Bij het grote publiek is het de meest geliefde plaat van David Bowie, maar fanatiekere fans zijn over het algemeen wat minder enthousiast: vandaag is het precies 31 jaar geleden dat Let’s Dance het levenslicht zag. Classic Rock Mag praat met producer Nile Rodgers over zijn aandeel in het album: “Ik was altijd al gek op Bowie’s muziek en het verbaasde me enorm dat hij met me de studio in wilde.”

De jaren voorafgaand aan zijn samenwerking met David Bowie waren voor Nile Rodgers relatief moeilijk. Nadat hij eind jaren 70 met Chic en Sister Sledge een van de grootste namen van de discomuziek was geweest, zorgde de commerciële ondergang van dat genre ervoor dat zijn muziek niet meer in trek was: “Twee jaar lang waren we non-stop succesvol en opeens was het over. Dat had makkelijk het einde van mijn loopbaan kunnen betekenen, maar daar heb ik toen helemaal niet bewust bij stilgestaan. Ik ben simpelweg harder gaan werken. Zo ontstond mijn carrière als producer, die kort daarna definitief van de grond kwam toen David Bowie mij vroeg mee te werken aan het album dat uiteindelijk Let’s Dance zou worden.”

Folkachtig liedje
Oorspronkelijk zouden de sessies voor Let’s Dance worden geleid door producer Tony Visconti, die ook de vijf voorgaande albums van Bowie produceerde. Bowie bedacht zich echter en koos voor Rodgers, wiens hand onmiskenbaar aanwezig is op het eindproduct. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het titelnummer: “David kwam op een gegeven moment bij me met een gitaar en speelde een folkachtig liedje waarvan hij dacht dat het een hit zou kunnen worden. Ik ben met die basis aan de slag gegaan en daar kwam uiteindelijk Let’s Dance uit: totaal anders dan de oorspronkelijke demo.”

Commercie
Het is dan ook Nile Rodgers die door veel Bowiefans wordt gezien als ‘hoofdschuldige’ aan het gelikte geluid van Let’s Dance.“Het klopt inderdaad dat mijn sound een stuk commerciëler is dan men tot dan toe van David Bowie gewend was,” legt Rodgers uit, “maar dat is juist de reden dat hij mij als producer gevraagd heeft: hij wilde hits.” Toch was Bowie zelf niet van mening dat Let’s Dance een overdreven commerciële plaat was. In een interview met Live! Magazine liet hij in 1997 weten dat volgens hem de hybride tussen rock en dance destijds helemaal nog niet zo was doorgedrongen tot de mainstream. “Heeft hij dat echt gezegd?”, reageert Rodgers verbaasd. “Dat vind ik echt verrassend. Zoals ik al zei: hij vroeg me letterlijk of ik hem kon helpen een hit te maken. Ik ga hier nu geen welles-nietes-discussie met David Bowie voeren, maar laat ik je dit zeggen: ik was destijds de jonge gast die na Diana Ross pas met zijn tweede grote naam samenwerkte. Reken dus maar dat ik alles tot in detail onthouden heb! Overigens waren de verhoudingen toen we in 1992 voor Black Tie White Noise samenwerkten precies andersom: dat album had ik veel hitgevoeliger willen maken, maar hij hield dat tegen.”

Belangrijke stap
Hoe dan ook: Rodgers kijkt met veel tevredenheid terug op Let’s Dance, al is het alleen maar omdat het een belangrijk punt in zijn eigen loopbaan bleek: “Ik denk dat die plaat aan critici bewezen heeft dat ik meer kan dan alleen pure disco. De samenwerking met David Bowie stelde mij in staat om iets neer te zetten dat ik met Chic nooit had kunnen doen. In die zin is Let’s Dance absoluut van cruciaal belang geweest voor mijn verdere carrière als producer.”