Het moest er maar eens van komen: ClassicRockMag bestaat inmiddels meer dan drie jaar en in die tijd hebben we talloze top 10-lijstjes gemaakt, maar een overzicht van de allerbeste albums aller tijden, daar hadden we ons nog niet aan gewaagd. Aangezien er ontzettend veel goede rockplaten gemaakt zijn, beperkten we ons deze keer niet tot tien titels, maar kwamen we – na eindeloos discussiëren – tot een heuse top 100! Daarbij kozen we overigens wel uitsluitend voor studioalbums. Vandaag deel één van onze lijst: nummers 100 tot en met 81.

100. Motörhead – Ace Of Spades (1980)

De Britse heavy metal-band Motörhead kwam in de herfst van 1980 met zijn vierde album (als je de ep The Golden Years meerekent). Opgenomen met producer Vic Maile en in een mobiele opnamestudio. Een invloedrijk album, omdat het – uiteraard in retrospectief – een belangrijke plaat was in de ontwikkeling van de metalmuziek. Elf jaar geleden verscheen een uitgave met twee cd’s, inclusief vijftien alternatieve takes. [FT]

CRM 100

99. Pink Floyd – The Piper At The Gates Of Dawn (1967)

Wie Pink Floyd enkel kent van de symfonische meesterwerken uit de jaren ‘70, krijgt een flinke cultuurshock bij het beluisteren van deze debuutplaat. Als enige album onder leiding van Syd Barrett is The Piper At The Gates Of Down een ware sleutelplaat op het gebied van psychedelische rock. Van een typische, charmante Barrett-compositie als Bike tot aan de absurde instrumentale improvisatie Interstellar Overdrive: dit album biedt alles wat je nodig hebt om een LSD-trip te voorzien van muziek. Helaas is dat ook wat Barrett (iets te vaak) deed… [SS]

CRM 99

98. Yes – The Yes Album (1971)

Dankzij de komst van Steve Howe, die gitarist Peter Banks verving, kreeg Yes veel meer een eigen identiteit. Na twee niet meer dan aardige platen van de eerste line-up betekende The Yes Album dan ook de definitieve doorbraak voor de Britse progrockers. Veel fans zien dit album als het eerste meesterwerk van de band en de nummers Yours Is No Disgrace, I’ve Seen All Good People en Starship Trooper werden ware Yes-klassiekers. Na de release werd toetsenist Tony Kaye vervangen door Rick Wakeman, waarmee de klassieke bandbezetting compleet was. [DG]

CRM 98

97. ZZ Top – Tres Hombres (1973)

Hoewel het commerciële succes van Tres Hombres later volledig overschaduwd wordt door Eliminator (1983), was de plaat een belangrijke stap in het succes van ZZ Top: het gaf de toen nog een stuk minder bebaarde mannen hun eerste top 10-notering en maakte hen een stuk bekender bij het grotere publiek. De fijne mix van blues en southern rock komt vooral op de klassieker La Grange goed naar voren. Let trouwens op wanneer je dit album op cd hebt: alle uitgaven tot 2006 bevatten een duidelijk minder goede remix van de plaat! [SS]

CRM 97

96. Steely Dan – Aja (1977)

Vaak genoemd als het meesterwerk van Steely Dan en inderdaad een geniale opvolger van The Royal Scam (1976). Van de zeven tracks op Aja zijn vier songs heel bekend: Peg, Josie, Deacon Blues en het titelnummer, waarin de beroemde jazzmuzikant Wayne Shorter een heerlijke saxofoonsolo speelt. Walter Becker en Donald Fagen schakelden ook de hulp in van een aantal andere zeer getalenteerde sessiemuzikanten en zangers, onder wie Dean Parks, Larry Carlton, Joe Sample, Michael McDonald en Timothy B. Schmit. Het niet op single verschenen, briljant opgebouwde Black Cow moet wel een van de mooiste openingstracks ooit zijn. [DG]

CRM 96

95. Meat Loaf – Bat Out Of Hell (1977)

Met het album Bat Out Of Hell vestigde Meat Loaf definitief zijn naam als zanger – maar misschien nog meer als entertainer. Het is het tweede album van Marvin Lee Aday, de naam die in het paspoort van Meat staat. De muziek is – uiteraard – van Jim Steinman, die met een mix van rock & roll (‘Phil Spector’) en opera (‘Richard Wagner’) tot zijn typerende Wagneriaanse rock kwam. Het resultaat: onder meer de grote hit Paradise By The Dashboard Light, het minder bombastische You Took the Words Right Out Of My Mouth (Hot Summer Night) en het rustige Heaven Can Wait. Na dit album volgden nog deel 2 (1993: Back Into Hell) en deel 3 (2006: The Monster Is Loose). [FT]

