Vorige week startten we met onze top vijftig van rockgitaristen. In het eerste deel (nummers 50 t/m 41) kwamen al grootheden als Richie Sambora, George Harrison en Pete Townshend voor. De rockers in onze top 50 verdienen hun plek om verschillende redenen en vanzelfsprekend blijft het lastig om ze met elkaar te vergelijken. De één blinkt immers uit in techniek, de ander valt op dankzij een herkenbare sound, enzovoort. Maar dat ze allemaal helden zijn, dat staat voor ons vast. Volgende week deel drie, vandaag de nummers 40 t/m 31:

40. Nuno Bettencourt

Wie alleen de mierzoete hitballad More Than Words kent, zal zich mogelijk afvragen wat Nuno Bettencourt in deze lijst te zoeken heeft. Gelukkig kunnen we ervan uitgaan dat onze lezers de begin jaren negentig erg populaire band Extreme beter kennen dan de gemiddelde Sky Radio-luisteraar. Bettencourt was de Eddie Van Halen van zijn tijd, met virtuoze en vliegensvlugge solo’s in onder meer Get The Funk Out en de introductie van He-Man Woman Hater (bekend onder de titel Flight Of The Wounded Bumblebee). Ook de moeite waard is zijn onderschatte soloplaat Schizophonic (1996). Tegenwoordig verdoet de man helaas zijn tijd bij zangeres Rihanna, al is hij ook nog actief bij Extreme. [AM]

39. Angus Young

AC/DC heeft de iconische status voor een deel te danken aan Angus Young, die zich nog altijd in het voor hem kenmerkende schooluniform en het welbekende Chuck Berry-loopje over het podium beweegt. Maar bovenal excelleert de kleine gitarist (samen met broer Malcolm) in de riffs en solo’s die van onder meer Whole Lotta Rosie, Highway To Hell en Thunderstruck zulke onweerstaanbare rockkrakers maakten. De lange solo van Angus tijdens liveversies van Let There Be Rock blijft een genot om te aanschouwen. [AM]

38. Joe Walsh

Op het Guitar Legends Festival in Sevilla in 1991 werd Joe Walsh terecht door Brian May geïntroduceerd als “een gitaarheld voor alle gitaarhelden”. Voordat hij de extreem succesvolle Eagles kwam versterken, had Walsh in Amerika al behoorlijk naam gemaakt: eerst als lid van James Gang (o.a. van de rockklassieker Funk #49), vervolgens met de band Barnstorm en solo. Monumentaal is natuurlijk de door fraai slidespel en een talkboxgedeelte gekenmerkte hit Rocky Mountain Way. Een onvermijdelijke vermelding verdient ook Hotel California, vanwege het legendarische gitaarduel tussen Don Felder en Walsh. [DG]

37. Neil Young

Waar sommige, meer virtuoze gitaristen zoveel mogelijk noten achter elkaar willen spelen, heeft Neil Young genoeg aan één krijsende toon uit zijn vertrouwde ‘Old Black’. Net als Pete Townshend (zie nummer 41) of George Harrison (47) behoort de Canadese meester niet tot de technisch meest verbluffende muzikanten, maar zijn spel in Cortez The Killer en Like A Hurricane komt toch vaak langs in lijsten met de beste gitaarsolo’s aller tijden. Logisch ook, want zeker als Young begeleiding krijgt van Crazy Horse (zoals op de live-dubbelaars Live Rust en Weld) weet hij als weinig anderen vele muziekliefhebbers in vervoering te brengen. [DG]

36. Mike Bloomfield

Een van de belangrijkste blues- en rockgitaristen van de jaren zestig. Mike Bloomfield liet met zijn emotionele solo’s een onuitwisbare indruk achter op de eerste twee albums van The Paul Butterfield Blues Band en speelde een belangrijke rol in de carrière van Bob Dylan door hem te begeleiden op de lp Highway 61 Revisited (1965) en tijdens het historische optreden op het Newport Folk Festival. Nadat zijn eigen band The Electric Flag al na korte tijd uit elkaar viel, werkte hij (opnieuw) samen met toetsenist/producer Al Kooper. Dat leverde een van de meest invloedrijke jamplaten aller tijden op: Super Session (1968). [DG]

