Phil May, de leadzanger van de immer onderschatte rockgroep The Pretty Things, is vandaag 70 jaar geworden. De band viert dit jaar zijn vijftigjarig jubileum en zou vorige maand een reeks optredens in Nederland geven, maar de tour werd afgelast omdat May in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Hopelijk komt het goed met hem en speelt hij met zijn bandmaten binnenkort weer op Nederlandse bodem. Tot die tijd genieten we even van deze tien ultieme Pretty Things-songs:

10. Sickle Clowns

We beginnen deze lijst niet met een nummer dat door de jarige van vandaag gezongen wordt, maar door bassist Wally Waller. Het duistere en meeslepende Sickle Clowns is afkomstig van het album Parachute (1970), de opvolger van rockopera S.F. Sorrow (1968). Deze wat meer progressieve plaat is zoals het meeste andere werk van The Pretty Things niet heel bekend, maar werd destijds wel de hemel in geprezen door critici. Zo werd Parachute in het wonderbaarlijk goede muziekjaar 1970 zelfs verkozen tot beste album van het jaar door Rolling Stone. Bassist Waller zei daarover: “Het enige Rolling Stone Album Of The Year waar nooit meer dan een miljoen exemplaren van zijn verkocht. Typisch!”

9. Talkin’ About The Good Times

Een van de beste singles van The Pretty Things is het even psychedelische als heavy Talkin’ About The Good Times, met het al even schitterende Walking Through My Dreams op de B-kant. Het prikkelende plaatje verscheen in april 1968, dus nog voor de release van het bekendste Pretty Things-album S.F. Sorrow. Talkin’ About The Good Times en de b-side stonden dan ook op geen enkel regulier album van de rebelse band, maar je kunt beide songs gelukkig wel op heruitgaven van S.F. Sorrow vinden. Een van de betere singles uit de jaren waarin psychedelische rock hoogtij vierde. Alle typische ingrediënten uit die periode zijn aanwezig: van sitarbegeleiding tot zweverige samenzang.

8. October 26

Een verbluffend mooi nummer dat in 1970 een mager hitje werd in Nederland (de laatste keer dat The Pretty Things hier in de top veertig stond). De ‘revolution’ waar bassist Wally Waller over zingt, verwijst net als de datum uit de titel naar de Oktoberrevolutie in 1917. Opvallend is de sterke meerstemmige zang in dit nummer. De vrij kalme a-kant vormt een groot contrast met het heavier nummer op de b-kant: Cold Stone. Helaas sloeg de single niet heel erg aan, wat de band waarschijnlijk deed besluiten om voor de volgende release een wat commerciëler klinkend lied te kiezen: Stone Hearted Mama.

7. Rosalyn

De allereerste single van The Pretty Things viel net buiten de top veertig in Engeland maar liet wel gelijk horen waar deze band voor stond: vuige rock & roll die nog een stap verder ging dan die van The Rolling Stones (wat ook gold voor de wilde shows). Rosalyn werd geschreven door Jimmy Duncan en Bill Farley, en werd waarschijnlijk bij een grote publiek bekend dankzij de cover van David Bowie, een van de vele beroemde bewonderaars van de band. Deze versie werd de openingstrack op zijn album Pinups (1973).

6. Defecting Grey

Een van de vorige singles van The Pretty Things heette Tripping, maar dat had net zo goed de titel van dit bizarre nummer kunnen zijn. Defecting Grey, uitgebracht in 1967, is in zekere zin meerdere songs in één en een voorloper van wat de band een jaar later deed met S.F. Sorrow, volgens velen de eerste rockopera. Zo’n gedurfd en totaal niet commercieel werk kon natuurlijk nooit een hit worden – en dat werd het ook niet – maar heruitgaven van S.F. Sorrow bevatten dit nummer als bonustrack.

5. Midnight To Six Man

Met deze single had The Pretty Things in 1966 zowaar een hitje te pakken in Nederland. Producer van de zeer pakkende rocksong was niemand minder dan Glyn Johns, die later aan succesplaten van onder meer The Who, Eagles en Eric Clapton werkte. Op piano horen we Nicky Hopkins, de veelgevraagde sessiemuzikant die onder meer bij The Rolling Stones en Jeff Beck speelde. Nog een leuk detail: volgens gitarist Dick Taylor werd het nummer ook daadwerkelijk tussen middernacht en zes uur ’s ochtends opgenomen.

4. Come See Me

Midnight To Six Man werd in 1966 gevolgd door een minstens zo sterke single. Come See Me was een compositie van onder anderen Pierre Tubbs en soulzanger J.J. Jackson en verscheen op geen enkel regulier album van The Pretty Things (al verscheen op het label Repertoire Records wel een remaster van het tweede album Get The Picture? met o.a. dit nummer als bonustrack). Deze wilde single sloeg helaas niet echt aan bij het publiek en de single viel net buiten de Britse top veertig.

3. Bracelets Of Fingers

De rockopera S.F. Sorrow (1968) moet je eigenlijk in zijn geheel beluisteren, maar geen Pretty Things-lijstje is compleet zonder minstens een van de nummers van dit meesterwerk. Het vrij dunne verhaal van zanger Phil May volgt het personage Sebastian F. Sorrow van zijn geboorte tot ouderdom en daar hoort natuurlijk ook de puberteit bij. Wie goed naar de tekst van Bracelets Of FIngers luistert (en naar de titel kijkt), komt er vrij snel achter dat dit geen onschuldig sixtiespoplied is. Ook de moeite waard is de live-uitvoering van S.F. Sorrow in 1998, met David Gilmour en Arthur Brown als speciale gasten (uitgebracht op de cd Resurrection).

2. She’s A Lover

Misschien het meest commerciële nummer van het eerder genoemde album Parachute (1970), de eerste plaat zonder gitarist Dick Taylor. Het is altijd jammer als een bandlid dat zo belangrijk was voor de groep (hij schreef aan meerdere geweldige nummers mee) vertrekt, maar zonder Taylor maakte de band misschien wel zijn meest consistente album en in She’s A Lover is het gitaarspel onverminderd subliem. Zoals veel andere Pretty Things-albumtracks had dit nummer makkelijk op single kunnen verschijnen.

1. Can’t Stand The Pain

Een heerlijk nummer van het tweede Pretty Things-album Get The Picture? (1965), overigens ook een van de beste die de band maakte. Can’t Stand The Pain, geschreven door zanger Phil May, gitarist Dick Taylor en drummer Bobby Graham, is een van de meest sfeervolle songs van de plaat en had eigenlijk een hitsingle moeten zijn. Helaas moest het nummer het doen met een plek op de B-kant van Midnight To Six Man (zie nummer 5).