Adrian Vandenberg is terug! Aanstaande vrijdag verschijnt het debuutalbum van zijn nieuwe band, Vandenberg’s MoonKings, meteen gevolgd door een uitgebreide Europese tour. Classic Rock Mag sprak met ‘onze Adje’ over zijn comeback, zijn toekomstplannen en over de ‘erfenis’ van Whitesnake.

Hoe voelt het om na veertien jaar radiostilte weer terug te zijn in de wereld van de rock ’n roll?
“Super! Na zo’n lange periode van ‘onthouding’ heb ik zin om er weer tegenaan te gaan. In 2000 was ik er, na de intensieve jaren met Whitesnake, aan toe om me op andere dingen te richten. Ik had jarenlang bijvoorbeeld nauwelijks tijd gehad om te schilderen. Die schade wilde ik inhalen. Daarnaast vond ik het belangrijk om mijn dochter Mickey te zien opgroeien. Ik wilde niet dat ze zou gaan vragen: ‘wie die man is die op zondag het vlees komt snijden?’. Ik heb altijd geweten dat ik ‘ooit’ weer iets in de muziek zou gaan doen, maar pas wanneer Mickey op eigen benen zou kunnen staan.”

Waarom is dit het juiste moment voor een comeback?
“Ik heb mijn intuïtie gevolgd. Ik wist dat het tijd was om weer iets te gaan doen toen ik in 2011 een nummer voor FC Twente schreef, ter gelegenheid van de landstitel van de Enschedese club. Om dit nummer in te zingen, had ik Jan Hoving benaderd. Het klikte, in muzikaal en persoonlijk opzicht. Via via kwam ik ook in contact met drummer Mart Nijen Es en bassist Sem Christofel: twee jonge gasten, die ik een jaar of tien geleden zelfs heb gejureerd bij een talentenjacht! Met zijn vieren vertolkten we het kampioenslied A Number One. Ik voelde: ‘dit klopt, hier moet ik mee verder’. Ook omdat ik voor mezelf nog één keer echt opnieuw wilde beginnen, vanaf nul iets wilde opbouwen. Ik had ook in een gespreid bedje met bekende muzikanten kunnen stappen, maar daar lag voor mij te weinig uitdaging. En het enthousiasme en fanatisme van Jan, Mart en Sem vond en vind ik geweldig. Uiteindelijk zijn we in september 2013 samen de studio in gedoken, om nieuwe nummers op te nemen. Met het eerste album van Vandenberg’s Moonkings als resultaat.”

Ben je tevreden over deze nieuwe plaat?
“Absoluut. Ik durf zelfs te stellen dat het de beste plaat is die ik ooit heb gemaakt. Vooral omdat ik mijn gevoel heb gevolgd. Het is een plaat die ik in de eerste plaats voor mezelf heb gemaakt. Het hoefde geen megaklapper te worden, als ik er zelf maar happy mee was. En dat is gelukt: dit is het album geworden dat ik mijn hele leven al wilde maken.”

Hoe zou je de eerste Moonkings-plaat muzikaal omschrijven?
“Het is een stevige ‘recht voor je kanis’ bluesrockplaat. Een album dat niet voorspelbaar is en niet overgeproduceerd is; daar houd ik niet van. Daarom hebben we de nummers bijvoorbeeld zonder clicktrack opgenomen en is bij de meeste songs geen extra slaggitaar onder de solo’s toegevoegd. Hierdoor is het een hele directe, eerlijke plaat geworden, een album dat ademt en waar we ons gevoel in hebben kunnen leggen. Ik word er in ieder geval blij van. En dat is ook een must, anders kun je moeilijk verwachten dat je ook anderen een goed gevoel kunt geven. In de auto hier naartoe heb ik de plaat ook weer gedraaid, ik krijg er geen genoeg van.”

Wat verwacht je van het album en van Vandenberg’s Moonkings?
“Zoals gezegd was het niet het uitgangspunt om te proberen een commerciële megaklapper te maken. En dat lukt in Nederland sowieso al niet met dit type muziek. Maar wanneer je een plaat maakt waar je zelf trots op bent, dan is de tijd en energie nooit voor niets geweest. Ik zie MoonKings niet als een eenmalig iets, maar als het begin van een nieuwe periode. Ik zou wel gek zijn als ik datgene wat ik nu heb door mijn vingers laat glippen. Daarom pakken we het ook grootscheeps aan en gaan we meteen een grote tour maken, door diverse Europese landen: Engeland, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk, Spanje en natuurlijk Nederland. En na de zomer gaan we zelfs naar Amerika en Japan. Ik heb er enorm veel zin in om weer op de planken te staan. Overigens ben ik positief verrast door de vele aandacht die er is voor mijn nieuwe project: ik word overspoeld met interviewaanvragen, uit binnen- en buitenland. De fans zijn me nog niet vergeten; dat is geweldig”

Ook Whitesnake-voorman David Coverdale zingt een track op het nieuwe album. Hoe is dat zo gekomen?
“David zei al tien jaar dat ik weer de studio in moest duiken: ‘you lazy Dutchman, go make another record!’ Ik had echter andere dingen aan mijn hoofd en voelde dat de tijd nog niet rijp was. Toen David uiteindelijk hoorde van de plannen voor een nieuw album, liet hij weten het een eer te vinden om een nummer te mogen inzingen. Daarop heb ik een nieuwe versie van de Whitesnake-klassieker Sailing Ships geschreven; langzamer, meer integer en persoonlijker. Wij hebben in Nederland de muziek opgenomen, David heeft het nummer in Amerika ingezongen. Sailing Ships is het laatste nummer op het album, een soort van toegift waarbij we symbolisch over de schouder kijken naar de Whitesnake-periode die achter me ligt.”

Ligt Whitesnake echt definitief achter je?
“Ik zal het nooit helemaal los kunnen laten, simpelweg omdat het een heel belangrijk onderdeel van mijn verleden is. Daarom vond ik ook dat ik op dit album een link naar Whitesnake moest leggen. Daarbij heb ik een hele bijzondere vriendschap met David, ondanks dat we elkaar niet heel vaak zien. David voelt voor mij als een broer. En we zullen vast nog wel een keer iets samen gaan doen, in muzikaal opzicht. Wellicht een of ander bluesproject.”

Hoe kijk je terug op het debacle rond Slip Of The Tongue, de Whitesnake-plaat uit 1989 waarvoor jij en David diverse songs schreven. Bij de opname moest je vanwege een polsblessure het stokje overgeven aan Steve Vai…
“Dat was enorm frustrerend. Die frustratie heeft er uiteindelijk toe bijgedragen dat ik eind jaren negentig de band Manic Eden (waar ook Whitesnake-drummer Tommy Aldrigde in speelde, red.) vaarwel zei en besloot mee te spelen op de Whitesnake-plaat ‘Restless heart’. David had daarvóór een plaat gemaakt met Jimmy Page, met daaraan gekoppeld een tour. Omdat ik niet stil wilde zitten, ging ik aan de slag met Manic Eden. Ineens belde David toch weer op dat hij een nieuw Whitesnake-album wilde maken. Ik dacht: als ik nu niet ‘ja’ zeg, heb ik nooit mijn stempel kunnen drukken op een Whitesnake-album. Maar anders was ik absoluut verder gegaan met Manic Eden: het waren goede muzikanten en we hebben samen een prima album gemaakt.”

Je bent onlangs zestig geworden. Hoe lang ga je nog door met muziek maken?
“Ik laat me niet leiden door mijn leeftijd, dat is voor mij niet meer dan een getal. Ik ga door zolang het goed voelt. En dat is voorlopig nog absoluut het geval!”