Het moest er maar eens van komen: ClassicRockMag bestaat inmiddels meer dan drie jaar en in die tijd hebben we talloze top 10-lijstjes gemaakt, maar een overzicht van de allerbeste albums aller tijden, daar hadden we ons nog niet aan gewaagd. Aangezien er ontzettend veel goede rockplaten gemaakt zijn, beperkten we ons deze keer niet tot tien titels, maar kwamen we – na eindeloos discussiëren – tot een heuse top 100! Daarbij kozen we overigens wel uitsluitend voor studioalbums. Na het eerste deel van de lijst vandaag de nummers 80 tot en met 61.

80. T. Rex – Electric Warrior (1971)

Marc Bolan was net als David Bowie een pionier op het gebied van de glamrock en Electric Warrior wordt vaak gezien als het eerste album in het genre. Onder de naam Tyrannosaurus Rex maakte Bolan voorheen weinig commerciële folkmuziek, maar op het eerste album als T. Rex en de single Ride A White Swan was de zanger en gitarist al op weg om een van de grote Britse rockiconen te worden. Met Electric Warrior maakte hij zijn meesterwerk, en dat is niet alleen te danken aan de grote hit Get It On (of Bang A Gong, zoals het nummer in Amerika getiteld werd). Songs als Cosmic Dancer, Jeepster en Mambo Sun zijn even onvergetelijk. [DG]

crm100 - 80

79. Black Sabbath – Master Of Reality (1971)

De derde Black Sabbath-lp was nog harder en duisterder dan de eerste twee platen (en misschien ook wel heavier dan alle latere albums met uitzondering van Dehumanizer). Mede dankzij de onverbiddelijke riffs van Tony Iommi werden songs als Children Of The Grave, Into The Void en Sweet Leaf ware metalklassiekers, die van grote invloed waren op subgenres die later in de rock/metal ontstonden. Ook mooi is het kalme Solitude, waarin Iommi de fluit speelt. Je zou het niet zeggen, maar het is toch echt Ozzy die je daar hoort zingen! [DG]

crm100 - 79

78. Jethro Tull – Thick As A Brick (1972)

In de ogen van critici was Jethro Tulls voorgaande lp Aqualung een conceptplaat, maar daar was frontman Ian Anderson het toch niet mee eens. Dus maakte de zanger/fluitist een parodie op conceptalbums. Het resultaat was het in de beroemde krantenhoes verpakte Thick As A Brick, dat zogenaamd een muzikale bewerking was van een gedicht van de achtjarige Gerald Bostock – een fictief personage. De plaat bleek een enorm succes en in Amerika behaalde de lp zelfs de bovenste positie in de albumlijst. In 2012 kwam Anderson overigens met een vervolg op Thick As A Brick (TAAB2: Whatever Happened To Gerald Bostock?), dat hij onder eigen naam uitbracht. [DG]

crm100 - 78

77. Judas Priest – Painkiller (1990)

In 1990 kwamen de mannen van Judas Priest met hun twaalfde studioalbum Painkiller. Een heuse pijnstiller was het niet – de band presenteerde een behoorlijk harde speedmetalplaat. Het was het eerste album met Racer X-drummer Scott Travis en (voorlopig) het laatste met leadzanger Rob Halford. Begin 1991 kreeg de band een heuse Grammy-nominatie voor dit album in de categorie Best Metal Performance, maar moest het gewilde beeldje afstaan aan Metallica (voor de cover van het Queen-nummer Stone Cold Crazy). Voor de chauvinisten onder ons: Painkiller werd opgenomen in het Franse Brignoles, maar gemixt in de Wisseloord Studios te Hilversum. [FT]

