Classic Rock Mag licht elke week de cruciale momenten uit de carrière van een legendarische band of artiest uit. Welke songs, optredens of gebeurtenissen achter de schermen zijn van grote invloed geweest op de loopbanen van deze iconen? Deze week werpen we een blik op de wonderbaarlijke geschiedenis van Yes.

1. No Opportunity Necessary, No Experience Required: Yes wordt geboren

Het is januari 1968 als bassist Chris Squire zich bij een bandje voegt dat Mabel Greer’s Toyshop heet. Gitarist Peter Banks zat daar al in. Het duurt niet lang voor ook Jon Anderson en toetsenist Tony Kaye zich bij het gezelschap voegden en de eerste drummer van de band vervangen werd door Bill Bruford. Peter Banks kreeg het idee onder de naam Yes! verder te gaan. Zoals ook later schering en inslag zou zijn bij Yes waren er nogal wat wisselingen in de bezetting: zowel Banks als Bruford verlieten korte tijd de band, maar keerden snel terug. Nadat de heren zich in het publiek bij een optreden van King Crimson realiseren dat de concurrentie groot is, besluiten ze zich toe te leggen op uitgebreide repetities om technisch zo goed mogelijk te worden. Iets waar Yes later natuurlijk uitgebreid van zou profiteren. Rond deze tijd, halverwege 1969, verschijnt ook het titelloze debuutalbum. [SS]

Yes 1969

2. It Can Happen: De komst van Steve Howe en The Yes Album

Hoewel hij nog niet op Time And A Word (1970) te horen was, maakte Steve Howe al voor de release van dat tweede album deel uit van Yes. De gitaarvirtuoos speelde eerder in de psychedelische rockband Tomorrow (waarvan het enige album door ons in december nog werd uitgelicht als ‘verborgen juweel’). Met deze act had Howe al een beetje van het latere succes mogen proeven, want het gezelschap met de beroemde Keith West als zanger had in 1967 een hitje met het schitterende My White Bicycle. Met Yes sloeg de gitarist echter een totaal andere richting in, zo bleek toen met The Yes Album in 1971 het eerste meesterwerk van de proglegendes verscheen. Tegen de website MusicRadar zei Howe vorig jaar: “Toen ik bij Yes kwam, zei ik tegen mezelf: ‘Dit voelt goed. We zijn allemaal gelijkwaardig en iedereen speelt uitmuntend.’ Het was alsof ik bij een orkest kwam waarbij alle muzikanten van een enorm niveau zijn. Ik wist dat we iets geweldigs zouden doen.” Met zijn ingenieuze snarenwerk in stukken als Starship Trooper bepaalde hij voor een groot deel het geluid van de band. De definitieve doorbraak was een feit. [DG]

3. Golden Age: Rick Wakeman vervangt Tony Kaye, glorieperiode

Met het vertrek van Tony Kaye (hij weigerde zich aan te passen aan de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van keyboards) en de komst van de fenomenale toetsenist Rick Wakeman werd de klassieke, populairste Yes-lineup geboren. Elk bandlid kreeg de ruimte om te schitteren op het volgende album Fragile (1971), opnieuw een klassieker in het genre. Een jaar later wist het virtuoze vijftal de kwaliteit daarvan zelfs nog te overtreffen met Close To The Edge, dat in Nederland op nummer 1 in de albumlijst terechtkwam. [DG]

4. I See You: Roger Dean ontwerpt eerste Yes-hoes

Fragile was niet alleen het begin van de (kortdurende) klassieke lineup van Yes; het was ook het begin van een veel langere samenwerking: die met hoesontwerper Roger Dean. Hij ontwierp het zo herkenbare logo en maakte (met tussenpozen) een groot aantal Yes-hoezen, waarmee hij de band een duidelijke visuele stijl meegaf. Die stijl kwam ook terug in de podiumontwerpen die hij maakte en de videoanimaties die vandaag de dag nog steeds de schermen bij Yes-concerten sieren. Ook voor verschillende soloprojecten van bandleden (Steve Howe, Rick Wakeman) ontwierp hij albumcovers. [SS]

tales_from_topographic_oceans

5. I’ve Seen All Good People: Vertrekkende bandleden

Voor Bill Bruford werd het streven naar perfectie allemaal wat te veel tijdens de opnames van de succesplaat Close To The Edge: “Ik viel wel eens in slaap in de studio en als ik dan vier uur later weer wakker werd, was Chris nog steeds bezig met dat ene loopje of het volume van die ene toon. Vreselijk.” Helaas, ook de meest geliefde Yes-lineup hield dus niet lang stand: in ’72 verliet Bruford de groep en werd vervangen door Alan White. Iets meer dan een jaar later vertrok ook Rick Wakeman voor het eerst, mede vanwege zijn ontevredenheid met het materiaal op Tales From Topographic Oceans (1973). Het was het begin van de grote stoelendans die Yes heet, waarbij Wakeman het overigens wel erg bont zou maken: hij verliet Yes inmiddels niet minder dan 5 keer! [DG & SS]

