Classic Rock Mag licht elke week de cruciale momenten uit de carrière van een legendarische band of artiest uit. Welke songs, optredens of gebeurtenissen achter de schermen zijn van grote invloed geweest op de loopbanen van deze iconen? Deze week werpen we een blik op de wonderbaarlijke geschiedenis van Crosby, Stills & Nash.

1. What’s Happening?!?!  David Crosby wordt uit The Byrds gezet

Bob Dylan schrijft in het eerste deel van zijn autobiografie Chronicles dat David Crosby nooit in The Byrds heeft gepast. En daar had ome Bob natuurlijk helemaal gelijk in. Je kon het dan ook al lang van tevoren zien aankomen, die breuk tussen Crosby en de band waar hij ooit medeoprichter van was. Het afwijkende gedrag van de rebelse rocker leidde in juni 1967 bijvoorbeeld tot woede van Roger McGuinn en Chris Hillman, toen hun collega tijdens het Byrds-optreden op het Monterey Pop Festival zijn visies op lsd en de Kennedy-moord deelde met het publiek. Maar ook als songwriter week Crosby af van de overige bandleden, getuige de afwijzing van zijn lied Triad (dat vervolgens door Jefferson Airplane werd opgenomen). Later in het jaar – toen de opnames voor het vijfde Byrds-album The Notorious Byrd Brothers nog in volle gang waren – was de maat vol voor McGuinn en Hillman: ze zochten hun voormalige maatje op en zeiden hem: “Crosby, het is voorbij voor jou. Je kunt niet schrijven, je kunt niet zingen, je bent een eikel en we zijn beter af zonder jou!”

2. Last Time Around  Het uiteenvallen van Buffalo Springfield

Op het Monterey Pop Festival in 1967 trad David Crosby niet alleen op met The Byrds, maar ook met Buffalo Springfield (waar, zoals we allemaal weten, ook Stephen Stills bij zat). Crosby verving toen Neil Young, die alleen met de band speelde wanneer het hem uitkwam (en zo ging het later bij alle bands waar hij mee werkte, inclusief CSNY). Het uiteenvallen van Buffalo Springfield was dus net als bij de oorspronkelijke line-up van The Byrds onvermijdelijk. De band gaf in mei 1968 nog één laatste concert en er verscheen ‘postuum’ een derde lp: Last Time Around, dat vooral overkwam als een verzameling solo-opnames van de verschillende bandleden. Zo kwam er een veel te vroeg einde aan een bijzonder getalenteerde sixtiesgroep. Neil Young kreeg later heimwee naar zijn oude band, zo zong hij in het lied Buffalo Springfield Again van zijn album Silver & Gold (2000): “Like to see those guys again and give it a shot/Maybe now we can show the world what we got/But I’d just like to play for the fun we had.”

3. Judy Blue Eyes  Stephen Stills ontmoet Judy Collins

Stephen Stills was na de breuk van Buffalo Springfield een vrij man. Hij jamde met Jimi Hendrix en nam een succesvolle plaat op met Al Kooper (Blood, Sweat & Tears): Super Session. Van cruciaal belang voor zijn verdere carrière was ook zijn moeizame verhouding met folkzangeres Judy Collins, met wie hij ook werkte aan haar onterecht vergeten album Who Knows Where The Time Goes. Judy met haar grote blauwe ogen inspireerde Stills voor minstens twee van zijn allermooiste composities: Suite: Judy Blue Eyes en You Don’t Have To Cry. Eerstgenoemde werd natuurlijk een van de grootste hits voor Crosby, Stills & Nash, maar in 2007 verscheen ook een bijzondere plaat met demo’s van Stills, waarop hij het lied solo zong. De relatie had kennelijk geen schijn van kans, maar hij bleef bevriend met Judy . In 2010 deed Stills nog mee op haar album Paradise.