crm100 - 77

76. AC/DC – Highway To Hell (1979)

Het laatste AC/DC-album met Bon Scott is meteen ook het beste van de band uit ‘zijn’ periode. Dat blijkt alleen al uit het aantal klassiekers dat erop te vinden is, zoals Touch Too Much, If You Want Blood (You’ve Got It), Shot Down in Flames en natuurlijk het titelnummer. Niet alleen het uiterst sterke songmateriaal, maar ook de wissel van producer (bij Highway To Hell zat de legendarische Robert John “Mutt” Lange achter de knoppen) was van grote invloed op deze plaat. [AM]

crm100 - 76

75. The Doors – L.A. Woman (1971)

Het zesde en laatste album dat The Doors met Jim Morrison maakte, bleek het sterkste van de band sinds het debuut en dat maakt het overlijden van de excentrieke frontman natuurlijk alleen maar tragischer. Maar L.A. Woman is een zeer waardig afscheid, alleen al vanwege het tijdloze, mysterieuze Riders On The Storm. Daarnaast werden de titelsong, Love Her Madly en The WASP uiteraard ook grote fanfavorieten. De band was ten tijde van de opnames al gestopt met optreden, maar drie decennia later voerden Robby Krieger en Ray Manzarek alsnog nummers van L.A. Woman uit – ditmaal met The Cult-frontman Ian Astbury. [DG]

crm100 - 75

74. Santana – Abraxas (1970)

Een wervelend optreden op Woodstock bezorgde Santana in 1969 de verdiende doorbraak. Het in dezelfde maand uitgebrachte debuutalbum klom omhoog naar de top vijf van de Amerikaanse albumlijst en werd een jaar later gevolgd door een nog groter succes. Abraxas was het eerste nummer 1-album van de latinrockers en bracht de hits Black Magic Woman en Oye Como Va voort, alsook de beroemde gitaarinstrumental Samba Pa Ti en de prachtige rocksong Hope You’re Feeling Better. Het succes bleef aanhouden, want het derde album kwam in 1971 ook al op nummer 1. [DG]

crm100 - 74

73. Aerosmith – Toys In The Attic (1975)

De mannen van Aerosmith waren in de jaren tachtig en negentig op hun commerciële hoogtepunt, maar veel fans zijn het er vast mee eens als we zeggen dat de band nooit meer betere platen maakte dan in de seventies. Met het debuut had de band in 1973 al een veelbelovende start gemaakt, maar het was de derde lp Toys In The Attic die de definitieve doorbraak bezorgde. Logisch ook, want de plaat staat vol met krakers, inclusief de hits Sweet Emotion en Walk This Way (al kwam die tweede pas dankzij een re-release in de hitlijst). Het hoge niveau werd nog even vastgehouden met opvolger Rocks (1976). [DG]

crm100 - 73

72. Bruce Springsteen – Darkness On The Edge Of Town (1978)

Fans van Bruce Springsteen moesten na Born To Run bijna drie jaar wachten op de opvolger. Toen de plaat eindelijk verscheen – op 2 juni 1978 – bleek Darkness On The Edge Of Town het wachten meer dan waard. Daar ging wel het nodige juridische gerommel aan vooraf: manager Mike Appel werd aangeklaagd omdat hij Springsteen zijn artistieke vrijheid ontnam en grotendeels de rechten op de songs in zijn bezit had. Een voortslepende rechtszaak volgde, maar het lukte The Boss om controle te krijgen over zijn eigen werk. Hij was productiever dan ooit en kon wel vier platen vullen met de vele songs die hij had geschreven (een aantal daarvan verscheen in 2010 op de dubbel-cd The Promise). Darkness On The Edge Of Town werd een donkerder album dan de voorganger, inclusief het snijdende Adam Raised A Cain, live-favorieten Badlands en The Promised Land, en het bloedmooie Racing In The Street. [DG]