35. Peter Green

Je moest wel van zeer goeden huize komen om de plek van Eric Clapton op te vullen bij John Mayall’s Bluesbreakers, maar dat deed Peter Green met verve op het album A Hard Road (1967). De bluesrocker groeide zelf ook snel uit tot een stergitarist en leverde een onbetaalbare bijdrage aan de rockgeschiedenis door Fleetwood Mac op te richten. Greens zwoele sound herken je direct in hits als Need Your Love So Bad en Albatross, terwijl hij met Oh Well een van de meest memorabele riffs op plaat zette. Nadat hij Fleetwood Mac verliet, was zijn werk nog steeds het beluisteren waard. Zeker met zijn eigen Splinter Group, maar luister ook naar de schitterende instrumental Proud Pinto van zijn soloalbum In The Skies (1979). [DG]

34. Steve Morse

Met zijn inventieve riffs en vloeiende solo’s blies Steve Morse halverwege de jaren negentig het Ritchie Blackmore-loze Deep Purple nieuw leven in. Natuurlijk had de enige Amerikaan in de band toen al een respectabel cv opgebouwd. Morse was namelijk in de jaren zeventig al actief in de fusionband Dixie Dregs, waarna hij een reeks prima soloalbums opnam en lid werd van de succesvolle progformatie Kansas. Hoewel veel fans Blackmore onvervangbaar achten, was het mede dankzij zijn opvolger dat Purpendicular (1996) het beste Deep Purple-album in jaren werd. Luister bijvoorbeeld naar het briljante gitaarwerk in Sometimes I Feel Like Screaming. Overigens is ook het recente werk van Morse bij de prog-‘supergroep’ Flying Colors van hoog niveau. [AM]

33. Steve Hackett

Voordat Eddie Van Halen er op zijn beurt talloze jonge hardrock- en metalgitaristen mee beïnvloedde, gebruikte Steve Hackett de ‘tapping’-techniek al op de platen van Genesis. De sympathieke Brit was bepalend voor het geluid van meesterwerken als Foxtrot (1972) en Selling England By The Pound (1973) en met zijn vertrek in 1977 bleek maar weer eens hoe belangrijk hij was voor de band. Zonder Hackett werd Genesis een commerciëlere pop/rockband, terwijl hijzelf avontuurlijke soloplaten als Spectral Morning (1979) en To Watch The Storms (2003) bleef maken. [DG]

32. Ted Nugent

Tegenwoordig komt hij meer in het nieuws vanwege zijn politieke voorkeur dan om zijn gitaarkunsten, maar dat doet niets af aan de geweldige hardrock die deze ‘Motor City Madman’ zeker in de jaren zeventig maakte. Ted Nugent was eind jaren zestig al goed bezig met zijn band The Amboy Dukes (luister naar Journey To The Center Of The Mind!), maar dankzij zijn titelloze solodebuut uit 1975 en de live-dubbelaar Double Live Gonzo! (1978) rekenen we hem tot de meest sensationele gitaarrammers die de classic rock rijk is. Vooral de klassieker Stranglehold mag niet ontbreken in lijsten met de beste gitaarsolo’s aller tijden. [AM]

31. Alex Lifeson

De man die vorig jaar nog werd uitgeroepen tot de beste Canadese gitarist gaan we natuurlijk niet over het hoofd zien! Net zoals de andere twee leden van het powertrio Rush (Geddy Lee en Neil Peart) is Alex Lifeson een ware virtuoos. De epische instrumental La Villa Strangiato van de lp Hemispheres (1978) is een goed voorbeeld van zijn overduidelijke kwaliteiten als elektrische én akoestische gitarist, terwijl de even complexe als effectieve riffs en solo’s je om de oren vliegen in Rush-klassiekers als Tom Sawyer en YYZ. [AM]