Eerder zetten we al de tien beste songs van de zondag overleden muzieklegende Lou Reed op een rij. In zijn lange carrière heeft de productieve rocker natuurlijk ook een heleboel goede albums gemaakt, waarvan sommige helaas wat onderbelicht zijn gebleven. Dit waren volgens ons de tien allermooiste platen uit zijn solocarrière. 

10. Legendary Hearts (1983)

Het vrij onbekende Legendary Hearts hebben we al eens uitgelicht in onze rubriek ‘verborgen juwelen’. Reed was inmiddels getrouwd met ontwerpster Sylvia Morales (ook verantwoordelijk voor de hoes van Legendary Hearts), en dat inspireerde de zanger voor een aantal van zijn songs uit deze periode. In The Last Shot zingt Reed echter over zijn drugs- en alcoholverslaving: “But when you quit, you quit, but you always wish that you knew it was your last shot.”

9. Street Hassle (1978)

Hoewel er veel meer valt te genieten op het sterke album Street Hassle, vormt de uit drie delen bestaande titeltrack het stralende middelpunt. Niemand minder dan Bruce Springsteen is hierin kort te horen. Daarover schrijft Reed in de liner notes bij de compilatie NYC Man: “Ik kende Steve Van Zandt en we vroegen Steve of Bruce een monoloog wilde doen voor dit nummer. Bruce stemde toe… maar we mochten zijn naam niet gebruiken. Ik had gewild dat alle Bruce-fans de plaat hadden gekocht, maar aangezien we zijn naam niet mochten vermelden, denken ze dat ze mij hem horen imiteren.”

8. Coney Island Baby (1975)

Deze puike plaat was gelukkig weer een ‘gewoon’ album na de beruchte noise-dubbelaar Metal Machine Music. De lp Coney Island Baby was geen Transformer of Berlin, maar de rocker bewees opnieuw zijn grote talent als tekstschrijver. Met name in de titelsong. Dit grotendeels gesproken lied, een ware Lou Reed-klassieker, overschaduwt enigszins de overige tracks. Een van de vele briljante regels uit Coney Island Baby: “But remember that the city is a funny place, something like a circus or a sewer”.

7. Magic And Loss (1992)

Een nogal onderschatte plaat uit Reeds oeuvre is het weinig opbeurende (maar ergens toch licht troostende) Magic And Loss, geschreven naar aanleiding van het verlies van twee goede vrienden. Net als bij zijn comebackplaat New York vormen de veertien songs één geheel. Misschien wel het meest memorabele nummer van de plaat is Sword Of Damocles: “Maybe there’s something over there, some other world that we don’t know about/I know you hate that mystic shit/It’s just another way of seeing The Sword Of Damocles above your head”.

6. The Blue Mask (1982)

Met The Blue Mask maakte Reed in 1982 zijn beste plaat in jaren. Helaas waren er maar weinig mensen die de lp hoorden. Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig tot zijn comeback met New York in 1989 was de populariteit van Reed behoorlijk afgenomen, in tegenstelling tot zijn creativiteit. The Blue Mask, met een hoes die niet veel afweek van de klassieker Transformer, was weer een vrij donker album, waarop het gitaarwerk van Robert Quine en de meester zelf in positieve zin opviel. Zelden rockte Reed zo hard als in de titelsong.

5. Rock ‘N’ Roll Animal (1974)

In zijn verdere carrière heeft Lou Reed nooit een betere liveplaat gemaakt dan zijn eerste: Rock ‘N’ Roll Animal. Naast één track van zijn soloalbum Berlin blaast de rocker zijn oude Velvet Underground-songs nieuw leven in, ondersteund door een geweldige band. Beroemd is de monsterlijke opener Sweet Jane, voorafgegaan door een opwindend instrumentaal intro. Op de cd-remaster staan nog twee extra uitvoeringen van Berlin-tracks.

4. Songs For Drella (met John Cale, 1990)

Het overlijden van Andy Warhol bewoog Reed om weer met zijn oude Velvet Underground-collega John Cale samen te werken. Het resultaat was een hartverscheurende, naakte ode aan de kunstenaar, met enkele van de sterkste composities uit de oeuvres van beide muzikale genieën. De finale Hello It’s Me bevat een van de meest openhartige teksten uit Reeds oeuvre: “I’m sorry that I doubted your good heart/Things always seem to end before they start.”

3. Transformer (1972)

Met de hulp van David Bowie en diens gitarist Mick Ronson als producers brak Reed in 1972 door met zijn tweede soloalbum Transformer, een overduidelijk veel beter werk dan het wat lauwe titelloze solodebuut uit hetzelfde jaar. Op geen enkele lp die hij na The Velvet Underground maakte zijn zo veel klassiekers te vinden als op Transformer, waaronder Perfect Day, Vicious, Satellite Of Love en de vreemde hit Walk On The Wild Side.

2. Berlin (1973)

Destijds werd deze sombere plaat niet al te enthousiast ontvangen, maar Berlin kwam dan ook uit in een tijd waarin muziekliefhebbers niet gewend waren om songs over controversiële onderwerpen als drugs, prostitutie en zelfmoord over zich heen te krijgen. Tegenwoordig vinden we Berlin een absoluut meesterwerk: onlangs plaatsten wij de lp in ons lijstje met de tien beste albums uit het topjaar 1973. 34 jaar na de release bracht Reed een integrale liveuitvoering van het album ten gehore. Het concert werd gefilmd door regisseur Julian Schnabel (The Diving Bell And The Butterfly en is op dvd verkrijgbaar.

1. New York (1989)

Na een reeks in commercieel en/of artistiek opzicht teleurstellende platen in de jaren tachtig keerde Reed in 1989 ijzersterk terug met het meesterwerk New York. In de liner notes meldt de zanger dat je de plaat als een geheel moet zien, zoals een film of een boek. Reed is op zijn lyrische best in prachtsongs als Busload Of Faith, Romeo Had Juliette en het beroemde Dirty Blvd. Persoonlijke favoriet van ondergetekende is het snoeiharde Strawman, waarin hij zich afreageert op onder meer liegende politici en overbetaalde sterren.