Wakeman

6. Spirit Of Survival: Keith Emerson wijst plek in Yes af

Onlangs werd onthuld dat Rick Wakeman halverwege de jaren zeventig bijna werd opgevolgd door een andere toetsenmeester: Keith Emerson. De eveneens virtuoze stermuzikant van Emerson, Lake & Palmer zegt in onderstaand interview dat hij eens om half twaalf ’s avonds door de toenmalige Yes-manager Brian Lane werd gebeld met de vraag of hij bij deze concurrerende progact wilde komen: “Ik kon niet geloven dat ik gevraagd werd om bij Yes te komen. Mijn reactie was: ‘Brian, waarom zou ik dat willen? Ik ben net terug van een tour waarbij we in stadions met 14.000 mensen speelden, allemaal uitverkocht. Ik heb mijn eigen band, waarom zou ik bij Yes willen?’” Het compleet eigen geluid van Emerson had de sound van Yes ongetwijfeld drastisch veranderd. Helaas bleef deze samenwerking dus de droom van veel progfanaten. [DG]

7. To Be Over: Drama

De jaren tachtig begonnen niet goed voor Yes. Alsof de band nog niet genoeg wisselingen in de line-up had moeten doorstaan, vertrok niet alleen Rick Wakeman (opnieuw) maar ook zanger Jon Anderson. Hij was met zijn stemgeluid natuurlijk zeer bepalend voor het bandgeluid. Wat moesten fans hier wel niet van denken? Het duo Trevor Horn en Geoff Downes had onder de naam The Buggles een dikke hit gescoord met Video Killed The Radio Star en de mannen waren groot liefhebbers van Yes. Horn en Downes vulden de lege plekken die Anderson en Wakeman achterlieten op, met als resultaat het vaak onderschatte album Drama (1980). De titel deed de plaat zeker geen eer aan, want stukken als Machine Messiah en Tempus Fugit waren voortreffelijk. De kritieken waren echter niet mals en de band besloot het een jaar later voor gezien te houden. Howe en Downes oogstten veel succes met de nieuwe supergroep Asia, maar het zou niet lang duren voordat weer een nieuwe samenstelling van Yes een overweldigende comeback maakte… [DG]

8. Yesterday and Today: Cinema wordt Yes

Die comeback was oorspronkelijk niet als Yes-project bedoeld. Na het uiteengaan van het door Horn geleide Yes, besloten Chris Squire en Alan White hun krachten te bundelen met de Zuid-Afrikaanse multi-instrumentalist Trevor Rabin. Ook de in 1971 vertrokken Yes-toetsenist Tony Kaye voegde zich al snel bij dit gezelschap. Met Trevor Horn als producer besloot de nieuwe band onder de naam Cinema een album op te gaan nemen waarop Squire en Rabin afwisselend de zangpartijen voor hun rekening namen, maar het duurde niet lang voor Jon Anderson de nieuwe zanger van het project werd. De platenmaatschappij zag zijn kans schoon en haalde het gezelschap over de resulterende plaat 90125 als Yes uit te brengen. Met het oude werk had de band qua sound weliswaar nog weinig te maken, maar single Owner Of A Lonely Heart werd wel de grootste Yes-hit ooit. [SS]

9. Beyond and Before:  Anderson Bruford Wakeman Howe

Eind jaren tachtig ontstond een vreemde situatie: er waren twee bands die zich in potentie Yes konden noemen. Het album Big Generator (1987) viel tegen en Anderson besloot de band te verlaten om zich op een soloproject te richten. Drie andere leden van de klassieke Yes-lineup kwamen hem versterken: Bruford, Wakeman en Howe (plus bassist Tony Levin), maar aangezien de door Anderson achtergelaten formatie (Rabin, Kaye, Squire en White) nog steeds door het leven ging als Yes, werd het nieuwe project Anderson Bruford Wakeman Howe gedoopt (nadat ook korte tijd No als bandnaam was overwogen). Het leverde een aardige titelloze plaat op in 1989 en het viertal ging op tour. Totdat de beide line-ups van Yes en Anderson Bruford Wakeman Howe besloten hun krachten de bundelen voor het toepasselijk getitelde studioalbum Union (1991). Achteraf gezien was Wakeman er in ieder geval niet over te spreken: “Het album heet Union, maar ik noem het Onion”, zei hij eens. “Elke keer dat ik het hoor, moet ik huilen.” [DG]

10. Onward: Jon Anderson wordt vervangen

De jaren 90 verliepen verder voor Yes relatief rustig. Van een bezettingswisseling hier en daar keek niemand meer op en behalve Open Your Eyes (1997) werden er aardige albums afgeleverd. Tot in 2004. Door gezondheidsproblemen van Anderson was de band gedwongen te stoppen met touren en ook voor een nieuw studioalbum was de zanger niet te porren vanwege de tegenvallende verkoopcijfers van Magnification (2001). Nadat er in 2008 toch weer een tour gepland was die plotseling afgezegd moest worden vanwege nieuwe gezondheidsproblemen, besloot de band om Anderson tegen zijn zin te vervangen door Benoît David, nota bene afkomstig uit een Yes-tributeband. Na een uitgebreide tour verscheen in 2011 de eerste Yes-plaat in tien jaar: Fly From Here, met als kloppend hart een compositie uit de Drama-tijd. Niet verwonderlijk dat Geoff Downes (op toetsen) en Trevor Horn (als producer) weer terugkeerden voor dit (overigens erg leuke) album. Inmiddels is Benoît David trouwens ook alweer vervangen, door zanger Jon Davison. [SS]