crm100 - 72

71. Neil Young – Tonight’s The Night (1975)

Al twee jaar eerder opgenomen, maar pas in 1975 verschenen, dit hartverscheurende album van Neil Young. De muziek was, net als die van de twee andere titels uit de ‘Ditch Trilogy’ (Time Fades Away en On The Beach), nogal somber en daardoor mijlenver verwijderd van het uitermate succesvolle Harvest (1972), maar inmiddels rekenen we Tonight’s The Night tot ’s mans beste werk. Na de dood van Crazy Horse-gitarist Danny Whitten overleed ook roadie Bruce Berry, waarna Young met vrienden als Jack Nitzsche en Nils Lofgren verdrietig stemmende songs als Tonight’s The Night, Mellow My Mind en Tired Eyes opnam. De uitvoeringen zijn verre van vlekkeloos, maar dat maakt een plaat als deze juist zo goed. Later in 1975 verscheen ook nog eens het uitstekende Zuma. [DG]

crm100 - 71

70. The Band – The Band (1969)

De opvolger van Music From Big Pink (met de beroemde door Bob Dylan getekende hoes) bevatte twaalf geweldige songs van Robbie Robertson – soms geschreven in combinatie met andere Bandleden. Deze titelloze tweede plaat verkocht in Amerika een stuk beter dan de voorganger, en onder meer The Night They Drove Old Dixie Down (later een hit voor Joan Baez) en Up On Cripple Creek werden livefavorieten. Geen van de latere Band-albums is zo goed als de eerste twee, hoewel Northern Lights-Southern Cross (1975) nogal onderschat wordt. [DG]

crm100 - 70

69. John Lennon – Imagine (1971)

De meeste muziekliefhebbers zullen het met ons eens zijn dat de eerste twee échte soloplaten van John Lennon (de experimentele lp’s die hij in de jaren zestig met Yoko maakte dus niet meegerekend) ook veruit de beste van de ex-Beatle zijn. Welke van die twee de betere is, daar zijn de meningen dan weer over verdeeld, maar met Imagine maakte hij een meesterlijke opvolger van John Lennon/Plastic Ono Band, met onvergetelijke nummers als Jealous Guy (later ook een grote hit voor Roxy Music), het protestlied Gimme Some Truth en natuurlijk de titelsong. Die laatste was vorig jaar veel op de radio te horen na de aanslagen in Parijs. [DG]

crm100 - 69

68. Golden Earring – Moontan (1973)

Een commercieel en artistiek hoogtepunt voor Golden Earring, en dat is natuurlijk voor een belangrijk deel te danken aan de hit Radar Love, het nummer dat de band internationale onsterfelijkheid bezorgde en zowel hier als in de Verenigde Staten nog altijd een ultiem ‘snelwegnummer’ is. Radar Love bereikte de dertiende plek van de Amerikaanse hitlijst Billboard Hot 100; de verkoopcijfers van het album leverden de band daar bovendien een gouden plaat op. Maar Moontan heeft meer te bieden dan dat ene nummer. Andere hoogtepunten op de plaat zijn het ijzersterke progstuk Vanilla Queen en het rockende Just Like Vince Taylor, dat ook een ware Earring-klassieker werd. [SS]

crm100 - 68

67. Lynyrd Skynyrd – Pronounced ‘Lĕh-‘nérd ‘Skin-‘nérd (1973)

Het eerste album van Lynyrd Skynyrd geldt nog altijd als een mijlpaal van de southern rock. Onder productie van Al Kooper (ex-Blood, Sweat & Tears) – die de band ontdekte – ontstond een droomdebuut. De unieke Skynyrd-sound, gekenmerkt door de sterke zang van Ronnie Van Zant en de gecombineerde talenten van maar liefst drie gitaristen (Allen Collins, Gary Rossington en Ed King), werd direct steengoed neergezet in fanfavorieten als Gimme Three Steps, Tuesday’s Gone, Simple Man en natuurlijk het briljante Free Bird. Samen met opvolger Second Helping het beste studiowerk van de band. [DG]

