Classic Rock Mag licht elke week de cruciale momenten uit de carrière van een legendarische band of artiest uit. Welke songs, optredens of gebeurtenissen achter de schermen zijn van grote invloed geweest op de loopbanen van deze iconen? Deze week werpen we een blik op de wonderbaarlijke geschiedenis van The Rolling Stones.

1. Waiting On A Friend: Keith Richards en Mick Jagger ontmoeten elkaar (opnieuw)

Het was niet de eerste keer dat Mick Jagger en Keith Richards elkaar zagen toen ze elkaar in 1960 op het station van Dartford tegen het lijf liepen. Sterker nog: de twee waren gedurende hun jeugd bevriend geweest, maar de verhuizing van de familie Jagger naar een andere plaats had daar tijdelijk een stokje voor gestoken. Bij de hernieuwde kennismaking bleek er echter inmiddels meer dan een gemeenschappelijk verleden de twee jongemannen te binden: de bluesplaten die Jagger die dag bij zich had. Een muzikaal partnerschap werd al snel geboren. Niet veel later voegden anderen zich hierbij, waaronder Brian Jones, die de band een naam gaf nadat hij een Muddy Waters-lp met de track Rollin’ Stone had zien liggen. [SS]

Rolling Stones

2. Start Me Up: Het allereerste optreden in Marquee Club (1962)

Wie was nou de drummer tijdens het allereerste Stones-optreden op 12 juli 1962 in de Marquee Club? Volgens Keith Richards was het Mick Avory, later van The Kinks, die met Jagger, Richards, Jones, bassist Dick Taylor en pianist Ian Stewart in de Londense club optrad. Avory zelf ontkent dat en beweert dat het waarschijnlijk Tony Chapman was. Hoe dan ook, de live carrière van The Rollin’ Stones (zoals de band toen nog heette) ging hier van start. Niet veel later werden Bill Wyman en Charlie Watts vaste leden van de Stones en bracht manager Andrew Loog Oldham – die ze bij een optreden in 1963 had ontdekt – de zaak echt aan het rollen door ze aan een contract bij Decca Records te helpen. [DG]

The Rolling Stones at the Marquee

3. England’s Newest Hitmakers: Debuutplaat en eerste zelfgeschreven materiaal

Manager Andrew Oldham had het al snel door: een act die geen eigen materiaal schrijft, snijdt zichzelf op financieel vlak in de vingers. De eerste singles van de Stones bestonden uit een Chuck Berry-cover, een Lennon/McCartney-compositie en een Buddy Holly-cover. Oldham spoorde Jagger en Richards aan als schrijversduo te gaan werken en toen debuutplaat The Rolling Stones eenmaal verscheen, stond daar met Tell Me welgeteld één compositie van het tandem op, alsook twee nummers geschreven door Nanker Phelge, een pseudoniem voor de hele band. Daarna ging het allemaal vrij snel: iets meer dan een jaar later zorgde het zelfgeschreven (I Can’t Get No) Satisfaction voor de definitieve internationale doorbraak. LP Out Of Our Heads was het eerste Stonesalbum dat de eerste plaats van de Amerikaanse albumlijst wist te bereiken. [SS]

4. High And Dry: De eerste drugsschandalen

Het ging The Rolling Stones voor de wind, maar begin 1967 leek de arm der wet daar een stokje voor te gaan steken. Na een politie-inval tijdens een feestje bij Richards thuis, werden hij en Jagger aangeklaagd voor drugsrelateerde overtredingen. Een aantal maanden later werd ook het huis van Brian Jones doorzocht, waarna ook hij werd aangeklaagd voor het bezit van cannabis. Jagger in Richards werden beiden veroordeeld tot een gevangenisstraf, maar in hoger beroep werd dit omgezet naar respectievelijk een voorwaardelijke straf en vrijspraak. Jones kreeg in hoger beroep een boete. Gedurende deze periode nam de band de single We Love You op, als dank voor de steun van de fans. Het nummer begint met het geluid van dichtslaande celdeuren. Het zou niet het enige drugsschandaal rond de Stones blijven. Met name Keith Richards kwam door de jaren heen nogal eens in het nieuws vanwege zijn heroïnegebruik: in 1977 hing hem in Canada zelfs een gevangenisstraf van 7 jaar boven het hoofd. [SS]

5. Sad Day: Het ontslag en overlijden van Brian Jones

Brian Jones raakt steeds verder vervreemd van zijn collega’s en als gevolg daarvan wordt ook zijn rol binnen de band steeds kleiner. Wat de onderlinge band ook niet versterkt, is de breuk tussen hem en vriendinnetje Anita Pallenberg in 1967. Zij kiest namelijk voor een andere Stone: Keith Richards. De bijdragen van Jones aan de platen van de Stones stellen vaak maar weinig voor en hij reist in 1968 af naar Marokko om zich met heel andere muziek bezig te houden (resultaat: de lp Brian Jones Presents The Pipes Of Pan At Joujouka). In juni 1969 wordt hij uit de band gezet en zoals we allemaal weten, wordt Jones een maand later lid van de beruchte ‘Club of 27’. Twee dagen na zijn dood geeft zijn oude band – inmiddels met de nieuwe gitarist Mick Taylor – een gratis concert in Hyde Park ter ere van Jones. [DG]

