is mechanical rape of the TV program waste.” Zoals in meerdere tracks van Surrealistic Pillow speelt hippie-icoon Jerry Garcia mee op gitaar. Een uitstekende versie staat op Bless Its Pointed Little Head (1969), een van de beste livealbums ooit gemaakt.

8. Eskimo Blue Day

Volunteers (1969) was de laatste écht goede studioplaat van Jefferson Airplane en volgens drummer Spencer Dryden zelfs de allerbeste. Uiteraard volgde daarna nog meer moois van Jefferson Starship en sommige bandleden solo (het album Blows Against The Empire van Paul Kantner/Jefferson Starship uit 1970 is een absolute aanrader), maar de volgende platen onder de oude bandnaam vielen in de schaduw van het werk uit de jaren zestig. Een hoogtepunt op Volunteers is het door Grace Slick gezongen Eskimo Blue Day, met de memorabele regel: “You call it rain but the human name doesn’t mean shit to a tree”.

7. The Ballad Of You And Me And Pooneil

Een geweldige songwriter uit de jaren zestig die tegenwoordig helaas weinig genoemd wordt, was Fred Neil. Hij schreef fenomenale songs als The Dolphins (bekend van o.a. Tim Buckley) en Everybody’s Talkin’ (Nilsson), en was van grote invloed op Jefferson Airplane-gitarist Paul Kantner. The Ballad Of You And Me And Pooneil was gedeeltelijk een ode van hem aan Neil, en werd de eerste single van het derde, behoorlijk experimentele album After Bathing At Baxter’s. Het plaatje viel in Amerika net buiten de top veertig, maar mag desondanks niet in dit lijstje ontbreken. Overigens staat ook een versie van Fred Neils The Other Side Of This Life op het eerste Jefferson Airplane-livealbum Bless Its Pointed Little Head.

6. Triad

David Crosby, een goede vriend van Jefferson Airplane, schreef dit gewaagde lied toen hij nog lid was van The Byrds. Die band nam Triad ook op (te vinden in o.a. de Byrds-boxset uit 1990), maar weigerde het lied op het vijfde album The Notorious Byrd Brothers te zetten. Crosby’s vrienden van Jefferson Airplane waren niet bang voor controversiële onderwerpen en zetten hun puike versie van Triad op het vierde album Crown Of Creation (1968). De auteur zelf speelde overigens mee op gitaar. Ook door Crosby, Stills, Nash & Young werd het nummer gespeeld. Een versie is te vinden op de beroemde live-dubbelaar 4 Way Street (1971).

5. Today

Marty Balin en Paul Kantner schreven deze prachtige ballad van het beroemdste Jefferson Airplane-album Surrealistic Pillow (1967). De voornaamste gitaarpartijen werden gespeeld door een lid van een andere belangrijke band uit de San Francisco-scene: Jerry Garcia van The Grateful Dead. In de liner notes bij de Surrealistic Pillow-remaster zegt leadzanger Balin: “Ik schreef dit lied om Tony Bennett te kunnen ontmoeten. Hij was in de studio naast ons aan het opnemen. Ik bewonderde hem en het leek mij een goed idee om een lied voor hem te schrijven. Ik heb hem nooit ontmoet, dus hebben we het uiteindelijk zelf opgenomen.” Een liveversie is te horen in de Monterey Pop-film van D.A. Pennebaker.

4. Crown Of Creation

Onlangs stonden we stil bij de 45e verjaardag van het vierde album Crown Of Creation, waarvan de titelsong als single werd uitgebracht. De tekst was geschreven door gitarist Paul Kantner, die zich liet inspireren door zijn favoriete sciencefictionverhalen (waaronder Re-Birth van John Wyndham). In de liner notes bij de cd-remaster schrijft hij: “Het lied probeert duidelijk te maken dat sciencefiction politiek is en dat politiek sciencefiction is.” Crown Of Creation werd geen hit, maar wel een Jefferson Airplane-klassieker.

3. Volunteers

Op het album Volunteers (1969) spreekt de band zich in meerdere songs uit tegen de oorlog in Vietnam. Marty Balin kwam op het idee om het titellied te schrijven nadat hij op een ochtend een truck van de organisatie Volunteers Of America zag staan. Samen met collega Paul Kantner voltooide hij een van Jefferson Airplane’s grootste ‘anthems’. Een uitvoering van Volunteers stond ook op de beroemde soundtrack van de Woodstock-film.

2. Somebody To Love

Deze sixtiesklassieker was in 1967 de doorbraaksingle van Jefferson Airplane. Somebody To Love maakte al deel uit van het repertoire van Grace Slicks vorige band The Great Society. Haar zwager Darby speelde gitaar bij dat gezelschap en schreef dit oorspronkelijk wat slomere lied. In handen van Jefferson Airplane werd Somebody To Love een dynamische rocksong en een van de meest herkenbare singles uit de jaren zestig. In Nederland verschenen als een dubbele A-kant met White Rabbit.

1. White Rabbit

Met duidelijke verwijzingen naar drugs (“One pill makes you larger and one pill makes you small”) en het sprookje Alice In Wonderland (“…And the Red Queen’s off with her head”) schreef en zong Grace Slick een van de grootste hits van Jefferson Airplane. Zij speelde dit lied overigens ook al bij haar vorige band The Great Society. In de Airplane-versie werd White Rabbit en van de belangrijkste songs van de Summer Of Love. Ruim 45 jaar na de release bezorgen de dreigende opbouw en de prachtige stem van Grace nog steeds dik kippenvel.