Jon Lord, de in 2012 overleden toetsenist van Deep Purple, zou vandaag 73 jaar geworden zijn. Met zijn kenmerkende orgelspel bepaalde hij mede het verpletterende geluid van de hardrockband en veel van zijn intro’s en solo’s behoren tot de meest onvergetelijke uit de rockgeschiedenis. Natuurlijk zijn er nog wel meer voorbeelden te vinden van uitmuntende orgelriedels. Tien daarvan zetten we hieronder op een rij (één per band/artiest).

10. Styx – Pieces Of Eight

In 1978 verscheen de single Blue Collar Man van de progrock-band Styx. Zeker in de intro en outtro is het orgel van Dennis DeYoung duidelijk te horen. Het nummer is te horen op het achtste Styx-album Pieces Of Eight uit 1978, toen progrock al redelijk mainstream was en het hammondorgel een gewaardeerd popinstrument was. Een van de beste nummers op de plaat. [FT]

9. Vanilla Fudge – You Keep Me Hanging On

Diana Ross had in 1966, samen met The Supremes, al een bescheiden hit met het origineel van You Keep Me Hanging On. Nee, zo muzikaal uitgewerkt als Vanilla Fudge van een jaar later, zo goed klonk het niet. Organist en zanger Mark Stein ziet eruit als een dominee met zijn hammondorgel en zijn witte sjaaltje. Hij weet de band wel in volvoering te brengen. [FT]

8. The Band – Chest Fever

The Band had al een halve carrière achter de rug, toen ze eind jaren zestig op eigen benen gingen staan. Een van de Bandleden was Garth Hudson, opgeleid als klassiek organist en groot liefhebber van onder meer Bach. Bij het nummer Chest Fever, van de hand van ‘frontman’ Robbie Robertson, schreef Hudson een magistrale intro. Die zou naar verluidt meer indruk hebben achtergelaten op drummer Levon Helm, dan de geïmproviseerde tekst van het lied. [FT]

7. The Crazy World Of Arthur Brown – Fire

The Crazy World Of Arthur Brown was een band die eind jaren zestig werd gevormd rond Arthur Brown. Het titelloze debuut kende de single Fire, met een prima hammondorgel van Vincent Crane. Hoewel het orgel vooral bekend is geworden door de “zwarte kerken” in Amerika, lijkt Brown weinig te doen te hebben met enige religie. Desondanks doet het deuntje lichtelijk denken aan The Monkees. Maar dan ook lichtelijk. [FT]

6. Uriah Heep – Gypsy

In 1970 maakte de wereld voor het eerst kennis met de progrock van Uriah Heep. In dat jaar verscheen het debuutalbum …Very ‘Eavy …Very ‘Umble, waarvan Gypsy de eerste single was. Zes-en-een-halve minuut duurt de albumversie – als single, de eerste van Uriah Heep, werd Gypsy met drie coupletten ingekort. Voor het ruige orgelspel maakt het niets uit, dat draagt het nummer uitstekend. [FT]

5. The Spencer Davis Group – Gimme Some Lovin’

Mede dankzij het scheurende orgelspel is Gimme Some Lovin’ van The Spencer Davis Group een van de grote sixtiesklassiekers. De man die verantwoordelijk was voor het toetsenwerk én de soulvolle zang was natuurlijk Steve Winwood, die het nummer overigens ook met zijn latere band Traffic speelde. De top 10-hit werd nog wel vaker gecoverd – door uiteenlopende acts als The Blues Brothers en The Grateful Dead – maar niets kan op tegen het origineel. [DG]

4. Deep Purple – Child In Time

Als je denkt aan de orgel in rockmuziek kom je al snel uit bij Jon Lord, de helaas in 2012 overleden toetsenist die vooral furore maakte als lid van Deep Purple. Met zijn direct herkenbare stijl drukte hij zijn stempel op klassiekers als Speed King, Lazy en Perfect Strangers. Onsterfelijk is natuurlijk ook de simpele maar o zo effectieve introductie van het epische Child In Time, terecht vaak uitgeroepen tot een van de beste rocksongs aller tijden. [DG]

3. Iron Butterfly – In-A-Gadda-Da-Vida

Het is natuurlijk vooral de gitaarriff die rockliefhebbers geneigd zijn te neuriën, maar laten we het fabuleuze orgelwerk in In-A-Gadda-Da-Vida zeker niet vergeten. Leadzanger Doug Ingle opent de grote Iron Butterfly-singlehit met zijn pakkende, psychedelische orgeltonen. Leuk, die ingekorte singleversie, maar de complete 17 minuten durende albumtrack is mede zo geniaal vanwege de uitgebreide orgelsolo verderop. Iron Butterfly wordt vaak gezien als een ‘one hit wonder’, maar wát een nummer was die ene hit toch! [DG]

2. Procol Harum – A Whiter Shade Of Pale

A Whiter Shade Of Pale blijft van een haast onbeschrijfelijke schoonheid, mede dankzij een klassiek georiënteerde orgelmelodie die je direct bij de lurven grijpt en het kenmerkende stemgeluid van Gary Brooker. De onduidelijke maar intrigerende tekst geeft de luisteraar ruimte voor eigen interpretaties, zoals ook veel songs van Bob Dylan dat doen. Het lied werd op effectieve wijze gebruikt in een groot aantal films, maar nooit op zo’n passende wijze als in de korte Scorsese-film Life Lessons (onderdeel van het drieluik New York Stories, 1989). DG]

1. The Doors – Light My Fire

Met zijn door jazz en klassiek beïnvloedde toetsenwerk was de vorig jaar overleden Ray Manzarek voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de unieke, kenmerkende sound van The Doors. Wat zouden bijvoorbeeld When The Music’s Over en Riders On The Storm zijn zonder die heerlijke dromerige orgeltonen? Weinig orgelintro’s zijn bovendien zo legendarisch als die van Light My Fire, waarbij de echte classic rock- en Doors-fans ook Manzareks solo kunnen dromen. [DG]