Drie weken geleden startten we met onze top vijftig van rockgitaristen. In het eerste, tweede en derde deel kwamen al grootheden als Pete Townshend, Angus Young, Steve Lukather en Jan Akkerman voor. Zij en de 46 andere rockers in onze top 50 verdienen hun plek om verschillende redenen. Vanzelfsprekend blijft het lastig om ze met elkaar te vergelijken; de een blinkt immers uit in techniek, de ander valt op dankzij een herkenbare sound, enzovoort. Maar dat ze allemaal helden zijn, dat staat voor ons vast. Volgende week het laatste deel, vandaag de nummers 50 t/m 21:

20. Eric Johnson

Bij het grote publiek is deze alleskunner uit Texas waarschijnlijk minder bekend dan bijna alle andere namen in onze top vijftig, maar bij gitaarliefhebbers wordt Eric Johnson op handen gedragen. Hij beschikt dan ook over een van de meest kenmerkende gitaartonen en hij kan verbluffend snel spelen zonder zomaar wat oeverloos te ‘shredden’. Johnson begon als sessiemuzikant bij onder anderen Carole King, voordat hij zelf onder de aandacht kwam met zijn album Tones (1986) en een spectaculair optreden in het programma Austin City Limits. Zijn beroemdste werk is echter te vinden op de albums Ah Via Musicom (1990) en Venus Isle (1996), met onnavolgbare solo’s in onder meer Cliffs Of Dover, Desert Rose en Manhattan. [DG]

19. Gary Moore

De een luistert het liefst naar de succesvolle bluesplaten die Gary Moore vanaf begin jaren negentig uitbracht, de ander heeft meer met de hardrock die de Ierse snarengeselaar voor die tijd maakte (ook als volwaardig lid van Thin Lizzy). Waar alle fans het hoe dan ook over eens zullen zijn, is dat het gitaarwerk altijd sensationeel bleef. Instrumentals als The Loner (op Wild Frontier, 1987) en The Prophet (Back To The Blues, 2001) gaan door merg en been dankzij de vurige emotie en onverbiddelijke virtuositeit in de solo’s van de veel te vroeg gestorven rocker. Niet te missen zijn de live-uitvoeringen van de klassieker Parisienne Walkways. [DG]

18. Slash

Als deze lijst draaide om de meest legendarische beelden van rockgitaristen, dan maakte Slash goede kans op de eerste plaats. Want wie herinnert zich niet hoe de Guns N’ Roses-grootheid in de clip van November Rain naast dat kleine witte kerkje helemaal losging? Maar ook zonder die beelden heeft Slash zijn positie in dit overzicht dubbel en dwars verdiend: met zijn Gibson Les Paul en op blueslicks gebaseerde spel is hij een meester in sterke riffs, maar vooral ook een held met memorabele solo’s waarin zijn gevoel voor melodie een belangrijke rol speelt. Door zijn vele gastoptredens bij allerhande artiesten wordt bovendien duidelijk dat zijn stijl absoluut niet genregebonden is. [SS]

17. Mark Knopfler

Dire Straits was mede zo succesvol dankzij het fluwelen gitaargeluid van Mark Knopfler. Alleen al vanwege de enerverende solo in de grijsgedraaide debuutsingle Sultans Of Swing verdient de man een plek in een lijst als deze, maar natuurlijk volgden er nog veel meer op de volgende albums van Dire Straits (denk aan songs als Lady Writer, Telegraph Road en Brothers In Arms). En Knopfler solo, natuurlijk, want albums als Local Hero (soundtrack, 1983) en Sailing To Philadelphia (2000) waren terecht grote successen. Veelzeggend is bovendien dat giganten als Bob Dylan, John Fogerty, Van Morrison, Steely Dan en Randy Newman allemaal de hulp van deze ware grootheid inschakelden. [DG]

16. Frank Zappa

Zo veelzijdig als de muzikale output van Frank Zappa was, zo veelzijdig was ook zijn gitaarspel. Of het nou gaat om vuige rock, jazz of modern klassiek: Zappa wist altijd zijn sound precies af te stemmen op datgene waar hij mee bezig was. Maar andersom was het ook zijn gitaarspel dat zijn muziek beïnvloedde: verschillende platen die hij maakte staan vol met nummers die vakkundig om geïmproviseerde livesolo’s van oudere tracks heen werden gebouwd. En dat Zappa van lange solo’s hield, dat was wel duidelijk. Een track als Watermelon In Easter Hay is bijvoorbeeld eigenlijk gewoon een 9 minuten lange gitaarsolo, maar wel eentje die dusdanig in elkaar zit dat hij constant blijft boeien. [SS]

