Ook al zitten er mogelijk wel wat ‘Deadheads’ tussen onze lezers, The Grateful Dead is een typisch Amerikaans fenomeen dat in Nederland helaas nooit echt een groot publiek heeft bereikt. “Waarom zou ik ook naar dat oeverloze hippiegeneuzel moeten luisteren?”, horen we sommigen al denken. Wel, dat gaan we hieronder proberen uit te leggen. Vandaag, exact twintig jaar na het overlijden van frontman Jerry Garcia, geven wij vijf redenen waarom The Dead ook in Nederland gewaardeerd zou moeten worden.

1. Grateful Dead was een geweldige liveband

Net zoals de meeste andere ‘jambands’ kwam The Grateful Dead nergens zo goed tot zijn recht als op het podium. Niet voor niets werden Deadheads de afgelopen decennia verwend met talloze live-releases in de series Dick’s Picks (vernoemd naar Grateful Dead-archivaris Dick Latvala), Road Trips en Dave’s Picks (een verwijzing naar archivaris David Lemieux). Op een goede dag konden Jerry Garcia en zijn maten een geweldige show geven, die dankzij de lange improvisaties altijd weer net wat anders was dan de vorige. Sterker nog, naar verluidt heeft The Dead eind jaren zeventig zelfs een meer dan zes uur durend concert gegeven! De band stond ook op de twee belangrijkste popfestival van de jaren zestig: Monterey Pop in ’67 en Woodstock in ‘69, maar was niet te zien in de films die van beide evenementen gemaakt werden. Bij die eerste kwam dat doordat regisseur D.A. Pennebaker door zijn film heen raakte toen er maar geen einde kwam aan een nummer, bij Woodstock was de band simpelweg niet tevreden over het optreden, dat verpest werd door slecht geluid en ongeïnspireerd spel. “Sommige mensen kregen een carrière dankzij Woodstock, maar wij deden er twintig jaar over doen om het goed te maken”, herinnerde gitarist Bob Weir zich in het boek The Road To Woodstock. “Het was waarschijnlijk de slechtste set die we ooit hebben gespeeld.” Maar zoals gezegd was The Grateful Dead op een goede dag werkelijk sensationeel.

2. Grateful Dead kon meer dan alleen eindeloos jammen

Die hierboven genoemde eindeloze jams zijn natuurlijk een kwestie van smaak, maar het zou jammer zijn als je afhaakt omdat die lange solo’s je op de zenuwen werken. The Grateful Dead was namelijk uitstekend in staat om ook ‘gewone’ nummers te schrijven, zoals vooral de studio-lp’s Workingman’s Dead en American Beauty (beide uit 1970) onderstrepen. Hiermee sloeg de band meer een folkrock-richting in, vergelijkbaar met wat bands als CSNY rond die tijd deden. The Dead werkte ook hard aan de samenzang, zoals te horen is in catchy nummers als Uncle John’s Band, Ripple en Truckin’. Veel later, in 1987, hadden de mannen zelfs nog een grote hit in Amerika met het commerciëlere Touch Of Grey – mede dankzij de leuke videoclip.

3. Grateful Dead bestond uit fantastische muzikanten

The Grateful Dead was niet zomaar een stel hippies dat maar wat deed op het podium. Wie goed luistert, hoort dat met name bassist Phil Lesh en gitarist Jerry Garcia hun instrumenten meester waren. Zij bepaalden voor een belangrijk deel het geluid van de band en het is niet overdreven om te zeggen dat Lesh met zijn stuwende basspel bijna net zo duidelijk op de voorgrond stond als Garcia. Gitarist Bob Weir, drummers Bill Kreutzmann en Mickey Hart, en wijlen toetsenist Pigpen (Ron McKernan) zijn eveneens gerespecteerde muzikanten, terwijl ook de zeer getalenteerde Bruce Hornsby zich later bij het gezelschap aansloot tijdens tours. Toch blijft Jerry Garcia voor veel mensen hét gezicht van de band. Zijn snerpende gitaarsound en wat huilerige zang herken je uit duizenden.

4. Grateful Dead-leden maakten zich ook buiten de band nuttig

Met ‘nuttig maken’ doelen we niet alleen op de meer dan prima soloalbums die Jerry Garcia (Garcia, 1972) en Bob Weir (Ace, 1972) buiten The Grateful Dead maakten. De verschillende leden zijn namelijk ook op platen van andere belangrijke artiesten te horen. Een bekend voorbeeld: Garcia speelt de pedal steel-gitaar in de grote hit Teach Your Children van Crosby, Stills, Nash & Young. Verder werkte hij als ‘musical and spiritual adviser’ mee aan het bekendste album van Jefferson Airplane (Surrealistic Pillow, 1967). Zijn gitaarspel is daarnaast te horen op lp’s van onder anderen Art Garfunkel en Warren Zevon. Samen met andere Grateful Dead-leden werkte Garcia bovendien aan het zweverig getitelde solodebuut van David Crosby (If I Could Only Remember My Name), het eerste album van countryrockers New Riders Of The Purple Sage en het nummer Silvio van Bob Dylan. En ook het vermelden waard: Mickey Hart en Bill Kreutzmann namen percussiestukken op voor een van de belangrijkste Amerikaanse films aller tijden: Apocalypse Now.

5. Grateful Dead had een grote invloed op latere rockbands

Het feit dat de (iets) jongere artiesten Trey Anastasio (van Phish) en John Mayer klaarstonden om de overgebleven leden van The Grateful Dead een handje te helpen tijdens hun reünieshows zegt eigenlijk al genoeg. Daarnaast hebben ook moderne acts als Ryan Adams, Wilco en Gov’t Mule wel eens een ode gebracht aan de band. Die laatste deed dat door bassist Phil Lesh uit te nodigen om mee te werken aan het erg Grateful Dead-achtige Lay Of The Sunflower, te vinden op het album The Deep End Vol. 2. Maar hoeveel latere artiesten ook geïnspireerd zijn door Jerry Garcia en de zijnen, er is maar één Grateful Dead. Niemand verwoordde het beter dan Bill Graham (concertpromotor van het legendarische Fillmore West en Fillmore East): “Ze zijn niet het beste in wat ze doen, ze zijn de énigen die het doen.”