4. Three Together  Crosby, Stills & Nash zingen voor het eerst samen

Vaak werd geschreven dat Crosby, Stills en Nash in juli 1968 voor het eerst hun vocale krachten bundelden bij Cass Elliot (van The Mamas & The Papas) thuis. Toch waren de meningen daarover verdeeld, ook binnen de groep. Volgens Crosby was het namelijk niet bij het huis van Mama Cass maar bij dat van Joni Mitchell. Hoe dan ook, feit is dat op die dag in 1968 geschiedenis werd geschreven daar in Laurel Canyon. Crosby en Stills hadden beiden hun bands verlaten en in het bijzijn van onder anderen Mitchell, Elliot, Nash en John Sebastian zongen zij Stills’ lied You Don’t Have To Cry. “Zing dat nog eens”, reageerde Nash en het duo gehoorzaamde. Zo ging het nog een paar keer door, totdat Nash zijn stem liet mengen met die van Stills en Crosby. De magische samenzang was geboren. Niet lang daarna nam het trio een eerste demo op van You Don’t Have To Cry, die te vinden is in de CSN-boxset uit 1991.

5. I’ve Got A Way Of My Own  Graham Nash verlaat The Hollies

Voordat het trio de wereld kon veroveren, was er een klein probleem: Graham Nash maakte officieel nog deel uit van The Hollies. Met deze succesvolle Britse popgroep had hij megahits als Bus Stop en Carrie Anne gescoord, maar in tegenstelling tot zijn collega’s was zijn talent als liedschrijver veel verder ontwikkeld en hij voelde zich steeds minder thuis binnen de band. Helemaal toen Nash in 1968 bevriend raakte met o.a. Joni Mitchell en David Crosby. Na een laatste single met The Hollies (Listen To Me) was hij tegen het einde van het jaar vertrokken en kon hij met zijn nieuwe vrienden beginnen met de opnames van het allereerste Crosby, Stills & Nash-album.

6. “By The Time We Got To Woodstock…”  CSN wordt CSNY

Het succes van het debuutalbum was leuk en aardig, maar het trio moest zich natuurlijk ook op het podium bewijzen. Om rocksongs als Wooden Ships en Long Time Gone live te spelen, moest de band volgens Stills uitgebreid worden. In eerste instantie wilde hij Steve Winwood als toetsenist hebben, maar uiteindelijk viel de keuze op een tweede leadgitarist: Neil Young. Na het spijtige uiteenvallen van Buffalo Springfield had Stills daar weinig trek in, maar uiteindelijk ging hij akkoord. Crosby, Stills, Nash & Young speelden hun eerste show in augustus 1969 in Chicago, waarna het viertal tot nog grotere hoogten steeg op Woodstock. Young wilde niet gefilmd worden, waardoor alleen Crosby, Stills & Nash te zien waren in de bekroonde Woodstock-docu van Michael Wadleigh (hoewel er bootlegopnames zijn van povere kwaliteit, waarin wel het hele kwartet te zien is). CSNY werden de stemmen van een generatie en het was geen wonder dat het eerste studioalbum van de vier in 1970 wereldsucces bereikte.

7. Change Partners  Verloren liefdes en onderlinge spanningen

De opnames van het nummer 1-album Déjà Vu verliepen echter niet heel soepel. Met name Stills en Young waren het regelmatig oneens over de productie van de plaat, en Crosby had een verschrikkelijke tragedie te verwerken. Zijn vriendin Christine Gail Hinton kwam in september 1969 om het leven bij een auto-ongeluk, waar de zanger logischerwijs helemaal kapot van was. Hij stortte zijn hart uit in de studio, tijdens de opnames van zijn beroemdste lied Almost Cut My Hair. Crosby’s vocale prestatie beviel Stills niet, maar Young was juist onder de indruk en laatstgenoemde kreeg zijn zin. Anderzijds kreeg Stills zijn zin door een volgens Young inferieure mix van het lied Woodstock op de plaat te krijgen. Ondertussen had Graham Nash een verhouding met diezelfde Joni en hij beschreef zijn geluk in het lied Our House (een van de hits van Déjà Vu). De relatie was echter van korte duur en Nash verwerkte zijn verdriet in songs als Strangers Room (te vinden op het eerste album van Crosby & Nash als duo). Het duurde echter niet lang voordat hij verliefd werd op een andere zangeres: Rita Coolidge, waar Stills ook een oogje op had. Kortom: de ondergang van CSNY als groep was in zicht.

