Elke week licht Classic Rock Mag een ‘verborgen juweel’ uit, een plaat die om wat voor reden dan ook totaal ondergewaardeerd werd of tot vandaag de dag onderbelicht bleef. Deze week is dat het debuutalbum van The Souther, Hillman, Furay Band uit 1974

De namen J.D. Souther, Chris Hillman en Richie Furay komen veel rockliefhebbers waarschijnlijk bekend voor. Net als Crosby, Stills & Nash waren deze drie singer-songwriters gerelateerd aan beroemde bands voordat ze een ‘supergroep’ formeerden. The Souther, Hillman, Furay Band bestond niet lang en was zeker niet zo succesvol als CSN, maar de gecombineerde talenten van dit trio resulteerden in een debuut met heerlijke countryrock.

We beginnen met een korte introductie van de drie onderschatte muzikanten uit de bandnaam. John David Souther speelt in de jaren zestig met Glenn Frey in de countryrockband Longbranch Pennywhistle, die in 1969 een eerste en laatste studioalbum uitbrengt. Na het uiteenvallen van deze band krijgt Frey uiteraard succes als lid van Eagles, waarbij ook Souther betrokken wordt. Souther schrijft in de jaren zeventig mee aan Eagles-klassiekers als Doolin-Dalton, Best Of My Love, New Kid In Town en Heartache Tonight, en hij werkt samen met onder anderen Linda Ronstadt en Jackson Browne. Ondertussen komt zijn solocarrière niet echt van de grond.

Chris Hillman speelt tot 1968 in The Byrds, waarin hij op de achtergrond van prominente figuren als Roger McGuinn, Gene Clark en David Crosby staat. Toch ontwikkelt ook hij zich tot een getalenteerd songwriter op het vierde album Younger Than Yesterday. Met Gram Parsons, een andere ex-Byrd, richt Hillman het commercieel weinig succesvolle maar zeer invloedrijke The Flying Burrito Bros op. Na Parsons’ vertrek blijft Hillman nog even lid van die countryrockgroep, totdat Stephen Stills hem vraagt voor zijn succesvolle nieuwe band Manassas. Na twee albums valt ook die formatie uit elkaar. Een reünie van de originele Byrds line-up is eveneens geen lang leven beschoren.

Ook Richie Furay heeft een connectie met Stills. Op jonge leeftijd zitten ze samen in de band Au Go Go Singers, en vanaf 1966 breken de twee zangers/gitaristen door als leden van Buffalo Springfield (waar, zoals we allemaal weten, ook Neil Young deel van uitmaakt). Deze belangrijke sixtiesband valt snel uit elkaar en Furay richt het succesvolle Poco op. Na het floppen van het zesde album Crazy Eyes (1973) vertrekt Furay om zich bij Souther en Hillman aan te sluiten.

The Souther, Hillman, Furay Band is een idee van David Geffen, op dat moment nog platenbaas van Asylum Records. Hij wil ongetwijfeld meeliften op het succes van de Eagles en de in 1973 niet meer gezamenlijk actieve supergroep Crosby, Stills, Nash (& Young). De gelijkenis met CSN is duidelijk: ook in The SHF Band zit een lid van The Byrds en een lid van Buffalo Springfield. Zoals de achterzijde van de hoes duidelijk maakt, zijn Souther, Hillman en Furay niet de enige stermuzikanten in deze nieuwe formatie. Al Perkins (pedal steel), Paul Harris (toetsen) en Joe Lala (percussie in twee tracks) speelden met Hillman in Manassas en drummer Jim Gordon maakte naam bij onder meer Derek & The Dominos. De verwachtingen voor de ‘supergroep’ zijn dan ook logischerwijs hooggespannen.

Op het eerste album staat een groot aantal schitterende songs van de drie songwriters. Vooral Furay en Hillman klinken meer geïnspireerd dan op hun laatste albums met respectievelijk Poco en Manassas. Zo is Fallin’ In Love een catchy openingslied van Furay, en is zijn The Flight Of The Dove een schitterende ballad. Een andere compositie van hem, Believe Me, doet aan als een opvuller, maar wordt toch gered door zijn engelachtige stem en de hemelse harmonieën.

Met leden die eerder in Poco, Buffalo Springfield, The Byrds en The Flying Burrito Bros zongen, mag je dan ook wel verwachten dat de close harmony dik in orde is. Luister alleen al naar de betoverende samenzang in Hillmans Heavenly Fire, gecompleteerd door het vakwerk van Perkins op de pedal steel. Ook de andere twee bijdragen van Hillman, de rocker Safe At Home en het melodieuze Rise And Fall zijn uitstekend.

J.D. Souther is een beetje de Stephen Stills van The SHF Band, aangezien hij de meeste composities aanlevert. Vier van de tien songs op dit album zijn van Southers hand. De afsluiter Deep, Dark And Dreamless is zonder meer de mooiste track op de lp, mede dankzij de volmaakte samenzang. Ook de ballad Pretty Goodbyes en de Eagles-achtige rocker Border Town behoren tot de beste nummers die hij ooit schreef.

The Souther, Hillman, Furay Band is dan misschien in het leven geroepen door Geffen om er flink aan te verdienen, het resultaat is een puike Westcoast rockplaat die liefhebbers van CSN(Y) en Eagles niet mogen missen. In 1974 ervaren velen het album desondanks als teleurstellend, hoewel het in Amerika toch een elfde positie bereikt. The SHF Band maakt in 1975 een veel minder geslaagde opvolger (Trouble In Paradise), waarna het over en uit is voor dit trio.

Souther, Hillman en Furay richten zich weer op hun eigen carrières, met hier en daar een groot succes. Souther scoort in 1979 – met hulp van Jackson Browne – een grote hit met You’re Only Lonely en behaalt nogmaals de hitlijst met Her Town Too (1981), een duet met James Taylor. Hillman start een weinig succesvolle solocarrière en scoort in 1979 de hit Don’t You Write Her Off met zijn oude Byrds-collega’s Roger McGuinn en Gene Clark. In Amerika is eind jaren tachtig Hillmans latere countryrockgroep The Desert Rose Band geliefd. Ook Furay brengt soloalbums uit, maar hij komt pas in 1989 weer in de hitlijsten met het Poco-reüniealbum Legacy. In 2011 treedt hij ook weer op met Stephen Stills en Neil Young als Buffalo Springfield.