Twee weken geleden startten we met onze top vijftig van rockgitaristen. In het eerste en tweede deel kwamen al grootheden als Pete Townshend, Angus Young en Peter Green voor. De rockers in onze top 50 verdienen hun plek om verschillende redenen en vanzelfsprekend blijft het lastig om ze met elkaar te vergelijken. De één blinkt immers uit in techniek, de ander valt op dankzij een herkenbare sound, enzovoort. Maar dat ze allemaal helden zijn, dat staat voor ons vast. Volgende week deel vier, vandaag de nummers 30 t/m 21:

30. John Petrucci

Een van de grootste trekpleisters van progressieve metalband Dream Theater is gitarist John Petrucci, bandlid van het eerste uur. Hij blinkt uit in snel plectrumwerk (picking style), onnavolgbare riffs en strak uitgevoerde solo’s. Deze menselijke metronoom zit zo strak op de tel, dat hem weleens wordt verweten dat hij geen gevoel in zijn spel legt. Dat is wat te kort door de bocht. Luister maar eens naar zijn fraaie tokkelwerk in bijvoorbeeld A Change Of Season of geweldig melodische solo’s in Another Day, The Spirit Carries On, Goodnight Kiss en Octavarium. [PL]

29. Johnny Winter

Bluesrocklegende Johnny Winter viel voor het eerst op toen hij in 1968 mocht jammen met Mike Bloomfield (zie nummer 36) en Al Kooper. De uitvoering van It’s My Own Fault, te vinden op de cd Fillmore East: The Lost Concert Tapes, is een ware tour de force waarbij Winter de show steelt met zijn intense spel. Met een welverdiend platencontract onder de arm startte de jonge gitarist vervolgens een eigen carrière. Hoewel hij nog steeds optreedt en platen maakt, is vooral zijn werk van eind jaren zestig de moeite waard. Zeker op de lp Second Winter (1969) vliegt het gitaargeweld je om de oren in onder meer de superieure Dylan-cover Highway 61 Revisited. En hadden we al gezegd dat Winter ook een verbluffende show weggaf op Woodstock? [DG]

28. Ry Cooder

De carrière van Ry Cooder omvat natuurlijk meer dan alleen rock. Op prachtplaten als Into The Purple Valley (1972) en Chicken Skin Music (1976) schuwt hij ook invloeden uit onder meer country en Tex-Mex niet. Feit is wel dat Cooder vrijwel alles met snaren meester is. Mooie voorbeelden van zijn kunsten zijn het oorstrelende Dark End Of The Street van het album Boomer’s Story (1972) en het onvergetelijke slidethema uit Wim Wenders’ filmklassieker Paris, Texas (1984). Naast zijn vele albums met rock-, roots- en filmmuziek is Cooder ook een veelgevraagd sessiemuzikant. Hij speelde mee op meerdere albums van de Stones en Randy Newman, en hielp John Hiatt op een van de allerbeste albums van de jaren tachtig: Bring The Family (1987). [DG]

27. Duane Allman

Eerder dit jaar verscheen de uitgebreide boxset Skydog: The Duane Allman Retrospective, met het ultieme overzicht van de veel te korte carrière van deze op 24-jarige leeftijd overleden gitaarheld. Natuurlijk verdient hij zijn plek in deze lijst vooral dankzij zijn werk als lid van The Allman Brothers Band, waarbij hij samen met Dickey Betts geschiedenis schreef dankzij de gedeelde solo’s in onder meer Whipping Post en Blue Sky. Daarnaast, zo toont de eerder genoemde boxset nogmaals aan, was zijn talent te horen in opnames van een heleboel andere grootheden: van Wilson Pickett en Aretha Franklin tot Laura Nyro en Eric Clapton. De optredens van de huidige Allman Brothers Band zijn nog steeds fraai, maar zonder Duane waren ze nooit meer hetzelfde. [DG]

