Voordat hij doorbrak met Black Sabbath maakte ‘riffmeister’ Tony Iommi héél even deel uit van een andere belangrijke Britse band: Jethro Tull. Deze unieke bezetting werd gefilmd voor The Rolling Stones’ Rock And Roll Circus. 

Het in december 1968 gefilmde maar pas veel later uitgebrachte Rock And Roll Circus had een bijzonder programma. Naast The Rolling Stones zelf traden onder meer The Who, Marianne Faithfull en een eenmalige supergroep onder de naam The Dirty Mac – bestaande uit John Lennon, Yoko Ono, Eric Clapton, Keith Richards en Mitch Mitchell – op. Opvallend was ook het optreden van Jethro Tull, hier te zien met de latere Black Sabbath-gitarist Tony Iommi.

Jethro Tull, dat toen nog duidelijke bluesinvloeden liet horen, had twee maanden eerder het debuutalbum This Was uitgebracht. De man die vooral verantwoordelijk was voor die bluessound, gitarist Mick Abrahams, vertrok om zijn eigen band Blodwyn Pig op te richten. Zanger/fluitist Ian Anderson en de andere overgebleven Jethro Tull-leden moesten op zoek naar een nieuwe gitarist. De keuze viel op Iommi, al was zijn tijd bij dit aparte gezelschap van korte duur.

“Ik werkte aan een aantal nieuwe nummers met Tony”, herinnert Anderson zich in een recent interview met Guitar International, “Het werd me duidelijk dat hij wel begreep waar ik heen wilde, maar ook dat de beperkingen die hij als gitarist had als gevolg van de verwonding aan zijn vingers, betekenden dat hij bepaalde dingen niet kon spelen. Hij had er gewoon de vingers niet voor.”

Iommi werd later vervangen door Martin Barre, maar de Black Sabbath-gitarist werd nog wel ingeschakeld voor het Rock And Roll Circus-optreden. Voor die gelegenheid werd A Song For Jeffrey van Jethro Tull’s debuutalbum gespeeld. Nou ja, gespeeld… “We hadden geen gitarist”, vertelt Anderson in hetzelfde interview, “We zeiden tegen Tony: ‘kun je even komen invallen? Je hoeft niet echt te spelen, je hoeft alleen maar te doen alsof’. Hij ging akkoord en kwam opdagen met zijn hoed over zijn gezicht getrokken, zodat niemand hem zou herkennen. Hij schaamde zich, omdat de gitaar dus niet ingeplugd was. Ik zong en speelde wel live, maar de rest was backing track. Dat was Tony’s enige publieke optreden met Jethro Tull, als een gitarist die deed alsof.”