Op zijn 66e verjaardag is er eindelijk weer eens een nieuwe single van David Bowie uitgebracht. Wij zijn behoorlijk onder de indruk van Where Are We Now? en kijken uit naar het in maart te verschijnen album The Next Day. In zijn lange carrière heeft de Thin White Duke uiteraard een forse berg wereldhits gescoord, maar er zijn ook heel wat singles die ten tijde van de release – al dan niet ten onrechte – niet of nauwelijks door het grote publiek opgepikt werden. Classic Rock Mag zet de tien meest onderschatte Bowie-pareltjes op een rij.

10. Hallo Spaceboy (1996, van het album 1.Outside. Hitnotering: UK 12, US -, NL 33)

Na het zowel commercieel als artistiek gezien tegenvallende Black Tie White Noise toonde onze vriend op 1.Outside zijn onvoorspelbare en experimentele kant weer eens. Hallo Spaceboy was de gewaagde eerste single: een stevige brok industrial rock waarin de invloed van Nine Inch Nails doorklinkt. En ook tekstueel is Bowie vooral voor het puriteinse Amerika lekker bezig: ‘Do you like girls or boys?/It’s confusing these days’ sneert hij, in de aanloop naar het refrein. Wellicht is dat ook de reden dat Hallo Spaceboy vooral in de VS niet de waardering kreeg die het het nummer verdiende. Nog een laatste tip: blijf weg van de (iets hitgevoeligere) remix door de Pet Shop Boys, als je niet de hele dag ‘Go West’ in je hoofd wilt hebben.

9. Suffragette City (1976, van het album Changesonebowie. Hitnotering: UK -, US -, NL -)

Oorspronkelijk een albumtrack van het onvolprezen The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders Of Mars (1972), maar vier jaar uitgebracht ter promotie van de verzamelaar Changesonebowie. Een hit werd het helaas niet, maar anno 2013 is deze lekker doorrammende rocker nog steeds een favoriet van veel Bowie-fans. En volledig terecht.

8. New Killer Star (2003, van het album Reality. Hitnotering: UK 38, US -, NL -)

Eerste single van Reality, het laatste studioalbum van Bowie. Klinkt ook nu nog verrassend tijdloos, een bezwerende rocksong met het jubelende refrein en de repeterende gitaarlick van Gerry Leonard (leve de EBow) als herkenningspunten. Tekstueel is Bowie ietwat vaag als altijd, maar naar het schijnt gaat (een deel van) de tekst over de precaire situatie in het Midden-Oosten destijds.

7. Up The Hill Backwards (1981, van het album Scary Monsters (And Super Creeps). Hitnotering: UK 32, US -, NL -)

De jaren tachtig is niet de beste periode uit Davids carrière (denk bijvoorbeeld aan draken als Dancing In The Street en het gehele Never Let Me Down-album), maar Up The Hill Backwards, dat o.a. verhaalt over zijn breuk met echtgenote Angela, is toch wel een positieve uitzondering. Het dwarse karakter van de song, gecombineerd met het feit dat het hier de vierde single van Scary Monsters… betrof, is er wellicht debet aan dat het een van de kleinere Bowie-hits is, maar dat doet niets af aan de kwaliteit ervan.

6. Little Wonder (1997, van het album Earthling. Hitnotering: UK 14, US -, NL 50)

Nadat onze held al heel wat fans van zich vervreemdde met de industrial rock op 1.Outside, kwam hij een jaar later met Little Wonder, de eerste single van Earthling. Dat industrial gevoel bleek nog steeds aanwezig, maar Bowie experimenteerde deze keer zelfs met een beetje drum and bass. Wonder boven wonder (pun intended) leverde dat geen krampachtige combinatie van stijlen op, maar Little Wonder bleek voor veel oude Bowie-fans toch iets te extreem te zijn, hoewel het in het thuisland nog een kleine hit werd. Grappig feitje: in Japan bereikte Little Wonder wel de hoogste plaats van de hitlijst!

