Classic Rock Mag licht elke week de cruciale momenten uit de carrière van een legendarische band of artiest uit. Welke songs, optredens of gebeurtenissen achter de schermen zijn van grote invloed geweest op de loopbanen van deze iconen? Deze week werpen we een blik op de wonderbaarlijke geschiedenis van Neil Young.

1. Expecting To Fly: De formatie van Buffalo Springfield

Het is waarschijnlijk een van de grootste toevalligheden uit de rockgeschiedenis: Neil Young en bassist Bruce Palmer zijn aangekomen in Los Angeles en zitten vast in het verkeer. In de tegenovergestelde richting komen Stephen Stills – de zanger/gitarist die eerder al Young had ontmoet en wiens talent een grote indruk op de Canadese rocker maakte – en Richie Furay langsrijden. Laatstgenoemde herkent Youngs Buick Roadmaster en een nieuwe band is geboren: Buffalo Springfield (aangevuld met drummer Dewey Martin). Young – die eerder al opnames maakte met de bandjes The Squires en The Mynah Birds – oogst zijn eerste successen met deze invloedrijke folkrockformatie en schrijft tijdens het korte bestaan van de groep enkele van zijn meest tijdloze songs, waaronder Expecting To Fly, Mr. Soul en I Am A Child. De eigenwijze Neil komt steeds minder vaak opdagen tijdens optredens van Buffalo Springfield (op het Monterey Pop Festival wordt hij bijvoorbeeld vervangen door David Crosby) en op 5 mei 1968 geeft de band zijn laatste concert. De bandleden gaan allemaal hun eigen weg, maar met Stills is Young nog niet klaar…

2. Requiem For The Rockets: Neil en The Rockets

In het jaar waarin Buffalo Springfield uit elkaar valt, start Young een solocarrière. Zijn titelloze debuutalbum valt – zeker in commercieel opzicht – tegen na de briljante songs die hij bij zijn doorbraakband op plaat had gezet. Op het moment dat de plaat verschijnt, is Young alweer bezig met de opvolger. Ditmaal krijgt hij ondersteuning van drie muzikanten die hem later in zijn carrière nog vaak ondersteunen: gitarist Danny Whitten, drummer Ralph Molina en bassist Billy Talbot. Crazy Horse, zoals de begeleidingsband heet, ontstaat nadat Young door Molina uitgenodigd wordt om in Laurel Canyon te komen jammen met diens band The Rockets, een zestal waarvan ook Whitten en Talbot deel uitmaken. Later geeft Young toe dat hij de drie muzikanten min of meer gestolen heeft van The Rockets, maar zijn fans zullen hem daar in ieder geval alleen maar dankbaar voor zijn. Met Crazy Horse maakt Young namelijk enkele van zijn beste platen en geeft hij misschien wel zijn meest opwindende optredens. In 1969 verschijnt Everybody Knows This Is Nowhere, de eerste lp onder de naam Neil Young & Crazy Horse. Nog even en Young behoort tot de grootste muzikanten van zijn generatie.

3. Hippie Dream: Young sluit zich aan bij Crosby, Stills & Nash

Hoewel Everybody Knows This Is Nowhere veel meer opgemerkt wordt dan Youngs debuutalbum, ziet de zanger toe hoe zijn oude maatje Stephen Stills veel populairder is met het trio Crosby, Stills & Nash. Maar Young kan zelf al snel meeproeven van het succes, wanneer hij gevraagd wordt om zich aan te sluiten bij het drietal (hoewel Stills het daar in eerste instantie niet mee eens is vanwege de rivaliteit tussen de twee rockers in de Buffalo Springfield-jaren). Het tweede optreden van Crosby, Stills, Nash & Young vindt plaats op het historische Woodstock, hoewel Young weigert gefilmd te worden voor de documentaire die over het festival gemaakt wordt. Dankzij Déjà Vu, de eerste – en lange tijd enige – studioplaat van het kwartet, en singles als het protestlied Ohio wordt ook Neil een superster en een stem van een generatie. De groep gaat echter ten onder aan het botsen van de vier ego’s en het duurt niet lang voordat critici beseffen dat Young eigenlijk de meest getalenteerde van het stel is.

