Voor menig Whitesnake-fan was het tijdens de recente Europese ‘Purple Tour’ waarschijnlijk even wennen om niet Doug Aldrich maar Joel Hoekstra de gitaarpartijen voor zijn rekening te zien nemen. Hoekstra – bekend van Night Ranger, Trans-Siberian Orchestra en de Broadway-show Rock Of Ages – drukt een geheel eigen stempel op het geluid en de performance van de band. De gitarist heeft zijn draai helemaal gevonden en is zelfs betrokken bij nieuwe Whitesnake-projecten, zo verklapt hij.

Hoe bevalt het om deel uit te maken van zo’n iconische band?
“Het is geweldig en overtreft al mijn verwachtingen! Werken met David [Coverdale, red.] is sowieso fantastisch. Hij is als een grote broer voor me. En het is super om onderdeel te mogen zijn van deze line-up. Mensen als Tommy Aldridge zijn toch levende legendes. Verder is David goed in vorm en zijn we als band perfect op elkaar ingespeeld. Ik vind het geweldig om met hen te werken en geef alles wat ik in me heb.”

Was je voorheen een Whitesnake-fan?
“Ja, zo kun je het wel stellen. Ik leerde Whitesnake eind jaren zeventig, begin jaren tachtig kennen; in die jaren begon ik naar rockmuziek te luisteren. En later ben ik de band altijd wel blijven volgen, ook tijdens hun recente tours. In 2013 openden we met Night Ranger voor Whitesnake. Toen heb ik David heel kort ontmoet en ook met de andere bandleden gesproken. En nu sta ik hier. Things change, right?”

Dus eigenlijk heb je je droomjob gevonden?
“Ik kreeg de baan – laten we het maar een baan noemen – als Whitesnake-gitarist aangeboden toen ik auditie deed. Dat was in mei 2014. Ik was voorzichtig en wilde aanvankelijk niemand iets vertellen, totdat ik had meegewerkt aan het nieuwe album en ik zeker wist dat het zou gaan werken. Pas toen we samen in de studio hadden gestaan, had ik de overtuiging: het werkt en het gaat echt gebeuren. Daar wilde ik zeker van zijn, want ik had een goed toekomstperspectief met Night Ranger. Ik speelde al zeven jaar in deze band en deed dat nog altijd met veel plezier. Dat wilde ik niet zomaar opzij zetten, vandaar dat ik deze stap weloverwogen heb genomen.”

Was het lastig om de plek van Doug Aldrich in te nemen? Hij was immers tien jaar lang een van de belangrijkste gezichten van Whitesnake.
“Ik probeer Doug niet te imiteren, want dan zou ik een slechte versie van hem zijn. Maar er is binnen Whitesnake méér veranderd dan een persoon. De chemie is anders en Reb [Beach, red.] staat meer in de spotlights dan voorheen. Daar ben ik blij om; ik vind het prettig om onderdeel uit te maken van een gitaartandem. Ik hoef niet zo nodig in mijn eentje in de spotlights te staan. Maar ik krijg binnen Whitesnake voldoende ruimte om mijn ‘ding’ te doen, hoor. Het belangrijkste voor mij is om de fans happy te zien; ik wil hen een geweldige rockavond bezorgen en met een goed gevoel naar huis laten gaan. Daarom geef ik alles wat ik in me heb. Dankzij de fans heb ik van muziek maken immers mijn beroep kunnen maken. Dat is geweldig; daar ben ik me terdege van bewust.”

De Europese tour is bijna afgelopen, tenminste voor dit jaar. Hoe heb je die shows ervaren?
“Het was geweldig. Met name de grote diversiteit in optredens viel op. Soms stonden we voor kleinere zalen, terwijl we in Sofia (Bulgarije) voor 17.000 mensen speelden. Zoveel publiek trekken de grote artiesten van vandaag niet eens! Dat was heel indrukwekkend, voor ons allemaal. Maar spelen in een intiemere setting heeft ook zijn charme.”

Joel Hoekstra-Praag

De Europese tour was net van start gegaan toen de aanslagen in Parijs plaatsvonden. Wat voor een impact heeft dat op jou gehad?
“Voor mij was meteen duidelijk: ik blijf doen wat ik altijd al deed. Ik wil niet veranderen en bang zijn; dat is juist wat die terroristen willen. En vermoord worden terwijl ik op het podium sta, is misschien wel de minst slechte manier om eruit te stappen. Ik woonde ook al in New York ten tijde van 9/11. Twee dagen erna moest ik weer optreden in die stad. Dus wat dat betreft ben ik wel iets gewend, hoe vreemd het ook klinkt. En als je het realistisch bekijkt, heb je meer kans om dood te gaan bij een auto-ongeluk. De wereld zit vol tragedies, iedere dag opnieuw. Het is triest, maar wel de waarheid. Daarom probeer ik me dergelijke specifieke voorvallen niet al te zeer aan te trekken.”

In oktober kwam  je soloalbum Dying To Live uit en startte de Japanse Whitesnake-tour. Kwam er niet heel veel samen?
“Dat kwam toevallig zo uit; ik was al langer met dit album bezig. Op internet werd wel gezegd dat ik een slaatje zou willen slaan uit het feit dat ik bij Whitesnake zit. Dat is zeker niet het geval! Ik heb eerder soloalbums gemaakt, maar die waren volledig instrumentaal. De laatste jaren heb ik veel nieuwe fans gekregen, en werd me vaak de vraag gesteld of ik een melodisch rockalbum wilde maken. Dat is ook het genre waar mensen mij van kennen. Ik heb alle songs zelf geschreven – een deel is autobiografisch, een deel niet – en het album ook zelf geproduceerd. En alle muzikanten die ik vroeg om mee te werken (o.a. Jeff Scott Soto, Russell Allen, Vinny Appice en Tony Franklin) deden mee. Dat was geweldig!”

Ben je tevreden met het resultaat?
“Ja, ik ben content. Ik zou het eindresultaat omschrijven als een hard, maar melodisch classic rock-album. Dio op zijn hardst en Foreigner op zijn zachtst. Ik ben een perfectionist en er zijn wel dingen die naar mijn mening beter hadden gekund, maar waarschijnlijk ben ik de enige die me daar druk over maakt. In zijn algemeenheid ben ik absoluut tevreden!”

Wat zijn je plannen en ambities voor de toekomst? Wat wil je nog bereiken?
“Ik wil muziek blijven maken op een hoog niveau. Daarbij heb ik geen specifieke mensen in gedachten. Het is ook moeilijk om drie, vier jaar vooruit te kijken; je weet nooit hoe dingen lopen. Maar sowieso zitten er nog leuke Whitesnake-projecten aan te komen. Ik kan er niet teveel over zeggen, dat is aan David. Maar hij is in ieder geval blij met de huidige line-up van de band. De eerste nieuwe concertdata voor 2016 zijn al bekend. Daarnaast zou ik het leuk vinden om in de toekomst weer af en toe mee te doen met het Trans-Siberian Orchestra. Ook ben ik betrokken bij een project met Michael Sweet van Stryper. Kortom: er zit heel wat in de pijplijn!”

Hoofdfoto: Neil Zlozower