De jaren tachtig waren, om het voorzichtig uit te drukken, niet de beste periode in de lange carrière van David Bowie – met het wanproduct Never Let Me Down  als tragisch dieptepunt. Zou onze excentrieke held zichzelf nog kunnen herpakken? Dat lukte niet echt met Black Tie White Noise, dat twintig jaar geleden het licht zag, maar er was wel een sprankje licht aan de duistere horizon.

Waar David Bowie in de jaren zeventig zowel commercieel als artistiek bijzonder succesvol was, daar wilde het in de jaren tachtig een stuk minder vlotten. Qua albumverkopen ging het nog wel en Let’s Dance uit 1983 was niet helemaal waardeloos, maar de recensies van zowel Tonight (1984) als Never Let Me Down (1987 waren vernietigend. En terecht, want killer, slapper en inspiratielozer dan op die langspelers klonk de Thin White Duke niet eerder. Na een uitstapje als onderdeel van het ook al niet bijstervolle hardrockcollectief Tin Machine kwam Bowie in 1993 met Black Tie White Noise, zijn achttiende soloplaat en de eerste in zes jaar. De terugkeer van Mick Ronson, met wie hij o.a. samenwerkte op het Ziggy Stardust-album, leek een positief signaal, maar als geheel is BTWN toch niet echt een hoogtepunt uit het oeuvre. Songs als het titelnummer, een duet met R&B-zanger Al B. Sure! (wie kent ‘m nog) en You’ve Been Around spreken wat dat betreft boekdelen: ze klinken gedateerd en blijven qua sound veel te dicht in de buurt van het klinische geluid van het jaren tachtig-spul.

De behoorlijk geinspireerd klinkende, met scheurende toeter opgeleukte single Jump They Say (over de zelfmoord van zijn halfbroer Terry) en de verrassend spannende Morrissey-cover I Know It’s Gonna Happen Someday zijn dan wel de beste Bowie-songs in lange tijd, maar het zijn spaarzame lichtpuntjes op deze langspeler, waarop David vooral duchtig naar het zoeken is naar zijn vorm van weleer. De recensies zijn wederom niet mals, hoewel minder negatief dan voor Never Let Me Down, maar het album bereikt wel ‘gewoon’ de eerste plaats van de Britse hitlijst – iets dat Bowie pas weer zal weten te flikken met het onlangs verschenen The Next Day. Pas vanaf de tweede helft van de jaren negentig weet hij weer te imponeren, met de behoorlijk experimentele albums 1.Outside, Earthling en ‘Hours…’ – een reeks platen waarmee David Bowie een punt zet achter een bijzonder matige artistieke periode in zijn carrière.