Het tiende studioalbum van de Zweedse rockers Europe heeft de welluidende titel War Of Kings. Het kwintet dat zo beroemd werd met het nummer The Final Countdown ( in 26 landen op nummer 1 en 8 miljoen keer verkocht) is sinds de comebackplaat Start From The  Dark, uitgebracht in 2004, een hele andere muzikale koers gaan varen. Europe kent anno 2015 nog steeds de klassieke bezetting: Joey Tempest (zang), John Norum (gitaar), John Levén (basgitaar), Mic Michaeli (keyboards) en Ian Haugland (drums). Ik praat met Tempest, die er al een hele dag interviews op heeft zitten.

Er zit drie jaar tussen deze twee albums. Is dat misschien niet wat te lang?
“Ja, misschien wel, maar we hebben alle songs in vier weken geschreven en gecomponeerd. Na Bag Of Bones waren we natuurlijk veel op tournee. Daar verdienen we ons geld mee. Maar na vier maanden hadden we elf nieuwe songs en doken we meteen de studio in om al het materiaal op te nemen en te mixen. Dat is in twee weken gebeurd, dus dat is eigenlijk redelijk snel. In principe willen we elke twee jaar een nieuw album uitbrengen, maar door de vele optredens heeft het deze keer een jaar langer geduurd. Sorry, fans!”

Waar halen jullie de inspiratie voor nieuwe songs vandaan?
“Dat kan van alles zijn. Tijdens het oefenen voor de optredens ontstaan er meestal spontaan nieuwe riffs, melodieën, hooks en andere songideeën. Norum en Levén hadden al wat suggesties en ideeën voor nieuwe tracks en vooral Norum kwam met een paar zeer goede gitaartiffs. Gezamenlijk komen we dan uiteindelijk tot echte complete nieuwe nummers. Dus iedereen heeft wel degelijk input in de band. Niet alles komt van mij of van Norum, alleen de teksten zijn allemaal van mij.”

Hebben de andere heren geen interesse in het schrijven van teksten, of ben jij daar een beetje een kleine dictator in?
“Nee, echt niet. Het werkt gewoon heel prettig zo en dat is al jaren het geval. Ik neem de teksten voor mijn rekening, want ik moet ze tenslotte zingen en mij moeten ze dus ook aanspreken.”

Hoe belangrijk zijn die teksten dan voor jou?
“De teksten zijn in de loop der jaren voor mij wel steeds belangrijker geworden. Ik vind het nu ook veel leuker om ze te schrijven dan een aantal jaren geleden. Zoals je vast wel weet woon ik al jaren in Londen en daardoor is mijn Engels ook steeds beter geworden. Ik denk nu zelfs in het Engels en dat heeft toch wel zijn voordelen, want daardoor kan ik mij ook steeds beter uitdrukken in die taal en krijgen de teksten toch wat meer diepgang – hoewel ik natuurlijk geen Dylan ben. Angels (With Broken Hearts) is daar een goed voorbeeld van. Het is een prachtige powerballad en de tekst gaat onder andere over de dood van basgitaarlegende Jack Bruce, die op de dag dat ik dat nummer schreef overleed.”

Het nieuwe album heet War Of Kings. Kun je iets over de titel vertellen?
“De titel van het album is geïnspireerd op een Zweeds boek met de titel Long Ships en dat gaat over de oorlogen en de slachtpartijen van de Vikingen. Je zou de titel ook eventueel in de moderne tijd kunnen plaatsen, want oorlogen zijn er helaas nog steeds genoeg.”

Wat is muzikaal gezien het grootste verschil tussen Bag Of Bones en War Of Kings?
“War Of Kings is duidelijk minder bluesy. Het is een majestueus album geworden met een sterke vibe en heel veel atmosfeer en emotie. Het is een echt classic rock-album, een plaat die we altijd al wilden maken toen we tieners waren en naar Black Sabbath, Deep Purple en Led Zeppelin luisterden.”

Hoe zou jij classic rock omschrijven?
“Traditionele rockmuziek zoals die gemaakt en gespeeld werd aan het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig. De mellotron en het Hammondorgel spelen daarin ook een grote rol en bepalen voor een groot gedeelte de sound van de traditionele classic rock. Wij hebben op War Of Kings geprobeerd om die typische classic rock-sound te benaderen en ik geloof dat dit met behulp van de fantastische producer Dave Cobb ook aardig gelukt is.”

Kun jij iets meer vertellen over het nummer The Second Day van War Of Kings?
“Dat is het derde nummer op de plaat en de daarin aanwezige keyboardriff stuurde Mic mij per e-mail een keer toe. Met die riff zijn we toen aan de slag gegaan en na een aantal spontane jamsessies ontstond het definitieve The Second Day. De gitaarsolo van Norum in die track is van uitzonderlijke klasse – iets wat hij alleen zo kan schrijven en spelen. Over de teksten van de individuele nummers ga ik niets zeggen, want dat moeten de luisteraars maar zelf uitzoeken en interpreteren.”

En Light Me Up?
“Dat is het laatste en tevens langste nummer van de cd en Light Me Up is ook het laatste nummer dat we gecomponeerd en opgenomen hebben. John (Norum) kwam met de riff aanzetten en het nummer ontwikkelde zich in een zeer snel tempo tot een uptempo rocksong in de stijl van Montrose en Van Halen. Light Me Up is eigenlijk gewoon een klassiek hardrocknummer, dat het live zeker heel goed zal doen.”

War Of Kings is jullie tiende album. Het wordt dus steeds moeilijker om een setlist samen te stellen, of niet?
“Haha, ja daar heb je een punt. Het hangt natuurlijk wel een beetje af van de duur van het optreden, maar het wordt inderdaad steeds lastiger. Zeker, omdat de fans bepaalde songs, vooral oudere nummers zoals Rock The Night en The Final Countdown, toch steeds weer willen horen. Tijdens de aankomende tour die op 2 maart in Engeland zal beginnen, gaan we zeker vijf of zes nieuwe nummers spelen, een paar songs van Bag Of Bones en dan natuurlijk de oudere, eerdergenoemd hits.”

Gaan we Europe ook in Nederland zien?
“We beginnen in Engeland, daarna gaan we naar Amerika, gevolgd door een aantal festivals in de zomer en tenslotte in het najaar begint de Europese tournee en daar zal Nederland zeker bij horen. We spelen in ieder geval ook weer op Wacken Open Air dit jaar.”

Laatste vraag: het nummer The Final Countdown, is het een zegen of een vloek voor Europe?
“Goede vraag. The Final Countdown is al zo oud en ondertussen is onze muzikale carrière toch wel heel erg veranderd, maar zonder dat nummer zouden we waarschijnlijk niet meer bestaan. We spelen het nog steeds met veel plezier, dus dat is eigenlijk toch wel een zegen.”