Ian Anderson’s alter ego Gerald Bostock verschijnt weer op Homo Erraticus, de nieuwe soloplaat die de Jethro Tull-frontman op 14 april 2014 uitbrengt. We kennen dat personage natuurlijk al van het album Thick As A Brick, uitgebracht in 1972. Als ik met Anderson spreek, blijkt hij een niet te stoppen spraakwaterval, die van de hak op de tak springt en het o.a. heeft over Engelse geschiedenis, Monty Python en de zorgelijke toestand op onze planeet.

“Homo Erraticus is natuurlijk Latijn en betekent zoveel als de ‘onregelmatige mens’. Alles wat met deze mens te maken heeft, komt in de teksten van het nieuwe album ter sprake. Afgunst is ook een belangrijk onderwerp, want het gras bij de buren is altijd groener. Iedereen weet het en iedereen gaat er verkeerd mee om. Migratie, volksbeweging, annexatie en overheersing zijn ook zeer belangrijke topics op deze plaat. Wij Engelsen – beter gezegd Britten – zijn natuurlijk zeer bekend met deze thema’s, want wij zijn o.a. veroverd door de Vikingen, de Saksen en de Romeinen niet te vergeten. Dat heeft invloed op ons denken en ons bestaan. In feite komen we allemaal ergens ‘anders’ vandaan door overheersing en door migratie. Het laatstgenoemde onderwerp is natuurlijk zeer actueel, migratie is iets dat ons allemaal aangaat en ons ook allemaal verwart. Bostock is weer terug en hij heeft een manuscript gevonden van een amateurhistoricus met de naam Ernest Parritt. Dat manuscript is gebaseerd op belangrijke Britse historische gebeurtenissen en Bostock heeft aan de hand daarvan de teksten voor deze nieuwe plaat geschreven. Wel moet ik nogmaals wijzen op het feit dat Homo Erraticus geen Thick As A Brick deel 3 is, laat daar geen enkel misverstand over bestaan! Alle teksten staan vol met metaforen en duiden natuurlijk op ons huidige, moderne leven, Dat zal dus voor veel luisteraars wel interessant zijn, hoop ik tenminste…”

Homo Erraticus is een conceptalbum. Is zoiets nog wel van deze tijd?
“Natuurlijk wel. Iemand moet toch conceptalbums maken, kom op! Een conceptalbum is een fantastisch iets en het is zeker niet ouderwets. Het bevat veel verschillende elementen en je kunt het als artiest/componist van verschillende niveaus en betekenissen voorzien. Dat maakt een conceptalbum zo apart en interessant. Homo Erraticus bevat veel details die je pas kunt ontdekken nadat je het album meerdere malen beluisterd hebt. De plaat biedt je als luisteraar elke keer weer iets nieuws. Bostock zegt dingen die ik als Ian Anderson niet zou zeggen en dat maakt dit conceptalbum alleen maar spannender, toch?”

De teksten zijn  dus heel belangrijk, maar denk je dat niet-Engelstalige sprekers al deze typische Engelse details in de teksten wel begrijpen?
“Ik ben bang dat er inderdaad bij veel mensen bepaalde aspecten niet aankomen, hoewel ik daar absoluut geen bewijs voor heb. De fans in Europa nemen mijn teksten behoorlijk serieus en ze luisteren daarom ook heel goed naar mijn teksten. Zo leren ze ook veel nieuwe Engelse woorden en natuurlijk kun je ook alle woordbetekenissen via Wikipedia opzoeken. Ik versta ook geen Arabisch of Indisch, maar toch kan ik van Arabische en/of Indische muziek genieten. Misschien zou ik de muziek helemaal niet zo mooi vinden als ik alles zou verstaan en begrijpen. De meeste teksten in de pop- en rockmuziek, ook in Engeland, zijn trouwens van een zeer bedenkelijk niveau, dus niet alles begrijpen en snappen is daarom waarschijnlijk beter. Veel niet-Britten houden ook van Monty Python, maar of ze alle typische Engelse woordspelingen begrijpen is ook maar de vraag. Gelukkig zijn de teksten toch wel redelijk positief en is Homo Erraticus een optimistisch album geworden, ondanks het feit dat het thema migratie vaaks als negatief en bedreigend wordt gezien. Natuurlijk zijn het geen echt vrolijke tijden tegenwoordig met al die bankencrisissen en economische malaise. Wat betreft de muziekstijl zou ik Homo Erraticus beschrijven als folk-prog-metal, met veel Ierse en Engelse invloeden en natuurlijk ook traditionele rockinvloeden. De plaat bevat ook meerdere rustige passages en zeker de nummers waarop ik akoestische gitaar speel, zijn erg folky en rustgevend. Maar fans van Jethro Tull zullen zeker niet teleurgesteld zijn.”

Als jij er dan toch over begint: hoe zit het nu met Jethro Tull, bestaat de band nog?
“Zeker bestaat Tull nog. De albums van Jethro Tull zijn er nog steeds, beter gezegd het repertoire is nog steeds zeer aanwezig en levend. Tull is altijd een soort muziekfamilie geweest met zo veel verschillende bandleden. Maar of er nog een nieuw bandalbum zal verschijnen, kan ik echt niet zeggen. Of Jethro Tull ooit weer op de planken zal staan, is ook erg onzeker, maar aan mij zal het niet liggen. Ik ben intussen wel een 66-jaar oude man en ik heb waarschijnlijk nog maar vijf tot tien jaar te leven. We moeten daarom niet te lang meer wachten, ha ha…”

Hoe zou jij herinnerd willen worden? Als een hofnar, een minstreel of een fluitspeler die ons tot inzicht bracht?
“Jij hebt te veel naar Led Zeppelin geluisterd! Het idee van hofnar spreekt mij wel aan, maar dan zou ik wel een hele gemene hofnar zijn, met heel veel woede in mij, haha… Muziek en humor zijn beide verdedigingsmechanismen en als je grappen over jezelf kunt maken – zoals ik dat goed kan trouwens – dan ben je veel beter af dan wanneer andere grappen over jou maken. Dus, zelfspot is eigenlijk een soort van vangnet. Humor in de muziek spreekt het publiek ook aan, omdat veel te veel muziek nogal bloedserieus is. Als muziek c.q. teksten te serieus, te artistiek, of te zelfverheerlijkend is, dan is humor een manier om te relaxen en te laten zien dat zelfs achter heel complexe muziek ook iets anders zit, iets kwetsbaars, iets leuks. Een hofnar is echter ook weer een serieus iemand die bepaalde aspecten van de maatschappij aan de kaak stelt. Maar ik weet niet of mensen dat allemaal zo kunnen volgen en ook ervaren.”