In de zomer van 1994 verscheen het album After The Storm van de ‘supergroep’ Crosby, Stills & Nash (CSN). Het was het een-na-laatste album van de band; vijf jaar later verscheen de voorlopige zwanenzang Looking Forward, met Neil Young in de gelederen. Het is ook hun minst succesvolle studioalbum: After The Storm bereikte slechts plek 98 van de Billboard 200.

Het idee was om een album in de schappen te hebben om het debuut van de groep te vieren. Vijfentwintig jaar eerder lag het titelloze album CSN in de winkels. Vrijwel alle nummers van dit album waren van de hand van de bandleden; alleen het Beatles-nummer In My Life was van de hand van externen.

Dit nummer van Lennon/McCartney is, net als Blackbird, wel een schoolvoorbeeld van The Beatles meets CSN. Overigens ook het enige en meest overtuigende “close harmony” dat het drietal op het album laat horen – anders dan veel andere nummers van After The Storm komt In My Life dichtbij het succes uit de begintijd van deze supergroep.

Ondanks hun eigen nummers, telt het album After The Storm niet de kenmerkende harmonieuze zang van het trio. Het lijkt meer op een regulier popalbum met goed gitaarwerk en prima ondersteund hammondorgel; kippenvel als een kwart eeuw eerder leverde dit album zeker niet op.

En dat terwijl het album is opgenomen in onder meer Jackson Browne’s thuisstudio Groove Masters. En ondanks de productie van Glyn Johns, die onder meer de Eagles op weg hielp. Deze combinatie zorgde er dus niet voor dat After The Storm het gewenste succes had.

Enfin. Pas vijf jaar later kwamen de mannen weer in de studio, met Young aan hun zijde. Voor hun definitief laatste album. Maar dat is een ander verhaal, voor een ander moment.