Vooral in het decennium erna brachten veel van onze rockhelden mindere of ronduit slechte platen uit, maar ook in de jaren zeventig sloegen sommigen van hen de plank mis. Soms was de inspiratie even weg, werden er platen zonder medewerking van de artiest uitgebracht of haalden sommige bandleden het in hun hoofd om het eens solo te proberen – met weinig bevredigende resultaten. Hieronder tien tegenvallende releases uit een gouden decennium voor de rockmuziek.

10. Black Sabbath – Never Say Die! (1978)

Een echt slechte plaat kun je Never Say Die! niet noemen, want nummers als Johnny Blade en A Hard Road kunnen er zeker mee door. Toch viel dit achtste en lange tijd laatste Black Sabbath-album met Ozzy Osbourne als zanger tegen, zelfs na het ook al niet geweldig ontvangen Technical Ecstasy (1976). De riffs van Tony Iommi klonken een beetje ongeïnspireerd en heel veel spelplezier is hier niet meer te bespeuren. Gelukkig kunnen we dat niet zeggen over het twee jaar geleden verschenen 13, de eerste studioplaat sinds Never Say Die! die de band met Ozzy maakte.

9. Supertramp – Indelibly Stamped (1971)

Wellicht werd het tweede Supertramp-album destijds door slechts weinigen als een teleurstelling gezien – de band was immers nog niet doorgebroken – maar achteraf gezien is het opmerkelijk dat zo’n weinig memorabele plaat tussen het prima debuut en het briljante Crime Of The Century verscheen. Net als op de eerste lp Supertramp zoeken Rick Davies en Roger Hodgson hier nog naar een eigen geluid, maar op de voorganger stonden tenminste nog pakkende nummers. Nee, het enige gedenkwaardige aan Indelibly Stamped is toch echt de gewaagde hoes.

8. Yes – Tormato (1978)

De jaren zeventig waren in artistiek opzicht een gouden decennium voor een van de mastodonten binnen de progressieve rock: Yes. Tot en met het fraaie Going For The One (1977) had de band zes prachtplaten op rij gemaakt – ook al is de dubbelaar Tales From Topographic Oceans nog steeds lang niet bij iedereen geliefd. Het in 1978 verschenen Tormato bleek echter nog veel moeilijker te verdedigen en ook Rick Wakeman was er achteraf niet over te spreken. Niet het meest geïnspireerde werk van Yes dus, maar helaas bleek deze lp niet het laatste dieptepunt in het wisselvallige oeuvre…

7. John Lodge – Natural Avenue (1977)

Als lid van The Moody Blues schreef bassist John Lodge de enige schitterende song na de andere, luister maar naar Ride My See-Saw op In Search Of The Lost Chord of Candle Of Life op To Our Children’s Children’s Children. Ook de duoplaat Blue Jays met Moodies-zanger Justin Hayward, uitgebracht in 1975, mocht er wezen. Maar op zijn eerste solopoging Natural Avenue lijkt alle inspiratie foetsie, want geen enkel nummer blijft hangen. In april brengt Lodge zowaar zijn tweede soloalbum uit, waarmee hij hopelijk meer indruk maakt.

6. Creedence Clearwater Revival – Mardi Gras (1972)

Het laatste album van Creedence Clearwater Revival bleek helaas geen waardig afscheid. Daar kunnen we John Fogerty niet de schuld van geven, want met zijn bijdragen is niets mis. Integendeel, vooral Someday Never Comes en Sweet Hitch-Hiker staan bekend als CCR-classics. Waar het misgaat op Mardi Gras is wanneer bassist Stu Cook en drummer Doug Clifford ook proberen te zingen en te schrijven. Hun bijdragen verbleken volledig bij die van Fogerty, wat het niveau van het geheel behoorlijk naar beneden haalt.

5. Bob Dylan – Dylan (1973)

Wie dacht dat de dubbel-lp Self Portrait (1970) ‘shit’ was – zoals een recensent van Rolling Stone die plaat omschreef – moest waarschijnlijk weer even huilen toen drie jaar later een album met overblijfsels van die sessies verscheen. Dylans label had de plaat zonder medewerking van de artiest samengesteld, dus Bob zelf treft niet heel veel blaam. Maar songs als Mr. Bojangles en Joni Mitchell’s Big Yellow Taxi had de singer-songwriter beter met rust kunnen laten, al is zijn versie van de traditional Lily Of The West wél geslaagd. Was lange tijd niet op cd verkrijgbaar, tot twee jaar geleden de boxset The Complete Album Collection Vol. One verscheen. Alleen voor completisten.

4. Emerson, Lake & Palmer – Love Beach (1978)

In de eerste jaren na het doorbraakoptreden op het Isle Of Wight Festival in 1970 leek de progsupergroep Emerson, Lake & Palmer niets verkeerd te kunnen doen. Althans, in de ogen van de fans, want de meeste critici moesten niets hebben van de pompeuze composities en over-the-top-liveshows. Jammer genoeg wist het trio het hoge niveau van albums als Brain Salad Surgery niet vol te houden. Sterker nog, Love Beach was ook buiten de bespottelijke coverfoto een ware deceptie. Vrijwel geen moment klonken de drie virtuozen geïnspireerd. Keith Emerson vond het achteraf gezien overigens nog wel meevallen: “Om eerlijk te zijn is het geen slecht album. Het is de albumhoes die het verpest.”

3. Peter Criss – Peter Criss (1978)

Leuk idee van de vier beschilderde mannen van KISS: allemaal op dezelfde dag een soloplaat uitbrengen. Voor Ace Frehley en Paul Stanley pakte het goed uit, want hun solopogingen waren eigenlijk best aardig. Collega’s Gene Simmons en Peter Criss konden zich echter beter beperken tot het groepswerk. Vooral de ‘Catman’ kwam met een zeer slap werkstuk dat mijlenver verwijderd was van wat KISS zo goed maakte. Daar konden enkele gerespecteerde sessiemuzikanten, onder wie Toto’s Steve Lukather, niets aan veranderen.

2. Keith Moon – Two Sides Of The Moon (1975)

Drummers die soloplaten maken… Het kan soms iets leuks opleveren: Fun In Space van Queen’s Roger Taylor en de derde albumpoging van Ringo Starr, om twee voorbeelden te noemen. Maar in het geval van misschien wel de beste rockdrummer ooit, Keith Moon, was het huilen met de pet op. Want hoe goed hij ook was met zijn drumsticks, zingen kon de knotsgekke Brit niet. De covers van Don’t Worry Baby (The Beach Boys) en In My Life (The Beatles) gaan op een verkeerde manier door merg en been. Toch een plaat die je als liefhebber van The Who gehoord moet hebben.

1. Lou Reed – Metal Machine Music (1975)

Sommigen horen in Lou Reeds dubbel-lp vol lawaai een verkeerd begrepen meesterwerk en een voorloper van de latere noiserock, maar ook veertig jaar na de release van Metal Machine Music zullen veel mensen knettergek worden van deze onluisterbare ‘electronic instrumental composition’. Vaak wordt aangenomen dat Reed hiermee min of meer ‘fuck you’ zei tegen zijn platenmaatschappij. Wat zijn bedoeling ook was, Metal Machine Music blijft nog steeds zijn meest beroerde werk, ondanks de ook al neergesabelde samenwerking met Metallica (Lulu). Gelukkig heeft de eigenzinnige zanger in zijn lange carrière meer goede dan slechte platen afgeleverd.