5. Prisoner Of Love (Tin Machine) (1989, van het album Tin Machine. Hitnotering: UK 48, US -, NL -)

Zoals gezegd was Bowie niet top in de eighties, maar als onderdeel van de band Tin Machine bewoog hij zich langzaamaan in de goede richting. Weg van de gedateerde pop van midden jaren tachtig dus, en het songmateriaal was alweer een stuk beter dan dat op het abominabele Never Let Me Down. Prisoner Of Love was niet de meest succesvolle single van het sowieso al niet van hits overlopende debuutalbum van Tin Machine, maar achteraf gezien was het misschien wel het sterkste nummer dat de slechts vier jaar bestaande (hard)rockband maakte.

4. I’m Afraid Of Americans (1997, van het album Earthling. Hitnotering: UK -, US 66, NL 33)

Het tweede nummer van Earthling dat onze top 10 heeft gehaald. Geschreven door Bowie samen met Brian Eno, de productie werd verzorgd door Trent Reznor van Nine Inch Nails, die ook een remix van het nummer maakte waarop hij zelf meedoet. Evenals Little Wonder bevat ook I’m Afraid Of Americans invloeden uit de industrial rock, maar het nummer als geheel is een stuk melodieuzer en ligt makkelijker in het gehoor. Waarom het dan toch geen dikke hit werd? Wellicht heeft het fijn sarcastisch gezongen refrein (‘I’m afraid of Americans/I’m afraid of the world/I’m afraid I can’t help it/I’m afraid I can’t’) er iets mee te maken…

3. Diamond Dogs (1974, van het album Diamond Dogs. Hitnotering: UK 21, US -, NL 33)

Er zijn misschien wel een paar redenen te vinden waarom Diamond Dogs ten tijde nooit een dikke hit is geworden. Allereerst is het met bijna zes minuten een niet bepaald kort radiovriendelijk liedje en daarnaast bleek het artwork, met daarop een bizarre tekening van Bowie als half mens-half hond, nogal controversieel. Desondanks is Diamond Dogs een smerig, vunzig, dampend en stampend stukje glamrock dat een veel beter lot had verdiend – en hetzelfde geldt trouwens voor het gelijknamige album, dat destijds ook al met de grond gelijk werd gemaakt door de nare critici.

2. “Heroes” (1977, van het album “Heroes”. Hitnotering: UK 24, US -, NL 8)

“Heroes” in deze lijst, zult u denken? Dat is toch gewoon een dikke hit geweest? Dat valt dus vies tegen: Nederland wist de titeltrack van een van de betere Bowie-albums nog wel enigszins op waarde te schatten, maar de rest van de wereld negeerde deze melancholieke prachtplaat op het moment van verschijnen genadeloos. Nadien groeide het nummer, geschreven in Bowie’s roemruchte ‘Berlijn-periode’, alsnog uit tot een klassieker en fanfavoriet, maar waarom het destijds niet meteen aansloeg, is een van de grootste raadsels uit de popgeschiedenis.

1. Thursday’s Child (1999, van het album ‘hours…’. Hitnotering: UK 16, US -, NL 81)

Na de rauwe experimentele platen 1.Outside en Earthling kwam The Thin White Duke in 1999 met een veel rustigere, meer introspectieve plaat: ‘hours…’. Doorspekt met referenties naar Bowie’s eerdere muzikale werk, met name uit de vroege jaren zeventig, en kwalitatief veel constanter dan zijn interessante, maar af en toe wat vermoeiende voorgangers is ‘hours…’ wellicht de beste Bowie-plaat in twintig jaar, hoewel de reacties destijds behoorlijk wisselend waren. Prijsnummer is de leadsingle Thursday’s Child, die een artiest laat horen die niet nodeloos hip wil klinken, maar ‘gewoon’ een prachtig emotioneel liedje ten gehore brengt. Bowie op zijn allerkwetsbaarst.