Op 5 oktober 1990 verschijnt Slaves And Masters van Deep Purple, het enige album van de band met zanger Joe Lynn Turner. En een plaat die op minstens zoveel haters als liefhebbers kan rekenen.

Toen Deep Purple in 1985 in de originele Mark II-bezetting terugkwam waren de fans dolblij. Het succesvolle album Perfect Strangers uit 1984 werd een wereldwijd commercieel succes. Met het teleurstellende The House Of Blue Light uit 1987 kwamen de onvermijdelijke haarscheurtjes in de relatie tussen zanger Ian Gillan en gitarist Ritchie Blackmore wederom aan de oppervlakte. Vervolgens werd Gillan in 1989 ontslagen en ondanks dat er een indrukwekkende lijst aan kandidaten voor de positie lekte, viel de keuze al snel op het Rainbow-maatje van Blackmore, Joe Lynn Turner. Deep Purple Mark V was een feit.

De titel van het album verwijst naar de bandrecorders in de studio, die masters en slaves genoemd worden. De productie van het album is net als bij de twee voorgangers van bassist Roger Glover. Slaves And Masters wordt in de pers niet goed ontvangen, zeg maar gerust, afgefakkeld. Achteraf gezien was dat wellicht wat gemakkelijk; als zichzelf respecterende recensent zul je het album van een van de meest succesvolle hardrockbands van de eeuw, waarvan de razend populaire zanger ontslagen is, geen vijf sterren geven. Al helemaal niet wanneer de nieuwe zanger in de pers roept dat ‘dit het laatste geweldige album van Deep Purple is.’

Het album klinkt niet echt als een Deep Purple-plaat, maar meer als een glad geproduceerd Rainbow-album, niet verwonderlijk met drie ex-Rainbow-leden in de bezetting. De productie is overigens geheel in de tijdsgeest van de AOR- en glamrock-producties van eind jaren ‘80. Het album opent geweldig met King Of Dreams en ook The Cut Runs Deep is helemaal geen verkeerd nummer. Fire In The Basement klinkt behoorlijk bluesy, wat Turner prima ligt. Het hele album swingt iets meer dan we van Deep Purple gewend zijn. De ballad Love Conquers All is bedroevend slecht en met Too Much Is Not Enough gebruikt de band een song die Turner nog op de plank had liggen.

Deep Purple-puristen stellen dat Slaves And Masters het slechtste Deep Purple-album ooit is, maar dat is appels met peren vergelijken. Luister je onbevooroordeeld, hoor je een aantal prima rocksongs, lekkere gitaarriffs en wervelend keyboardspel.