4. The Loner: Solosuccessen

In 1970 en 1971 brengen alle leden van CSNY succesvolle soloalbums uit. Hoewel het titelloze debuut van Stephen Stills een hogere positie in de hitlijsten bereikt dan After The Gold Rush van Young, staat dat derde soloalbum van de Canadees tegenwoordig bekend als een van de beste platen van de jaren zeventig. Maar Youngs definitieve doorbraak als soloartiest volgt in 1972, met het monstersucces Harvest. Ondersteund door een nieuwe band genaamd The Stray Gators en met gastbijdragen van The London Symphony Orchestra, James Taylor, Linda Ronstadt en Crosby, Stills & Nash maakt de singer-songwriter de meest succesvolle plaat van zijn carrière. Net zoals het album zelf belandt de single Heart Of Gold op nummer 1 en bijna elke track is inmiddels een klassieker: van de protestsong Alabama (die samen met het eerdere Southern Man leidt tot een reactie van Lynyrd Skynyrd in Sweet Home Alabama) tot het ontroerende A Man Needs A Maid (geschreven over zijn relatie met actrice Carrie Snodgress). Maar het succes bevalt Young maar niets, zo schrijft hij in de beroemde handgeschreven liner notes bij de compilatie Decade (1977): “Heart of Gold put me in the middle of the road. Traveling there soon became a bore so I headed for the ditch (greppel).”

5. See The Sky About To Rain: De dood van Danny Whitten

Een van de beroemdste songs op Harvest is het akoestische The Needle And The Damage Done, naar verluidt over het heroïnegebruik van Crazy Horse’s Danny Whitten. Young wil zijn maatje laten meedoen tijdens de Harvest-tournee, maar vanwege zijn drugsgebruik is Whitten niet in staat om naar behoren te presteren. Er zit niets anders op dan de gitarist te ontslaan. Young geeft hem vijftig dollar en een ticket voor een vliegreis naar Los Angeles. Dezelfde dag overlijdt Whitten daar aan een overdosis van alcohol in combinatie met valium. Young verklaart later dat hij zich verantwoordelijk voelt voor de dood van de Crazy Horse-zanger en gitarist. In 1973 toert hij met The Stray Gators, maar de nieuwe songs die je hoort op het livealbum Time Fades Away (nog steeds niet op cd verschenen) zijn veel rauwer en somberder dan die op Harvest. In hetzelfde jaar overlijdt ook nog eens roadie Bruce Berry, waarna Young het duistere studioalbum Tonight’s The Night opneemt. Deze lp’s vormen samen met het al even pijnlijk briljante On The Beach (1974) de befaamde ‘Ditch Trilogy’ en behoren tegenwoordig tot zijn meest geprezen werk.

6. Journey Through The Past: De start van Youngs filmcarrière

Tussen Harvest en Time Fades Away verschijnt eind 1972 ook de soundtrack van Journey Through The Past, een door Neil Young zelf geregisseerde en door critici neergesabelde film (inmiddels verkrijgbaar als onderdeel van de Archives Vol. 1 dvd-set). Deze bizarre combinatie van concertbeelden en speelfilm is de start van Youngs opzienbarende filmcarrière. De bespottelijke maar stiekem erg hilarische speelfilm Human Highway (met o.a. Dennis Hopper, Dean Stockwell en Young zelf in de hoofdrollen) volgt in 1982 en een heuse musical behorend bij het conceptalbum Greendale in 2003 wordt eveneens niet serieus genomen door critici. Maar de door Young geregisseerde concertfilms en docu’s zijn stuk voor stuk de moeite waard: onder de naam Bernard Shakey maakt hij Rust Never Sleeps (1979), een van de beste concertfilms aller tijden en een goed voorbeeld van Neil Young en Crazy Horse (inmiddels met Frank ‘Poncho’ Sampedro als Danny Whittens vervanger) op hun hoogtepunt. Ook Weld (1991) toont Young en zijn band in topvorm, terwijl de documentaire CSNY/Deja Vu over de controversiële Freedom Of Speech-reünietour van Crosby, Stills, Nash & Young in 2006 eerder een must-see is vanwege de reacties die de protestsongs teweeg brengen dan de wat rommelige concertfragmenten.

7. Prisoners Of Rock ‘N’ Roll: Contract met Geffen

De lp Comes A Time is in 1978 een in commercieel en artistiek opzicht succesvolle terugkeer naar de plezante Harvest-achtige folkrock, gevolgd door het allesverwoestende Rust Never Sleeps. Begin jaren tachtig neemt Youngs succes echter af, ondanks de bovengemiddelde kwaliteit van albums als Hawks & Doves (1980) en Re-Ac-Tor (1981). Op laatstgenoemde staat Surfer Joe And Moe The Sleaze, dat vaak geïnterpreteerd wordt als een sneer richting Mo Ostin van Reprise Records. Na 13 jaar bij dat label vindt Young het welletjes en tekent hij bij Geffen Records. Niets kan platenbaas David Geffen echter voorbereiden op de albums die hij voorgeschoteld krijgt, te beginnen met het grotendeels elektronische Trans (1982) en de rampzalige rockabillyplaat Everybody’s Rockin’ (1983). Geffen klaagt Young zelfs aan voor het maken van niet-commerciële muziek die afwijkt van zijn eerdere releases! De volgende lp’s voldoen echter evenmin aan Geffens verwachtingen: Old Ways (1985) bevat ouderwetse country en Landing On Water (1986) lijkt een poging om mee te liften op de populaire synthpop. Pas als Young zijn Crazy Horse weer van stal haalt voor het overigens ook niet geweldige album Life (1987) lijkt er een einde te komen aan een periode waarin hij zich behoorlijk weet te vervreemden van zijn fans.

