Vandaag viert voormalig Smokie-zanger Chris Norman zijn 63e verjaardag. Smokie werd natuurlijk vooral bekend van de hit Living Next Door To Alice (en de groepen mensen die zich sinds de jaren 90 op feestjes steevast afvragen wie de f*ck die Alice wel niet is) maar de band had gelukkig veel meer -en veel betere- songs.

10. The Girl Can’t Help It

De meeste hits van Smokie werden gecomponeerd door het duo Nicky Chinn en Mark Chapman, die ook de grootste successen van acts als Mud, Sweet en Suzi Quatro voor hun rekening namen. Ongeveer de helft van de albumtracks werd echter door Chris Norman geschreven in samenwerking met drummer Pete Spencer. Een mooi voorbeeld daarvan is het voor Smokie vrij rockende The Girl Can’t Help It, waarbij enige referentie aan Status Quo niet kan worden ontkend.

9. It’s Your Life

Smokie was altijd duidelijk meer poppy dan de andere acts van Chinn/Chapman, en af en toe kon er zowaar meegedeind worden op de nummers van de band. Met de single Oh Carol (1978) ging men daarmee duidelijk een aantal stappen te ver, maar It’s Your Life kende een jaar daarvoor nog de perfecte balans: een lekker onbezorgd en vrolijk nummer waarbij ook de reggae-invloeden het erg goed doen. De voor Smokie zo herkenbare harmoniezang maakt het geheel helemaal af.

8. Power Of Love

Met de vijfde lp The Montreux Album begonnen de verhoudingen langzaamaan te veranderen. Het wat gezapige Mexican Girl was de eerste grote singlehit van Smokie die door Norman en Spencer was geschreven; een jaar later brak de band met Chinn en Chapman.  Het prijsnummer op The Montreux Album is echter nog steeds van de hand van ‘Chinnichap’: Power Of Love is een kort maar krachtig nummer, met de nodige glaminvloeden en een haast als Queen aandoende samenzang.

7. Needles And Pins

Een coverversie van de compositie van Jack Nitzsche en Sonny Bono uit 1963. Smokie weet het nummer een behoorlijke eigen draai mee te geven, mede dankzij de hierboven al aangehaalde harmoniezang die de band zo kenmerkte (waarbij bassist Terry Uttley verantwoordelijk was voor de hoge noten). De Smokie-versie van Needles And Pins komt overigens dichter in de buurt bij het origineel van Jackie DeShannon dan bij de meest bekende vertolking van The Searchers.

6. The Dancer

Opnieuw een coverversie, dit keer van een nummer dat Leo Sayer voor zijn eerste album Silverbird (1973) opnam. De prachtige ballad past goed bij het stemgeluid van Chris Norman en geeft aan hoe belangrijk zijn ietwat rauwe vocalen waren voor de sound van Smokie. Sinds 1986 maakt Norman geen deel meer uit van de band, die sindsdien nog een grote hoeveelheid platen uitbracht. Het succes en de kwaliteit van de periode met Norman werden echter nooit meer gehaald.

5. Going Home

Met een speelduur van ruim zeven minuten is Going Home voor Smokie-begrippen een extreem lang nummer te noemen. De Norman/Spencer-compositie beweegt heen en weer tussen ballad en uptempo, weet van begin tot eind de aandacht vast te houden en laat bovendien goed  horen wat de bandleden in hun mars hebben. Going Home stond op de derde lp Midnight Café (1976), die het begin inluidde van de meest succesvolle periode van de band.

4. I’ll Meet You At Midnight

Eveneens afkomstig van het album Midnight Café en eigenlijk ook een behoorlijke stijlbreuk met de rest van het werk van Smokie. I’ll Meet You At Midnight heeft dankzij de strijkers een heel opvallend arrangement en bovendien een van de betere teksten in het repertoire van de band. Het nummer verscheen op single en daarmee haalde Smokie hier in Nederland de vijfde plaats in de Top 40: een eerste grote hit na de bescheiden successen van If You Think You Know How To Love Me  en Don’t Play Your Rock ‘N’ Roll To Me.

3. Wild Wild Angels

Dat de stem van Chris Norman goed samengaat met ballads hoorden we eerder al bij het nummer The Dancer, maar de single Wild Wild Angels gaat hier nog eens ruimschoots overheen. Vergeet even het wat misplaatste koortje in de intro en luister verder, want in het refrein weet de band een heerlijke sfeer neer te zetten. Een powerballad kunnen we dit nog net niet noemen, maar het zit er niet ver vanaf.

2. Pass It Around

Met Pass It Around verscheen in 1975 het eerste album van Smokie, dat toen nog gespeld werd als Smokey. De plaat was beduidend rockender dan zijn opvolgers en deed bij vlagen nog denken aan andere bands uit de stal van Chinn en Chapman, zoals Sweet en Mud. Het album werd geen succes en datzelfde geldt voor de op single uitgebrachte titeltrack, terwijl dat nummer wel degelijk een hoogtepunt is uit het oeuvre van Smokie én het componistenduo. Lekkere rock met een duidelijk glamrandje.

1. Don’t Play Your Rock ‘N’ Roll To Me

Het was rond de tijd van het tweede album Changing All The Time (1975) dat Smokey zijn naam veranderde in Smokie, omdat soulzanger Smokey Robinson dreigde met een rechtszaak. Gelukkig had het geen gevolgen voor het inmiddels opgekomen succes: met de singles If You Think You Know How To Love Me en Don’t Play Your Rock ‘N’ Roll To Me scoorde Smokie zijn eerste successen. Die laatste song is wat ons betreft het prijsnummer van de band: een uiterst catchy compositie met prettige groove, nog net iets minder glad dan sommige latere singles van de band. Het nummer bereikte de achtste plek van de Britse hitlijst.