Classic Rock Mag licht elke week de cruciale momenten uit de carrière van een legendarische band of artiest uit. Welke songs, optredens of gebeurtenissen achter de schermen zijn van grote invloed geweest op de loopbanen van deze iconen? Deze week werpen we een blik op de wonderbaarlijke geschiedenis van Frank Zappa.

1. You’re Probably Wondering Why I’m Here: Zappa ontmoet Captain Beefheart

Hoewel de invloed van Zappa op de carrière van Captain Beefheart groter is dan andersom, heeft de als Don Glen Vliet (later veranderd in Don Van Vliet) geboren muzikant ook zeker de muziek van Zappa zelf medegevormd. Hoe kan het ook anders: de twee ontmoetten elkaar al eind jaren 50 op school, waar ze een gemeenschappelijke interesse in R&B-platen ontwikkelden. Zappa en Van Vliet zaten vaak uren in de kamer van die laatste naar platen te luisteren, waarbij Van Vliet zijn moeder regelmatig opdroeg om Pepsi voor hem te halen (wat Zappa later inspireerde tot het schrijven van Why Doesn’t Someone Give Him A Pepsi? De twee zouden elkaar in de jaren daarop muzikaal blijven beïnvloeden, met de door Zappa geproduceerde Captain Beefheart-plaat Trout Mask Replica als hoogtepunt. Irritaties waren er ook: regelmatig was er ruzie en tijdens de Bongo Fury Tour in 1975 liepen de spanningen zelfs zo hoog op, dat de twee elkaar daarna jaren uit het oog verloren. [SS]

frank-zappa-captain-beefheart

2. It Just Might Be A One-Shot Deal: Tom Wilson ontdekt The Mothers Of Invention

De eerste stappen in de muziekwereld gingen Zappa helemaal niet slecht af. Hij componeerde en produceerde voor andere artiesten, maakte soundtracks voor twee b-films en experimenteerde onuitputtelijk in de studio met nieuwe opnametechnieken. Nadat hij door Ray Collins in diens band was gevraagd als gitarist en zanger, groeide zijn rol al snel uit tot bandleider en evolueerde de groep in The Mothers, en later The Mothers Of Invention. Het was Tom Wilson die de carrière van Zappa en de band naar een nieuw niveau wist te tillen. Wilson was inmiddels legendarisch geworden dankzij zijn werk als producer voor onder meer Bob Dylan en Simon & Garfunkel. Hij ontdekte de band en regelde een platencontract bij Verve Records, waarna al snel het debuut Freak Out! in de schappen lag.  Hoewel Wilson op die plaat als producer wordt genoemd, zou Zappa naar verluidt een groot deel van die taken zelf op zich hebben genomen. Desalniettemin mag de ontmoeting tussen de twee een absoluut sleutelmoment in de carrière van Zappa worden genoemd. [SS]

3. Orchestral Favorites: Eerste experiment met modern klassiek

“Ik wil nog wel een keer vertellen wat klassieke muziek is”, zei Zappa in 1983, “Het is muziek van mensen die al heel lang dood zijn. Muziek volgens een formule, net als de top veertig-muziek.” Rolling Stone-journalist David Frickle beschrijft Zappa’s eerste experiment met modern klassiek op zijn eerste soloalbum Lumpy Gravy (1967) dan ook treffend als ‘avant-garde klassieke muziek in top veertig-segmenten’. Nu kun je vrijwel al het werk van Zappa als ‘love it or hate it’ bestempelen, maar ook onder de fans zijn de meningen verdeeld over deze ongewone lp. Uiteraard speelde klassieke muziek in zijn verdere carrière nog regelmatig een grote rol. Zo voerde The London Symphony Orchestra zijn composities uit op de lp’s London Symphony Orchestra Vol. 1 (1983) en Vol. 2 (1987), en vallen de laatste plaat voor Zappa’s dood (The Yellow Shark, 1993) en het eerste postuum verschenen album Civilization Phase III (een ‘vervolg’ op Lumpy Gravy) in deze categorie. [DG]

4. Go Cry On Somebody Else’s Shoulder: Het uiteenvallen van The Mothers Of Invention

Achteraf gezien kan je gerust zeggen dat het einde van The Mothers Of Invention er ruimschoots van tevoren aan zat te komen. Op het creatieve vlak bewoog Zappa richting steeds experimentele wegen en zijn perfectionisme en bazigheid zorgden voor steeds meer spanningen. Toch waren het –in ieder geval volgens Zappa zelf– vooral de financiën die hem deden besluiten de groep op te heffen. Op een gegeven moment telde The Mothers Of Invention 9 leden, die allemaal door Zappa in hun levensonderhoud werden voorzien, of er nou gespeeld werd of niet. Sommige muzikanten waren boos op Zappa, maar velen duiken op latere soloplaten nog steeds op.  [SS]

5. The Wide Screen: Zappa de filmmaker

Voordat Zappa in 1971 zijn film 200 Motels uitbracht, had hij al het idee om een sciencefictionfilm met de titel Uncle Meat te maken (de gelijknamige dubbelplaat uit 1969 zou de soundtrack daarvan worden). Helaas werd dat project nooit voltooid, hoewel er in 1987 wel een ‘Making Of’-documentaire over de film verscheen. Zodoende maakte Zappa – in samenwerking met co-regisseur Tony Palmer – zijn eerste rolprent met 200 Motels, een surrealistische, onzinnige film waarin ook Ringo Starr en Keith Moon te zien waren. Later regisseerde Zappa ook zijn eigen muziekfilms, zoals Baby Snakes en The Dub Room Special, en ook als acteur was hij soms actief. Zo zijn de cameo als schurk in de hitserie Miami Vice en een gastrol in de Monkees-film Head onvergetelijk. [DG]

