De broers Ron en Russell Mael van Sparks staan volgend weekend op het festival Lowlands, samen met de veel jongere mannen van de groep Franz Ferdinand. Met hun project FFS bereiken Ron en Russell ongetwijfeld een nieuwe generatie muziekliefhebbers, die mogelijk nooit eerder van Sparks gehoord hebben. Ook voor deze jongere luisteraars: hieronder de tien mooiste songs uit het rijke oeuvre van de even aparte als geniale Maels!

10. Sherlock Holmes

Hoewel de muzikale carrière van Sparks een ongekende veelzijdigheid aan genres en stijlen heeft gekend, zijn ballads toch niet het eerste waar je aan denkt bij de gebroeders Mael. Dat de heren echter wel degelijk overweg kunnen met langzamer materiaal, bewijst Sherlock Holmes van het album Angst In My Pants (1982). Dat album is overigens sowieso een aanrader: het is met afstand de beste Sparks-plaat van de jaren 80. Al zegt dat gezien de andere werken die de broers in dat decennium uitbrachten ook weer niet bijzonder veel… [SS]

9. Perfume

Sparks en swing: zelfs die combinatie blijkt te werken. De jaren na de millenniumwisseling zijn commercieel gezien bepaald geen hoogtepunt voor Sparks geweest, maar artistiek zijn Ron en Russell misschien wel meer op dreef dan ooit. Perfume, de leadsingle van Hello Young Lovers (2006), is daarbij vooral ook een prachtig voorbeeld van de heerlijke teksten met de nodige knipogen die altijd bij Sparks aanwezig lijken te zijn.  [SS]

8. Johnny Delusional

Je kan van de samenwerking van Sparks en Franz Ferdinand vinden wat je wil, maar het valt moeilijk te ontkennen dat er zelden een supergroep is geweest waar de oorspronkelijke bands zo naadloos samensmolten tot een nieuw geheel. Johnny Delusional is hier eigenlijk een beetje een uitzondering op: daar horen we toch vooral Sparks in. Maar dan wel Sparks op zijn best: Johnny Delusional is de leukste en meest catchy single die de Maels in een jaar of twintig hebben uitgebracht, en alleen daarom al mag-ie bij ons op repeat. [SS]

7. At Home, At Work, At Play

Een schitterend nummer uit de ‘rockjaren’ van Sparks en in melodieus opzicht even complex als de grote hit van de band: This Town Ain’t Big Enough For Both Of Us (zie verderop). De tekst gaat over drukbezette vrouwen die bijna geen tijd hebben voor hun mannen (die kennelijk ook flink onder de duim zitten: ‘Stop, she’s unique, especially at home/Where you’re butler, maid and often cook/And at work together juggling books’). At Home, At Work, At Play is een van de hoogtepunten op het album Propaganda (1974), maar werd vreemd genoeg alleen in Frankrijk op single uitgebracht. [DG]

6. When Do I Get To Sing “My Way”

Nadat Sparks kwalitatief hard achteruit was gegaan in de tweede helft van de jaren 80 (met name het album Interior Design uit 1988 raden we van harte af) volgde in 1994 met Gratuitous Sax & Senseless Violins een artistieke en vooral ook commerciële revanche. When Do I Get To Sing “My Way” greep terug naar de sound met Giorgio Moroder van eind jaren 70 (daarover later in dit lijstje meer) maar dan in een modern jasje. Het resulterende nummer klinkt, mede dankzij de opvallend onderkoelde zang van Russell, als een parodie op de Pet Shop Boys. Maar dan wel een hele goede. [SS]

5. Never Turn Your Back On Mother Earth

Een half jaar na de release van Kimono My House verscheen alweer een nieuw album van Sparks, dat ook nog eens ongeveer even goed was als de voorganger: Propaganda. De enige hit van die plaat werd het op het eerste gehoor wat zoetsappige Never Turn Your Back On Mother Earth. Maar schijn bedriegt, zoals Ron Mael zich herinnert in de liner notes bij de cd-remaster van het album: “Het nummer werd vaak verkeerd begrepen. Ook door Ray Davies van The Kinks. Hij beoordeelde het nummer op de radio en vond het maar niets, omdat we het hiermee zouden opnemen voor het milieu. Maar we deden juist het tegenovergestelde!” [DG]

4. The Number One Song In Heaven

Niet de nummer 1 in onze lijst, maar wel goed genoeg voor een vierde plek. Sparks ging in de jaren zeventig vooral door het leven als een rockband, maar tegen het einde van het decennium maakten de Mael-broers een zeer gewaagde stap. Ze besloten zich meer bezig te houden met elektronische muziek en gingen zelfs in zee met producer Giorgio Moroder. Waar de overgang naar disco voor sommige andere bands slecht uitpakte, bleek het voor Sparks een briljante zet. Nadat de populariteit was ingezakt, werd namelijk met The Number One Song In Heaven en Beat The Clock (beide voorzien van schitterende videoclips) weer de Britse hitlijst gehaald. Niet echt rock dus, maar wel onweerstaanbaar. [DG]

3. Your Call’s Very Important To Us. Please Hold

Kimono My House mag dan het sleutelalbum van Sparks zijn; het in 2002 verschenen Lil’ Beethoven doet er weinig voor onder! Al zijn beide platen eigenlijk nauwelijks met elkaar te vergelijken. Lil’ Beethoven leunt sterk op klassieke muziek, met repetitieve patronen en opmerkelijke teksten. Commercieel een totale flop, maar de critici liepen weg met dit album. En terecht: een unieker en beter doordacht werk is er in de Sparks-discografie niet te vinden. Wij kozen voor Your Call’s Very Important To Us. Please Hold in deze lijst, maar eigenlijk had bijna elk nummer van Lil’ Beethoven hier kunnen staan. [SS]

2. Amateur Hour

Na het succes van This Town Ain’t Big Enough For Both Of Us was het natuurlijk nog maar de vraag of Sparks nogmaals in de hitlijsten kwam of dat de band als een ‘one hit wonder’ de geschiedenis in zou gaan. Gelukkig werd ook de volgende single Amateur Hour een top 10-hit, ondanks de gewaagde tekst over ‘onervaren’ jongemannen die langsgaan bij prostituees. Net als de vorige hit stond ook dit lied op het beste album van de band: Kimono My House. De titel van die lp is een variatie op het nummer Come On-A My House van Rosemary Clooney. [DG]

1. This Town Ain’t Big Enough For Both Of Us

De meest logische nummer 1 voor deze lijst. This Town Ain’t Big Enough For Both Of Us werd de grootste hit van de band en een van de meest aparte singles uit de hoogtijdagen van de glamrock. Niet alleen dankzij de ongewone opbouw en zangpartijen, maar ook dankzij de tekst. De Mael-broers gebruikten een clichézin uit westerns voor de nogal lange titel en tot hun verbazing vond platenmaatschappij Island het nummer geschikt voor een single. Die bereikte de top vijf in Engeland en Nederland. De Maels namen hun populairste nummer later twee keer opnieuw op: één keer in een instrumentale versie en nog eens als een samenwerking met de groep Faith No More. Het origineel blijft een van de fraaiste muzikale creaties uit de jaren zeventig. [DG]