CRM 95

94. Metallica – Metallica (1991)

The Black Album, zoals de titelloze plaat van Metallica uit 1991 beter bekend staat, is nog altijd het commerciële hoogtepunt van de band dankzij klassiekers als Enter Sandman, Sad But True en Nothing Else Matters. In tegenstelling tot de progressieve metal met opmerkelijke songstructuren en razendsnelle riffs die voorganger …And Justice For All (1989) te bieden had, laat The Black Album een veel simpeler – doch zeer doeltreffend – geluid horen. Controversieel onder de fans van het eerste uur, maar wat ons betreft terecht een klassieker. [SS]

CRM 94

93. Lou Reed – Transformer (1972)

Met de hulp van David Bowie en diens gitarist Mick Ronson als producers brak Lou Reed in 1972 door met zijn tweede soloalbum Transformer, een overduidelijk veel beter werk dan het wat lauwe titelloze solodebuut uit hetzelfde jaar. Op geen enkele lp die hij na The Velvet Underground maakte zijn zo veel klassiekers te vinden als op Transformer, waaronder Perfect Day, Vicious, Satellite Of Love en de vreemde hit Walk On The Wild Side. [DG]

CRM 93

92. Janis Joplin – Pearl (1971)

In feite bracht Janis Joplin tijdens haar leven slechts één soloplaat uit en dat was niet deze. Nadat de zangeres met de schuurpapieren stem uit Big Brother And The Holding Company stapte, maakte ze haar alleraardigste debuut I Got Dem Ol’ Kozmic Blues Again Mama! Haar tweede plaat Pearl, opgenomen met de Full Tilt Boogie Band, kwam pas na haar tragische dood uit. Veel fans zien deze lp als het beste werk van de iconische zangeres en Me And Bobby McGee werd haar enige nummer 1-hit in Amerika. Weer een jaar later verscheen de dubbel-lp Joplin In Concert, die overigens ook zeer de moeite waard is. [DG]

CRM 92

91. The Moody Blues – Days Of Future Passed (1967)

Nadat The Moody Blues halverwege de jaren zestig al succesvol was met totaal andere muziek koos de band – inmiddels met Justin Hayward en John Lodge in de gelederen – voor een nieuwe richting. Het resultaat was Days Of Future Passed, een meesterlijk album dat vaak gezien wordt als een voorloper van de symfonische rock en de eerste plaat van een reeks die Moodies-fans de ‘classic 7’ noemen. Op de lp, opgenomen met The London Festival Orchestra, staan ook twee van de bekendste songs van de band: Tuesday Afternoon en het onvergetelijke Nights In White Satin. [DG]

CRM 91

90. Paul McCartney & Wings – Band On The Run (1973)

Het is misschien wel de beste plaat die Paul McCartney na de breuk met de andere Beatles maakte: Band On The Run. In ieder geval is de lp met afstand de beste onder de naam Wings. Naast uiteraard de meesterlijke, gevarieerde titeltrack werden ook het melodieuze Jet en Mrs Vandebilt ware McCartney-klassiekers. Maar vrijwel alle tracks die tot stand kwamen tijdens het rampzalige verblijf in Lagos, waar het koppel McCartney zelfs beroofd werd, klinken nog steeds verdomd goed. Enigszins onderbelicht is het lied Picasso’s Last Words (Drink To Me), dat Sir Paul schreef toen Hollywoodster Dustin Hoffman hem uitdaagde om een lied over Pablo Picasso te schrijven. [DG]

CRM 90

89. Roxy Music – For Your Pleasure (1973)

Het tweede album van Roxy Music wordt vaak gezien als het meesterwerk van de band. For Your Pleasure was de laatste plaat waarop Brian Eno nog meedeed en zijn invloed is duidelijk hoorbaar in onder meer het experimentele The Bogus Man en de ambient-achtige geluiden in het tweede deel van de futuristische titeltrack. Do The Strand werd een hit en het macabere In Every Dream Home A Heartache werd eerder door ons uitgeroepen tot het beste Roxy Music-nummer ooit. Na zijn vertrek maakte Eno enkele ijzersterke rockplaten (o.a. Here Come The Warm Jets), voordat hij zich voornamelijk op instrumentale elektronische muziek ging richten. [DG]

CRM 89

88. Led Zeppelin – Houses Of The Holy (1973)

Het vijfde Led Zeppelin-album Houses Of The Holy was het meest veelzijdige werk van de band tot dan toe, met zelfs een reggaeachtig lied (D’yer Mak’er) op de tracklist. Verder natuurlijk weer een overvloed aan Led Zep-klassiekers, waaronder No Quarter, The Song Remains The Same en het hemelse The Rain Song. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het titelnummer ook op de lp zou staan, maar zoals alle fans weten, vond de band dat Houses Of The Holy hier niet paste en de track kreeg pas twee jaar later een plaatsje op de volgende plaat: Physical Graffiti. [DG]

