Classic Rock Mag licht elke week de cruciale momenten uit de carrière van een legendarische band of artiest uit. Welke songs, optredens of gebeurtenissen achter de schermen zijn van grote invloed geweest op de loopbanen van deze iconen? Deze week werpen we een blik op de wonderbaarlijke geschiedenis van Smokie.

1. Make It Better: Kindness wordt Smokey

Al vanaf 1965 speelden drie van de vier muzikanten die uiteindelijk Smokie zouden worden samen in verschillende bands: Chris Norman (zang), Alan Silson (gitaar) en Terry Uttley (bas). Toen het gezelschap in 1970 de naam Kindness aannam, was de band inmiddels volledig professioneel geworden en in deze incarnatie werden ook de eerste singles opgenomen. Zonder succes. In 1973 maakte drummer Pete Spencer de definitieve lineup compleet, en niet veel later veranderde de bandnaam opnieuw: dit keer werd gekozen voor Smokey.

2. Take Me In: Ontmoeting met Chinnichap

De naamsverandering van Kindness naar Smokey gebeurde mede op aandringen van songwriters en producers Nicky Chinn en Mike Chapman, met wie het viertal kort daarvoor de samenwerking was aangegaan. Chinn en Chapman, oftewel Chinnichap, waren vooral bekend van glamrockacts als Mud, Sweet en Suzi Quatro en hadden in eerste instantie helemaal geen interesse in de band. Manager Bill Hurley wist het duo echter toch te overtuigen. Chinn en Chapman zouden een belangrijke factor in de carrière van Smokie worden, als schrijvers en producers van bijna alle grote hits van de band.

3. It Makes Me Money: Softer geluid, commercieel success

Smokey’s debuutalbum Pass It Around had nog een beduidend rockender geluid dan zijn opvolgers. Bij vlagen deed het album zelfs denken aan andere bands uit de stal van Chinn en Chapman, zoals Sweet en Mud. De plaat werd geen succes. Vanaf opvolger Changing All The Time (1975) werd dan ook gekozen voor een andere aanpak: soft rock en zelfs countryrock kwamen meer op de voorgrond te staan, met een prominentere rol voor akoestische gitaren en meerstemmige samenzang. Het bleek een gouden formule: de single If You Think You Know How To Love Me werd meteen een grote hit in vele Europese landen en bleek qua sound de blauwdruk voor veel latere, nog succesvollere singles van Smokie, zoals Lay Back In The Arms Of Someone en For A Few Dollars More.

4. Changing All The Time: Smokey wordt Smokie

Het was ook rond deze tijd dat Smokey opnieuw zijn naam veranderde, omdat soulzanger Smokey Robinson dreigde met een rechtszaak. Nu het viertal een groeiende populariteit kende, was hij bang dat de naam van de groep voor verwarring zou zorgen. De band besloot het niet op een proces te laten aankomen en veranderde zelf de naam, naar het anders gespelde maar gelijk uitgesproken Smokie. Vroege versies van Changing All The Time hebben nog de oude bandnaam op de hoes, terwijl latere persingen al onder de naam Smokie zijn. Gelukkig had het geen gevolgen voor het inmiddels opgekomen succes: met albums als Midnight Café (1976) en Bright Lights & Back Alleys (1977) beleefde Smokie zijn commerciële hoogtepunt.

5. The Other Side Of The Road: Vertrek bij Chinnichap

De meeste hits van Smokie werden dus gecomponeerd door Chinnichap, maar ongeveer de helft van de albumtracks kwamen van de hand van Chris Norman en drummer Pete Spencer. Vanaf de vijfde lp The Montreux Album (1978) begonnen de verhoudingen langzaamaan te veranderen. Het wat gezapige Mexican Girl was de eerste grote singlehit van Smokie die door Norman en Spencer was geschreven; een jaar later brak de band met Chinn en Chapman. Het album The Other Side Of The Road (1979) leverde met singles Babe It’s Up To You en San Francisco Bay nog bescheiden successen op, maar daarna was het al snel over voor Smokie. De composities van Norman en Spencer waren simpelweg niet catchy genoeg en er heerste een algemene Smokie-moeheid.