26. Robin Trower

In songs als Whiskey Train en Whaling Stories van Procol Harum is het talent van Robin Trower al duidelijk hoorbaar, maar hij kon zich pas echt meten met de groten der aarde nadat hij die band verliet. Zeker toen in 1974 zijn fantastische én succesvolle album Bridge Of Sighs uitkwam, dat in Amerika terecht de top tien van de albumlijst haalde. Trowers door Hendrix beïnvloedde gitaarsound in (onder meer) de hypnotiserende titelsong is een van de fijnste en meest onderscheidende uit de rockgeschiedenis. Ook zeer de moeite waard is de recentere samenwerking met basheld Jack Bruce op Seven Moons (2008). [DG]

25. Roy Buchanan

Het zegt genoeg dat onder anderen Jeff Beck en Gary Moore een ode brachten aan de helaas nooit echt groot geworden Roy Buchanan, vaak ‘The World’s Greatest Unknown Guitarist’ genoemd. De 25 jaar geleden overleden ‘guitarist’s guitarist’ legde uitzonderlijk veel gevoel in zijn spel, zoals vooral te horen is in het hartverscheurende The Messiah Will Come Again. Naast het titelloze album uit 1972 waar dat nummer vandaan komt, maakte Buchanan nog enkele prima studioplaten. Toch kwam hij live het beste tot zijn recht, zoals te horen is op de lp Live Stock (1975). [DG]

24. Steve Lukather

Je kunt een hekel hebben aan Toto, maar het mag duidelijk zijn dat Steve Lukather een waanzinnig goede en ook nog eens erg veelzijdige gitarist is. Niet voor niets werd ‘Luke’ als sessiemuzikant door zo’n beetje alle muzikale grootheden die ertoe doen uitgenodigd om mee te spelen op hun platen: van Eric Clapton en Roger Waters tot Joni Mitchell en Michael Jackson. Voor wie niet genoeg krijgt van de spetterende solo’s in Toto-favorieten als Rosanna, zijn er ook nog Lukathers vaak erg bevredigende soloalbums. Zo verscheen begin dit jaar nog Transition, met onder meer de Jeff Beck-achtige instrumental Smile[DG]

23. Steve Howe

Het is ontzettend moeilijk om Steve Howe hier in een hokje te gaan drukken, want de man excelleert in zo’n beetje alles. Of het nou op de akoestische of elektrische gitaar is; bij Yes, Asia of GTR: Howe weet op smaakvolle wijze met zijn mengsel van klassiek, jazz en rock een extra laag te geven aan de nummers waarop hij speelt. Hij werd dan ook tussen 1976 en 1981 ieder jaar door Guitar Player Magazine tot gitarist van het jaar gekroond. [SS]

22. Robert Fripp

Weinig (rock)gitaristen waren zo vernieuwend bezig als Robert Fripp, die talloze muzikanten inspireerde met zijn eigen ‘New Standard Tuning’ en zijn gebruik van zogeheten Frippertronics. Totaal ongewoon zijn de gitaarpartijen op de albums van zijn band King Crimson, zoals in de experimentele stukken Larks’ Tongues In Aspic, Red en Indiscipline, terwijl je zijn karakteristieke sound er ook direct uitpikt op sommige platen van David Bowie (waaronder “Heroes”) en Peter Gabriel. Eveneens interessant zijn de collaboraties met collega-pionier Brian Eno. Het album No Pussyfooting (1973) van dit duo is een mooi voorbeeld van het gebruik van Frippertronics. [DG]

21. Jan Akkerman

We zijn er natuurlijk nog steeds trots op met zijn allen: een Nederlander die in 1973 door Melody Maker werd uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. En terecht natuurlijk: Jan Akkerman is niet alleen een technisch hoogstaand gitarist, maar ook nog eens eentje die altijd blijft experimenteren met zowel apparatuur als spel. Akkerman zelf blijft er echter bescheiden onder. In een interview met HP/De Tijd in 2011: “Legende? Hou toch op. Dat noemen ze tegenwoordig iederéén.” [SS]