CRM 88

87. Iron Maiden – The Number Of The Beast (1982)

Met The Number Of The Best zette Iron Maiden in 1982 niet alleen voor altijd de standaard voor zichzelf, maar ook voor zo’n beetje de hele heavy metalwereld. Maar behalve de muzikale kwaliteit zijn er meer elementen die deze plaat essentieel maken in de ontwikkeling van de band. Het was het eerste album met zanger Bruce Dickinson en ook het eerste dat op nummer 1 wist te komen in de Britse albumlijst. Met Powerslave (1984) zou Iron Maiden nog een minstens net zo goede plaat afleveren, maar The Number Of The Best zal altijd hét album van de band blijven. [SS]

CRM 87

86. Electric Light Orchestra – Out Of The Blue (1977)

Voor veel fans geldt het symfonische Eldorado (1974) als het meesterwerk van ELO, maar de dubbel-lp Out Of The Blue was opnieuw een enorm commercieel én artistiek succes voor Jeff Lynne en de zijnen. De derde plaatkant, met de bijtitel Concerto For A Rainy Day, vormt toch wel het fraaiste deel van het album – mede dankzij de aanwezigheid van de radiofavoriet Mr. Blue Sky. Die single bleek niet de enige hit van Out Of The Blue, want ook Turn To Stone, Wild West Hero en Sweet Talkin’ Woman stonden hoog in de (Britse) hitlijst. [DG]

CRM 86

85. Marillion – Misplaced Childhood (1985)

Het album dat Marillion, de helden van de ‘neoprog’, een enorme hit bezorgde in de vorm van het poppy Kayleigh (de volgende single Lavender deed het ook niet verkeerd), maar bovenal een adembenemend conceptalbum én de beroemdste plaat van de band – met of zonder Fish als zanger. Hij verwerkte autobiografische elementen in de teksten, die thema’s als liefde en verloren onschuld behandelen, met niet zelden hartverscheurend resultaat. Helaas voor de Fish-fans volgde er nog maar één Marillion-plaat met deze frontman, Clutching At Straws (1987), maar het werk van de band met zijn opvolger Steve Hogarth is vaak minstens zo goed. [DG]

CRM 85

84. Peter Gabriel – So (1986)

Dankzij So en de single Sledgehammer (met bijbehorende stop-motion videoclip) wist Peter Gabriel zich in 1986 onsterfelijk te maken en voor het eerst ook een veel groter publiek te bereiken. Gabriel flirt met Motown (Sledgehammer), wereldmuziek (Mercy Street, In Your Eyes) en perfecte poprock (Red Rain). Hoewel de vier titelloze voorgangers van deze plaat misschien net iets spannender waren, zou het geenszins terecht zijn om So weg te zetten als een ‘gewone’ popplaat. Ja, het is ongetwijfeld Gabriels meest commerciële en radiovriendelijke album, maar de genialiteit ervan ontstijgt al die termen. [SS]

CRM 84

83. Rush – 2112 (1976)

Werd op het derde Rush-album Caress Of Steel al een hele plaatkant gereserveerd voor het bijna twintig minuten durende The Fountain Of Lamneth, op het meesterwerk 2112 gingen de drie virtuoze Canadezen daar nog eens overheen met het epische, sciencefictionachtige titelstuk, waarvoor drummer en tekstschrijver Neil Peart zich liet inspireren door het werk van dichteres Ayn Rand. Mede dankzij het sublieme samenspel geldt de zevendelige 2112-suite voor veel fans als het beste wat de band ooit op plaat heeft gezet. Ook de vijf kortere tracks op de tweede plaatkant zijn stuk voor stuk sterk, met het voor Rush-begrippen erg rustige Tears als hoogtepunt. [DG]

CRM 83

82. Boston – Boston (1976)

Het debuut van Boston behoort tot de beste rockplaten uit de jaren zeventig en dat is zeker niet alleen vanwege de hit More Than A Feeling, die je nog steeds regelmatig op de radio kunt horen. Ook de zeven andere songs, waaronder Peace Of Mind, Foreplay/Long Time en Rock & Roll Band, zitten fantastisch in elkaar en hebben de direct herkenbare Boston-sound. Helaas wisten Tom Scholz en de zijnen het succes van deze te gekke plaat nooit meer te evenaren, al zijn ook de twee opvolgers Don’t Look Back (1978) en Third Stage (1986) absoluut de moeite waard. [DG]

CRM 82

81. U2 – Achtung Baby (1991)

Wat bezielt een Ierse rockband om een Duitstalige albumtitel te bedenken? Deze plaat verscheen drie jaar na het matige Rattle And Rum, een tussendoortje tussen The Joshua Tree en Achtung Baby. Opnieuw een album dat door Daniel Lanois werd geproduceerd. Mede door de co-productie met Brian Eno was op Achtung Baby meer elektronica te horen. Dit album bevat ook het uitstekende One, later nog gecoverd door Johnny Cash voor zijn American Recordings. [FT]

CRM 81