8. Rockin’ In The Free World: De comeback

Als Young zich eind jaren tachtig loswrikt van zijn contract met Geffen betekent dat nog niet gelijk een terugkeer naar zijn oude hoge niveau. Zo is de eerste plaat na zijn terugkeer bij Reprise Records het weinig enthousiasmerende bluesalbum This Note’s For You en kan de eerste Crosby, Stills, Nash & Young-studioplaat in 18 jaar (American Dream) rekenen op vernietigende recensies. Maar in april 1989 is Youngs beste werk in jaren te horen op de ep Eldorado, die alleen in Japan en Australië verschijnt. Drie van de vijf tracks verschijnen later in het jaar ook in de rest van de wereld op het album Freedom, een ware artistieke comeback. Rockin’ In The Free World wordt een van Youngs grootste ‘anthems’ en in de jaren negentig blijft de eigenzinnige rocker kwaliteitsplaten afleveren, getuige de snoeiharde garagerock met Crazy Horse op Ragged Glory (1990) en het Harvest-vervolg Harvest Moon (1992). Ondertussen wordt hij omarmd door de grungegeneratie: het sombere maar onderschatte album Sleeps With Angels zou zijn opgedragen aan Kurt Cobain (“Hij was een van de allergrootsten”, zei Young in een interview met Mojo Magazine) en werkt hij samen met Pearl Jam op Mirrorball (1995). In de jaren negentig is Neil Young relevanter dan de meeste van zijn generatiegenoten, onder wie ook zeker zijn collega’s Crosby, Stills & Nash. Dat bewijst eind jaren negentig het overigens best goede CSNY-album Looking Forward (1999).

9. Shining Light: Herstel van een hersenoperatie

In maart 2005 is het even schrikken voor Neil Young en zijn fans, want de levende legende moet vanwege een slagaderlijke verstopping een riskante hersenoperatie ondergaan. Gelukkig weet Young te herstellen en in september brengt hij het zeer persoonlijke album Prairie Wind (2005) uit, dat vaak in het rijtje met Harvest en Harvest Moon geplaatst wordt. Ook geeft hij enkele fantastische optredens in Nashville, die regisseur Jonathan Demme (The Silence Of The Lambs) vastlegt voor de nu al legendarische concertfilm Heart Of Gold. In zijn recente autobiografie Waging Heavy Peace schrijft Young: “In mijn leven is mijn gezondheid vaak in gevaar geweest: polio, plotselinge aanvallen, een hersenoperatie. Niets daarvan heeft me echt veranderd, ook al is dat moeilijk met zekerheid te zeggen. Deze gebeurtenissen zijn onderdeel van mijn leven, ze maken me tot wie ik ben. Ik ben er dankbaar voor, maar ze zijn eng.” Overigens is Prairie Wind niet de enige mooie plaat die Young sinds zijn operatie heeft gemaakt: op Living With War (2006) uit Young felle kritiek op Bush, het door Daniel Lanois geproduceerde Le Noise (2010) is een van zijn meest vernieuwende platen dankzij de solo-elektrische en akoestische uitvoeringen, en het recente dubbelalbum Psychedelic Pill (met Crazy Horse, 2012) bestempelen veel fans als zijn beste werk in vele jaren.

10. I’ve Been Waiting For You: Neil opent eindelijk zijn archieven

Al sinds 1987 maakt Young beloftes over zijn Archives-project, wat fans uiteraard doet uitkijken naar het vele niet eerder uitgebrachte materiaal van de rockheld. Op de compilaties Decade (1977) en Lucky Thirteen (1993) zijn al enkele non-albumtracks te vinden, maar pas in 2006 verschijnt een eerste Archives-release: een show met Crazy Horse uit 1970 (Live At Fillmore East). Deze wordt een jaar later gevolgd door het bejubelde soloakoestische optreden Live At Massey Hall 1971. Maar de in 2009 verschenen 10 disc-boxset Archives Vol. 1 is – vooral op dvd of blu-ray – de heilige graal voor Neil Young-fanaten. Naast een schat aan niet eerder uitgebrachte opnames uit de periode 1963-1972 is het op deze discs mogelijk om talloze video’s, foto’s en aantekeningen te doorzoeken, wat vele uren aan kijk- en luisterplezier oplevert. Logisch dus dat wij Archives Vol. 1 onlangs uitriepen tot de ultieme boxset! Wij kunnen in ieder geval niet wachten op de volgende delen, want de nog immer bijzonder productieve Young staat erom bekend dat hij vaak geweldige opnames op de plank houdt.