15. Rory Gallagher

Zijn studioalbums verdienen het echt wel om gehoord te worden, maar de Ierse bluesrocker Rory Gallagher dankt zijn legendarische status (en zijn hoge plek in deze lijst) vooral aan zijn bijzonder energieke liveshows. Een mooi vroeg voorbeeld daarvan is te zien in de documentaire Message To Love over het beruchte Isle Of Wight Festival, waar Gallagher in 1970 met Taste speelde. Nadat die band werd opgeheven, verschenen de twee beste platen uit zijn carrière: de uiteraard live opgenomen lp’s Live In Europe (1972) en Irish Tour (1974). Van laatstgenoemde blijft A Million Miles Away ijzingwekkend mooi. [DG]

14. Randy Rhoads

Over de legendarische Randy Rhoads zei Ozzy Osbourne eens: “Vaak is het bij een gitarist alsof hij een verlenging van zijn penis is. Randy was een verlenging van zijn gitaar. Dat is een groot verschil”. Het blijft eeuwig zonde dat een van de allerbeste hardrockgitaristen op 19 maart 1982 op slechts 25-jarige leeftijd om het leven kwam bij een verschrikkelijke vliegtuigcrash. Maar het kleine oeuvre dat Randy achterliet, is natuurlijk onsterfelijk. Dankzij de wervelende riffs en solo’s in Ozzy-klassiekers als Mr. Crowley en Crazy Train werd hij een voorbeeld voor talloze hardrock- en metalgitaristen. Voor wie ‘m nog niet in huis heeft: de postuum uitgebrachte liveplaat Tribute (1987) laat de onvervangbare Rhoads op zijn best horen! [AM]

13. Tony Iommi

Iedere pessimist kan in Tony Iommi een goede levensles vinden. Want wat voor een gitarist eigenlijk de ergst mogelijke gebeurtenis zou moeten zijn, namelijk het verliezen van twee vingertopjes, bracht hem uiteindelijk wereldfaam. Iommi moest zich na een bedrijfsongeval in de metaalfabriek waar hij werkte een aparte speelstijl aanleren die later grotendeels voor het diepe en zware geluid van Black Sabbath verantwoordelijk bleek. Combineer dat met zijn gebruik van gain en feilloze gevoel voor beukende riffs, en het is duidelijk waarom deze man ‘the man who invented the heavy metal riff’ wordt genoemd. [SS]

12. Steve Vai

Al toen hij vroeg in zijn carrière deel uitmaakte van Frank Zappa’s band, werd Steve Vai door de meester ‘my little Italian virtuoso’ genoemd. Maar dankzij David Lee Roth, die hem later in de jaren tachtig onder de hoede nam voor zijn eerste twee soloabums, en een korte periode bij Whitesnake kwam Vai pas echt in de spotlights te staan. Toch is de extravagante virtuoos – ook meester in het trekken van gekke bekken – vooral bekend van zijn technisch briljante, maar niet voor iedereen even toegankelijke instrumentale solowerk. Het vernieuwende album Passion & Warfare (1990) bevat onder meer het ontzagwekkende For The Love Of God, een emotionele gitaarballad die vaak voorkomt in lijsten met de beste gitaarsolo’s aller tijden. [DG]

11. Joe Satriani

Metallica’s Kirk Hammett en de hierboven al besproken Steve Vai kregen ooit les van Joe Satriani, voordat de kunstenaar zelf ook doorbrak met zijn zeer invloedrijke instrumentale hardrockplaat Surfing With The Alien (1987). ‘Satch’ past schijnbaar met alle gemak de lastigste technieken toe en zijn composities zijn vaak net wat toegankelijker dan die van Vai. Naast uitstekende soloalbums als The Extremist (1992) en Strange Beautiful Music (2002) was Satriani korte tijd de vervanger van Ritchie Blackmore bij Deep Purple en speelt hij tegenwoordig ook in de ‘supergroep’ Chickenfoot. Voor de echte gitaarfreaks onder ons zijn er verder de ‘G3’-shows, waarbij het kale snarenwonder zijn krachten bundelt met twee andere virtuozen. Overigens is Satriani in onderstaand filmpje nog met een flinke bos haar te zien. [AM]