Elke week licht Classic Rock Mag een ‘verborgen juweel’ uit, een plaat die om wat voor reden dan ook totaal ondergewaardeerd werd of tot vandaag de dag onderbelicht bleef. Deze week is dat Unicorn van Tyrannosaurus Rex.

Voordat Marc Bolan een rockicoon werd in de jaren zeventig, was hij al actief als de helft van het duo Tyrannosaurus Rex. In eigen land bouwde deze psychedelische act een flinke reputatie op in de undergroundscene, maar daarbuiten zijn de vier albums onder deze naam nog steeds vrij onbekend. Dat Bolan in die tijd al een groot talent was, bewees hij met name op de in 1969 uitgebrachte derde lp Unicorn.

Bolan richt Tyrannosaurus Rex in 1967 op. In eerste instantie als band, maar na korte tijd blijven alleen hij en percussionist Steve Peregrine Took over. Het debuutalbum dat het duo in 1968 uitbrengt, draagt de nogal aparte titel My People Were Fair And Had Sky In Their Hair… But Now They’re Content To Wear Stars On Their Brows. Deze titel zegt veel over de psychedelische muziek op de lp, die onvergelijkbaar is met het werk van tijdgenoten. Leuk detail is dat de beroemde dj John Peel ook nog even in een van de nummers langskomt.

Typisch voor de enorme productiviteit die veel bands uit deze tijd kenmerkt, verschijnt het tweede album hetzelfde jaar nog. Prophets, Seers & Sages: The Angels Of The Ages borduurt voort op de vreemde hippiemuziek die het debuut al had geïntroduceerd, met onder meer het schitterende openingslied Deboraarobed. De producer van beide albums is de inmiddels beroemde Tony Visconti, die vanaf de jaren zeventig aan diverse klassiekers van David Bowie en uiteraard ook T. Rex werkt.

Tyrannosaurus Rex maakt al snel naam in de Britse undergroundscene (en heeft zelfs enig succes in de Britse hitlijsten), ook al zijn de eerste twee lp’s allebei niet helemaal geslaagd. Het eerste echt consistente album van het duo volgt in 1969, het iets ‘makkelijkere’ Unicorn, wederom geproduceerd door Visconti. De productie doet hier en daar denken aan Phil Spector, wat volgens de liner notes bij de cd-remaster uit 2004 niet vreemd is. Bolan luistert voor het maken van Unicorn namelijk veel naar de ‘coole geluiden’ die andere, populaire bands als The Beatles rond die tijd laten horen op hun albums.

Dat wil niet zeggen dat ook het songmateriaal gewoner is op Unicorn. Ze mogen dan wel verfraaid zijn door Spector-achtige producties, Bolans poëtische nummers zijn net zo uniek als op de twee voorgaande lp’s. Hoewel hij op zo’n ongewone manier zingt dat de teksten soms niet helemaal te verstaan zijn, bewijst bijvoorbeeld het openingslied Chariots Of Silk dat Bolan een ware woordkunstenaar was. Kijk alleen al naar de eerste regels: “The toad road licked my wheels like a sabre/Winds of the marsh lightly blew/Some jars stacked with stars on her shoulders/Hunters of pity she slew.”

De sprookjesachtige sfeer op Unicorn wordt natuurlijk niet alleen door de vindingrijke teksten gecreëerd. De achtergrondzang en de avontuurlijke percussie van Steve Peregrine Took vullen Bolans zang en gitaar perfect aan, bijvoorbeeld in het meest bijblijvende lied op de plaat: She Was Born To Be My Unicorn.

Andere prachtige songs op Unicorn zijn onder meer Nijinsky Wind en Romany Soup, met een speelduur van ruim vijf minuten met afstand het langste lied van de plaat. Overigens is wederom John Peel – die behoorlijk gecharmeerd was van het werk van het duo – te horen in dat nummer. Hoewel het songmateriaal van Unicorn totaal anders is dan op de latere lp’s van T. Rex, zijn tracks als Cat Black (The Wizard’s Hat) toch direct herkenbaar als het werk van Bolan. In die track speelt producer Visconti piano:

De onderlinge band tussen Bolan en Took wordt minder hecht als Bolans nieuwe vriendin June Child hem adviseert een andere muzikale partner te zoeken. Unicorn blijkt het laatste Tyrannosaurus Rex-album met Took als Bolans sidekick. Voor het vierde en laatste album wordt hij vervangen door een andere percussionist: Mickey Finn, die ook deel uitmaakt van het veel succesvollere T. Rex.

Unicorn bereikt een respectabele twaalfde positie in de Britse albumcharts en wordt het eerste album van Tyrannosaurus Rex dat ook in Amerika uitkomt. In de jaren zeventig ontwikkelt Bolan zich tot een van de belangrijkste muzikanten van het decennium, met legendarische albums als Electric Warrior (1971) en The Slider (1972). Unicorn is het bewijs dat hij al in zijn vroege jaren overduidelijk tot de allergrootsten behoorde.