6. Gimme Shelter: Het rampzalige Altamont-optreden               

Meer tragedie volgt in december 1969 als het Altamont Speedway Free Festival om de verkeerde redenen resulteert in een legendarische finale van de tour. Tijdens het festival traden ook Woodstock-acts als Crosby, Stills, Nash & Young, Jefferson Airplane en Santana op, maar het is niet gek dat de meeste mensen alleen weten dat de Stones er optraden. Voor de beveiliging had het management Hells Angels ingezet, wat een verschrikkelijke beslissing bleek toen Altamont uitliep op een drama. De 18-jarige Meredith Hunter werd neergestoken tijdens de uitvoering van Under My Thumb. Altamont vormde een groot contrast met het eerdere Woodstock en kwam de Stones op flinke kritiek te staan. In een interview zei Mick Jagger: “Ik dacht dat de San Francisco-scene ‘groovy’ was, maar het was vreselijk. Als Jezus daar was geweest, hadden ze hem daar gekruisigd.” [DG]

7. Paint It, Red: Het legendarische logo

Onlosmakelijk verbonden met de Stones is natuurlijk het beroemde logo. John Pasche, die eerder al tourposters voor de band ontwierp, kwam in 1971 met de simpele maar briljante afbeelding van de rode lippen en uitstekende tong. Het logo was dat jaar voor het eerst te zien op de legendarische lp Sticky Fingers en prijkt vandaag de dag nog steeds op de door jong en oud gedragen shirts. [DG]

rolling_stones_logo

8. Before They Make Me Run: Creatieve hoogtijdagen

Met Sticky Fingers (1971) en Exile On Main St. (1972) leverde de band misschien wel zijn twee beste albums af. Beide platen gingen overigens gepaard met zakelijke ontwikkelingen. Ten tijde van Sticky Fingers was het contract met label Decca ten einde gekomen en waren de Stones eindelijk vrij hun albums helemaal uit te brengen zoals zij dat wilden. Dat zorgde voor de oprichting van Rolling Stones Records, waarop later ook enkele andere artiesten platen uitbrachten. Exile On Main St. stond in het teken van een belastingvlucht: omdat er sprake was van een hogere schuld dan er geld in kas was, werd besloten Engeland een tijdje te ontvluchten. Exile On Main St. werd dan ook grotendeels in Frankrijk en Los Angeles opgenomen. [SS]

9. New Faces: Ron Wood vervangt Mick Taylor

Mick Taylor had in 1974 – na het album It’s Only Rock ‘N’ Roll – genoeg van de Stones. Hij kondigde in december van dat jaar zijn vertrek aan en startte een samenwerking met Cream’s Jack Bruce. De overgebleven Stones zochten een vervanger en lieten onder anderen Jeff Beck op auditie komen, maar hij was wellicht geen verstandige keuze geweest, zo gaf die gitaarvirtuoos later zelf toe: “Sommige mensen kunnen moeilijk geloven dat je van de Stones wegloopt, maar Keith en ik zouden nooit een album kunnen maken zonder elkaar knock-out te meppen.” Dus ging de positie naar Beck’s oude collega Ron Wood, voorheen lid van The Jeff Beck Group en Faces. Ook werkte hij al eerder met de Stones aan het nummer It’s Only Rock ‘N’ Roll (But I Like It). Wood bleek een perfecte toevoeging aan de band: hij hield het langer uit bij de Stones dan zijn voorgangers en maakt ook tijdens de ’50 And Counting’-tour nog deel uit van ’s werelds grootste rockband. [DG]

ronnie wood

10. Had It With You: Relatie tussen Mick en Keith bereikt een dieptepunt

“World War III”, zo omschreef Keith Richards het dieptepunt dat de onderlinge band met Mick Jagger in de jaren tachtig had bereikt. In het decennium daarvoor leek het al de verkeerde kant op te gaan, onder meer vanwege Jaggers afkeur van Richards’ heroïneverslaving. Later kreeg de frontman een avontuurtje met Anita Pallenberg, die toen nog Richards’ vriendin was. Toen de zanger in de jaren tachtig een soloalbum maakte (She’s The Boss, 1985), werd dat niet bepaald in dank afgenomen door Richards. Hij probeerde zelfs een nieuwe zanger bij de band te krijgen: niemand minder dan Roger Daltrey van The Who. Dat mislukte en de opnames van het volgende Stones-album Dirty Work verliepen niet al te gemoedelijk. Tijdens de sessies voor de songs – met veelzeggende titels als Knock Your Teeth Out en Had It With You – waren Jagger en Richards nooit in één ruimte te vinden. [DG]

11. It’s All Over Now?: 50 & Counting

In de jaren 90 lijken de verhoudingen tussen Jagger en Richards zowaar weer wat te verbeteren en is het relatief rustig rond de band. Een aantal albums wordt uitgebracht en grote, succesvolle tournees vormen het hart van het bestaan van The Rolling Stones. Wanneer Keith Richards in 2010 zijn boek Life uitbrengt, gaat het echter toch weer mis. Een aantal ontboezemingen en uitspraken over Jagger schieten bij die laatste in het verkeerde keelgat en zorgen er opnieuw voor dat de beiden niet langer ‘on speaking terms’ zijn. Gelukkig weten de twee het uiteindelijk opnieuw uit te praten en wordt het 50-jarige jubileum van de band op dit moment gevierd met de 50 & Counting Tour. Speculaties zijn er volop: is dit het laatste wapenfeit van The Stones? We weten het niet. Maar de tijd zal het leren. [SS]