crm100 - 67

66. Supertramp – Crime Of The Century (1974)

De twee eerste albums van Supertramp – het onderschatte self-titled debuut en het maar matige Indelibly Stamped – deden helemaal niets, maar gelukkig kreeg de Britse band nog een kans. Het net iets toegankelijkere Crime Of The Century werd namelijk niet alleen een commercieel succes maar ook misschien wel de beste (studio)plaat die Supertramp ooit maakte. Met tijdloos werk als School, Hide In Your Shell en Dreamer is het volstrekt logisch dat de band juist dankzij deze plaat een definitieve doorbraak beleefde. [DG]

crm100 - 66

65. Metallica – Ride The Lightning (1984)

Metallica was in de jaren tachtig in absolute topvorm. Ride The Lightning bevestigt alles wat het debuut Kill ‘Em All al liet horen en doet daar nog eens even een schepje of dertig bovenop. Zowel commercieel als artistiek wist het album zijn voorganger dan ook te overtreffen. Opmerkelijk: Dave Mustaine wordt nog steeds genoemd als co-schrijver van twee nummers, hoewel hij al voor de opnames van Kill ‘Em All uit de band was gezet. [AM]

crm100 - 65

64. Led Zeppelin – Led Zeppelin III (1970)

De derde plaat van Led Zeppelin wordt vaak gezien als de minste van de eerste vier, maar geldt natuurlijk nog steeds als een ware klassieker. Op Led Zeppelin III kwamen de folkinvloeden van de band nog meer bovendrijven, vooral in songs als Tangerine en Gallows Pole op de tweede plaatkant. Als de lp dan ook nog de classics Immigrant Song en Since I’ve Been Loving You bevat, heb je een plaat die eigenlijk even essentieel is als de twee voorgangers (en opvolgers). [DG]

crm100 - 64

63. David Bowie – Hunky Dory (1971)

Een van de beste albums die de begin dit jaar overleden David Bowie ons heeft nagelaten. Hunky Dory bereikte echter pas echt een groot publiek nadat de zanger met Ziggy Stardust een superster werd. Zo kwam de single Life On Mars? niet eerder dan in 1973 hoog in de Britse hitlijsten te staan. Verder bevat Bowies vierde plaat een aantal van zijn meest tijdloze songs, zoals Changes, Oh! You Pretty Things en het aandoenlijke Kooks, dat hij schreef voor zijn pasgeboren zoon Duncan Jones. [DG]

crm100 - 63

62. Genesis – The Lamb Lies Down On Broadway (1974)

Het maken van het zesde studioalbum van Genesis was niet echt een pretje, en achteraf is het dan ook niet verwonderlijk dat Peter Gabriel tijdens de opvolgende tour zijn afscheid aankondigde. Om verschillende redenen was hij tijdens het componeren en repeteren van de plaat afwezig, waardoor hij niet meeschreef aan de meeste muziek. Wel wilde hij per se alle teksten schrijven, en kwam met een concept over Rael die zijn broer John moet redden en daarbij van alles tegenkomt. Wij zijn blij dat Gabriel pas na dit album vertrok en niet tijdens het maken ervan, want The Lamb Lies Down On Broadway is samen met voorganger Selling England By The Pound het beste en meest imposante dat Genesis ooit maakte. [SS]

crm100 - 62

61. The Who – Quadrophenia (1973)

Nadat de nieuwe rockopera Lifehouse op niets uitliep en ‘slechts’ resulteerde in een gewoon studioalbum van The Who, werd in 1973 met Quadrophenia een ambitieus project gerealiseerd dat minstens net zo indrukwekkend was als Tommy. De hoofdpersoon was deze keer ene Jimmy die aan schizofrenie leidt, waarbij zijn verschillende persoonlijkheden naar verluidt symbool zouden staan voor de bandleden van The Who. Commercieel gezien een wellicht wat ondergewaardeerd album, maar wie zich ook maar een klein beetje in The Who heeft verdiept, weet dat Quadrophenia essentieel is. [SS]

crm100 - 61