6.  It’s Your Life: Chris Norman vertrekt

Desondanks bleef Smokie begin jaren 80 in hoog tempo platen maken: op een gegeven moment zelfs twee tegelijk (waarvan Midnight Delight onder de naam Smokie werd uitgebracht, en Rock Away Your Teardrops als Chris Norman-soloplaat). Vanaf 1983 stopte de band echter, om in 1985 voor een benefietconcert in thuisstad Bradford weer het podium te betreden. Het viertal besloot daarop definitief weer te gaan toeren en dacht zelfs na over een nieuwe plaat. Chris Norman gooide echter al snel roet in het eten: in 1986 scoorde hij met name in de Duitstalige gebieden van Europa een enorme hit met de ballad Midnight Lady, de titelsong van een Tatort-aflevering. Het sterkte hem in zijn wens een solocarrière uit te bouwen en hij verliet Smokie nog hetzelfde jaar.

7. Who The Fuck Is Alice?: Peter Koelewijn wordt Gompie

Toen het nieuwe Smokie in 1987 van de grond kwam, had zanger Alan Barton inmiddels de plaats ingenomen van Chris Norman en was ook drummer Pete Spencer vertrokken. In deze nieuwe bezetting wist de band zowel kwalitatief als commercieel helaas nauwelijks nog te overtuigen. Toch scoorde Smokie in 1995 nog een grote hit, met dank aan Peter Koelewijn. Die had in datzelfde jaar onder de naam Gompie een cover van Living Next Door To Alice opgenomen, nadat een bevriende discjockey had gehoord dat er in het Nijmeegse café Gompie steevast “Who the fuck is Alice” werd geschreeuwd bij het draaien van het nummer. Smokie was er snel bij met een eigen versie van deze parodie, en wist daarmee hun toch al grootste hit nog legendarischer te maken. Helaas zou Alan Barton daar niet lang van genieten.

8. Melody Goes On: Alan Barton overlijdt

Op 19 maart 1995 sloeg het noodlot toe. Niet lang na het opnemen van de nieuwe versie van Living Next Door To Alice, kwam de tourbus van Smokie na een concert in Duitsland in een zware hagelstorm terecht en raakte van de weg. De wagen sloeg meerdere malen over de kop en hoewel de inzittenden allen met licht letsel wegkwamen, was Alan Barton zwaargewond. Hij overleed vijf dagen later in het ziekenhuis. De band besloot alle royalty’s van Who The F**k Is Alice aan zijn nabestaanden te schenken en ging met nieuwe zanger Mike Craft door. Een jaar later verliet gitarist Alan Silson de band: het incident met Barton had duidelijk zijn tol geëist en hij wilde niet langer toeren. Daarmee werd bassist Terry Uttley het enige overgebleven originele lid van Smokie.

barton

9. Walk Right Back: Eenmalige reünie

Ondertussen had de solocarrière van Chris Norman hem na het eerdergenoemde Midnight Lady weinig noemenswaardig succes opgeleverd. Toch bleef de zanger platen maken en pogingen doen zijn succes te hervinden (dieptepunt: het album Full Circle uit 1999 waarop hij Smokie-hits bracht met een goedkoop beatje eronder). In 2004 was de beste man wanhopig genoeg om op de Duitse tv aan het programma Comeback – Die Große Chance mee te doen: een soort Idols voor ex-sterren. Met mededeelnemers als gangerrapper Coolio en jaren 80-icoon Limahl was de concurrentie weinig indrukwekkend en Norman won het programma dan ook glansrijk. Dat leverde voor de fans in ieder geval één geweldig moment op: tijdens de finale kwam Smokie voor het eerst in bijna twintig jaar weer in de originele bezetting bij elkaar om Lay Back In The Arms Of Someone te spelen. Het is misschien voor het laatst dat we het viertal samen hebben gezien. Het ‘nieuwe’ Smokie met Terry Uttley als enige originele lid toert nog steeds en maakte in 2010 nog het album Take A Minute.