Elke week licht Classic Rock Mag een ‘verborgen juweel’ uit, een plaat die om wat voor reden dan ook totaal ondergewaardeerd werd of tot vandaag de dag onderbelicht bleef. Deze week is dat Sailor, het tweede album van The Steve Miller Band.

The Steve Miller Band kent iedereen vooral van megahits als The Joker, Fly Like An Eagle en Abracadabra, maar ver voor die succesperiode bracht Miller al een reeks spectaculaire platen uit. De beste van allemaal is wellicht Sailor (1968), de tweede en laatste lp met Boz Scaggs in de line-up.

Voordat het eerste album Children Of The Future in 1968 uitkomt, heeft Miller al flink aan de weg getimmerd met zijn band. Zo is hij met drummer Tim Davis, bassist Lonnie Turner en toetsenist Jim Peterman te horen op Chuck Berry’s live-lp Live At The Fillmore Auditorium (1967). Aangevuld door gitarist/zanger Boz Scaggs – een jeugdmaatje van Miller – staat deze line-up als The Steve Miller Blues Band in juni ’67 op het beroemde Monterey Pop Festival, waar uiteraard ook grootheden als The Jimi Hendrix Experience, The Who en Janis Joplin optreden.

Children Of The Future is een jaar later geen groot commercieel succes, ondanks magistrale songs als In My First Mind en Scaggs’ Baby’s Callin’ Me Home. De producer van het album is niemand minder dan Glyn Johns, die in de jaren zeventig aan verkoopsuccessen als Desperado van Eagles en Slowhand van Clapton werkt. Voor de opvolger van Children Of The Future schakelt Miller opnieuw de hulp in van Johns. Dat tweede album, Sailor, verschijnt in oktober van hetzelfde jaar. In artistiek en zeker in commercieel opzicht overtreft de lp de voorganger ruimschoots.

Sailor opent met de zweverige, psychedelische instrumental Song For Our Ancestors. Dit bijna zes minuten durende stuk, waarin de verschillende bandleden op bepaalde momenten de voorgrond betreden, bouwt op naar het lichte Dear Mary, geschreven en gezongen door Miller. Dit breekbare liefdeslied wordt gedragen door zijn herkenbare stemgeluid en is direct een van de mooiste tracks op de plaat:

Het door drummer Tim Davis met hulp van Scaggs geschreven My Friend (tevens gezongen door Davis) voelt als een minder werk tussen het betoverende Dear Mary en de single Living In The USA, die pas na een reissue in de jaren zeventig iets doet in de Amerikaanse hitlijst. Niettemin is Living In The USA – met de memorabele regel “Somebody give me a cheeseburger” aan het einde – een van Millers grootste klassiekers en wordt de hitgevoelige rocker nog steeds door de Steve Miller Band gespeeld tijdens concerten (zoals eind vorig jaar in het Tilburgse 013).

De tweede plaatkant is net zo onvoorspelbaar als de eerste en gaat met het lome Quicksilver Girl van start. Opvallend zijn de hemelse harmonieën in deze track en het strakke, bluesy orgelspel in de volgende: Lucky Man. Leuk is ook de aanwezigheid van de korte Johnny ‘Guitar’ Watson-cover Gangster Of Love, waarnaar Miller uiteraard verwijst in de nummer 1-hit waar hij in 1973 wereldwijd mee doorbreekt: The Joker.

De Jimmy Reed-cover You’re So Fine werkt evenwel, met dominerend harmonicaspel van Miller. Aan Boz Scaggs de eer om Sailor af te sluiten met de tracks Overdrive en Dime-A-Dance-Romance. De eerste is een merkwaardige, deels gesproken compositie met een meeslepend basritme, terwijl het rockende Dime-A-Dance-Romance eveneens tot de beste songs op de lp behoort.

Scaggs heeft een groot aandeel in het kwalitatieve succes van de plaat, maar Sailor is helaas de laatste met hem als lid van The Steve Miller Band. Zoals we allemaal weten, start hij een solocarrière die in 1976 eindelijk succesvol wordt met het album Silk Degrees (hits: Lowdown en Lido Shuffle). Tegen die tijd is zijn oude maatje Miller natuurlijk ook veel succesvoller dan in de vroege periode met Scaggs als bandlid. The Steve Miller Band scoort in de jaren zeventig en tachtig de ene hit na de andere, waaronder Fly Like An Eagle, Jet Airliner en Abracadabra.

Sailor komt in 1968 niet verder dan een aardige 24e positie in de Amerikaanse albumlijst en ook de prima opvolger Brave New World (1969, met Paul McCartney als gastartiest) valt net buiten de top 20. In Nederland heeft The Steve Miller Band helemaal geen succes tot de release van The Joker in 1973. Zeker hier is de eerste reeks albums van de band vrij onbekend, terwijl vooral Children Of The Future en Sailor niet veel onderdoen voor de beste platen uit de psychedelische periode. Natuurlijk, met Fly Like An Eagle (1976) en Book Of Dreams (1977) maakte Miller albums van een iets constanter niveau, maar het is niet vreemd dat sommigen het oudere werk prefereren. Sailor laat een nog zoekende band horen, maar de band heeft nooit meer zo avontuurlijk geklonken als op dit vroege carrièrehoogtepunt.