6. Why Does It Hurt When I Pee?: Zappa wordt van het podium geduwd door een fan

In december 1971 zouden er binnen een week twee nare, maar achteraf belangrijke incidenten plaatsvinden. Allereerst was er een optreden van Zappa in Montreux, waar een overenthousiaste fan een lichtkogel afvuurde op het plafond. Gevolg: het hele theater brandde af, inclusief de apparatuur van de band. Er raakte niemand gewond en op de muzikale carrière van Zappa had het nauwelijks invloed, maar op die van een andere band des te meer: de mannen van Deep Purple waren in Montreux hun nieuwe album aan het opnemen en de rook die zich over het Meer van Genève verspreidde inspireerde hen tot het schrijven van…Smoke On The Water. Het tweede incident, na een week pauze en met gehuurde apparatuur, was een stuk ernstiger: tijdens de toegift werd Zappa door een fan van het podium geduwd in een diepe orkestbak. De band dacht dat hij dood was. Dat was niet het geval, maar zijn vele verwondingen weerhielden hem er ruim een half jaar van om te toeren. Wegens een verbrijzeld strottenhoofd zou hij bovendien voor altijd een lagere stem hebben dan voorheen. Het incident inspireerde wel een aantal songteksten, zoals die van Zomby Woof en Dancin’ Fool.  [SS]

7. Over-nite Sensation: Commercieel succes

Zappa en commercie gingen nooit goed samen. Maar ja, zoals hij zelf al eens zei: “Most people wouldn’t know music if it came up and bit them in their ass.” Toch heeft de besnorde meester het soms best aardig gedaan in de albums- en singleslijsten. Dat gebeurde in Amerika voor het eerst in 1974, na de release van het album Apostrophe (‘). Die lp, waarop Zappa nogmaals liet horen dat hij een geweldige gitarist was, bereikte daar de top tien en werd net als de voorganger Over-nite Sensation goud. Pas in 1982 scoorde hij echter zijn eerste echte top 40-hit in Amerika, met het hilarische Valley Girl (met zang van dochter Moon Unit). In Nederland is het in 1979 uitgebrachte Dancin’ Fool zijn bekendste lied, terwijl Bobby Brown Goes Down het ook goed deed in Europa. [DG]

8. Blessed Relief: Onafhankelijkheid met Zappa Records

Die twee laatstgenoemde Zappa-klassiekers zijn afkomstig van het dubbelalbum Sheik Yerbouti, de eerste release op zijn eigen Zappa Records. In de jaren daarvoor lag de muzikant overhoop met Warner Bros. Records. Hij kwam in 1977 met zijn grootse project Läther – inclusief prachtig materiaal als Titties ’n Beer, The Black Page en The Legend Of The Illinois Enema Bandit – maar het label vertikte het om een vierdubbel-lp uit te brengen. In plaats daarvan verschenen in 1978 en 1979 vier verschillende albums met songs van het Läther-project: Zappa In New York (waaraan Zappa zelf nog wel meewerkte), Studio Tan, Sleep Dirt en Orchestral Favorites. Na een rechtszaak tegen Warner Bros. startte Zappa zijn eigen onafhankelijke platenlabel. Met Sheik Yerbouti en de maffe rockopera Joe’s Garage begon Zappa Records met twee ijzersterke platen. Het drie cd’s tellende Läther verscheen overigens alsnog na Zappa’s dood. [DG]

9. Porn Wars: Zappa vs. The Mothers Of Prevention

In de jaren 80 maakte Zappa zich zorgen over een organisatie die zich Parents Music Resource Centre (PMRC) noemde. Deze organisatie, waar vooral vrouwen van hooggeplaatste politici in zaten, hield zich bezig met het waarschuwen tegen ‘schadelijke’ teksten in popmuziek. Zappa, zelf natuurlijk niet vies van een dubbele, seksueel getinte laag in zijn songs, zag dit als een poging tot censuur. Hij liet zich horen door een speciale commissie van de Amerikaanse senaat, en samplede delen hieruit in het nummer Porn Wars op het album Frank Zappa Meets The Mothers Of Prevention. [SS]

10. Someplace Else Right Now: Zappa’s dood en erfenis

“Het maakt me geen fuck uit of ik wel of niet herinnerd word”, zei Frank Zappa in 1983 in een interview met het Britse Nationwide. Maar uiteraard is het muzikale genie ook twintig jaar na zijn dood zeker niet vergeten. De op 4 december 1993 aan de gevolgen van prostaatkanker overleden Zappa liet al een overweldigend oeuvre achter, maar sinds zijn overlijden heeft zijn vrouw Gail zich ontfermd over talloze postume releases die vaak niet onderdeden voor het beste werk dat tijdens zijn leven verscheen. Vorig jaar kwamen daarnaast puntgave nieuwe remasters uit van de oude albums, terwijl zoon Dweezil zijn vader eert tijdens zijn ‘Zappa Plays Zappa’-shows. Zappa’s muziek blijft voortleven en het feit dat zijn platen nog steeds volstrekt uniek klinken, bewijst dat niemand ook maar een poging doet om zijn eigenzinnige potpourri van satire, rock, fusion en klassiek te imiteren. Al is zijn invloed hoorbaar in werk van familie- en bandleden als Dweezil en Steve Vai, van Frank Zappa zal er nooit een tweede komen. [DG]