Hoewel het tweede Dire Straits-album de band vooral in Amerika op kritiek kwam te staan, is het inmiddels 35 jaar oude Communiqué achteraf gezien een prima opvolger van het succesvolle debuut.

Ook al leken vooral genres als disco en punk te domineren in de late jaren zeventig, het in 1978 verschenen debuutalbum van Dire Straits betekende direct de doorbraak voor de Britse formatie. Mede dankzij de single Sultans Of Swing en het magnifieke gitaarspel van de eerder als journalist en docent werkzame Mark Knopfler begon voor de band een glansrijke carrière die zeven jaar later een commercieel hoogtepunt bereikte met de hit-lp Brothers In Arms (1985).

Voor het zover was, moest Dire Straits na het succes van de eerste lp nog met een waardige opvolger zien te komen. Kort na de release van het debuut startten Knopfler en de zijnen met de opnames van een plaat die vaak gezien wordt als de minste van de vijf eerste studioalbums: Communiqué. Critici verweten de band dat de negen songs niet meer dan een herhaling waren van wat we al op de voorganger hoorden.

Hoewel zij zeker een punt hadden – de band speelde inderdaad op safe door meer van hetzelfde te bieden – waren de lauwe kritieken niet helemaal terecht. Communiqué bevat namelijk een aantal ijzersterke songs, waaronder het onheilspellende Where Do You Think You’re Going?, de uitstekende opener Once Upon A Time In The West en natuurlijk de single Lady Writer. Dat laatste nummer werd ondanks de catchy sound en een schitterende solo in de meeste landen geen hit van het formaat Sultans Of Swing, maar in Nederland bereikte het lied in ieder geval netjes de top twintig.

De derde lp Making Movies wordt doorgaans gezien als de betere plaat, maar ook Communiqué was een vrij groot commercieel succes. Toch gaf Knopfler later in een interview met Bill Flanagan toe dat hij er niet helemaal tevreden over was: “Er werden drie miljoen exemplaren van verkocht en in veel landen deed de plaat het beter dan de eerste. De kritiek op Communiqué kwam vooral vanuit Amerika. Maar dat gezegd hebbende, vind ik het nog steeds niet echt een goed album. Making Movies kwam dichterbij wat ik wilde doen.”