grahamjoni

8. 4 Way Street  Het uiteenvallen van CSNY

Déjà Vu was een razend populaire plaat en staat vandaag de dag bekend als een van de beste albums van de vroege jaren zeventig. Achter de schermen ging het er echter minder harmonieus aan toe dan de muziek deed vermoeden. Niet voor niets was Neil Young slechts op de helft van de plaat te horen. Na Déjà Vu bracht het viertal de door Young geschreven non-album protestsingle Ohio uit en een jaar later volgde een livealbum met de toepasselijke titel 4 Way Street. Ondertussen brachten alle leden succesvolle soloalbums uit: After The Gold Rush (Neil Young, 1970), Stephen Stills en Stephen Stills 2 (1970 en 1971), If I Could Only Remember My Name (David Crosby, 1971) en Songs For Beginners (Graham Nash, 1971). Fans wilden meer van CSNY, maar daarin werden zij teleurgesteld. Crosby & Nash toerden en maakten platen als duo, maar Stills en Young waren ieder succesvol met eigen projecten (respectievelijk met de band Manassas en het gigantisch succesvolle album Harvest). Het geruzie binnen CSNY diende als inspiratie voor het westernverhaal van Crosby’s lied Cowboy Movie.

9. Long Time Gone  De Winterland-reünie en de stadiontour

Een opvolger van Déjà Vu leek in 1973 toch nog te komen, toen Crosby, Stills, Nash & Young weer bij elkaar kwamen en nieuwe songs opnamen voor een album met de werktitel Human Highway. De comeback werd bevestigd toen tijdens een concert van Stills’ band Manassas in San Francisco plotseling Crosby en Nash het podium opkwamen voor een akoestisch gedeelte. Even later stond ook Neil Young het drietal bij. In 1974 volgde een reünietour langs grote stadions, die in september eindigde met een show in het Wembley-stadion. Tegen die tijd was het viertal elkaar alweer helemaal zat en dat is duidelijk zichtbaar in de beelden die van deze show zijn gemaakt. Van een nieuw album kwam niets terecht (hoewel door de jaren heen enkele tracks van de sessies zijn verschenen) en in plaats daarvan verscheen de compilatie So Far. Dat rockfanaten hongerig waren naar meer, werd duidelijk toen deze wat overbodige lp (CSN(Y) had immers slechts twee albums gemaakt) in Amerika op nummer 1 terecht kwam.

10. Carry On  De grote comeback

De solo- en duoplaten van CSNY bleven in de jaren na de mislukte reünie redelijk succesvol. In 1976 besloot Neil Young met zijn oude kompaan Stephen Stills een album te maken, terwijl Crosby & Nash bezig waren met hun derde album als duo. Ze besloten het nog maar eens met z’n vieren te proberen in de studio. Echter, tot grote woede van Crosby en Nash werden hun stemmen gewist van de opnames en de plaat Long May You Run verscheen onder de naam The Stills-Young Band. Crosby en Nash waren genoodzaakt om hun album ook als duo uit te brengen. Dat werd Whistling Down The Wire, maar net als bij Long May You Run vielen zowel het succes als de kwaliteit tegen. Halverwege een Stills-Young tour liet Young zijn collega in de steek. Een album van Crosby, Stills & Nash (met de simpele titel CSN) werd in 1977 wel realiteit, wat het trio de nodige comeback bezorgde. Ook in de jaren tachtig scoorde de groep hits, terwijl de leden zich ook op eigen projecten blijven richten. In dat decennium werd David Crosby gearresteerd voor drugs- en wapenbezit, wat hem in de gevangenis deed belanden. Na zijn vrijlating kwam hij op het rechte pad en zag hij zijn grote droom uitkomen: een tweede album van CSNY (American Dream, 1988). Critici waren echter meer lovend over de tours van het viertal in het nieuwe millennium. Zo bewezen Crosby, Stills, Nash & Young zich tijdens de Freedom Of Speech tour in 2006 nog zo relevant als in hun hoogtijdagen.