Weinig albums zorgen voor zoveel verdeeldheid onder Genesis-fans als Duke. Want moeten we de plaat uit 1980 nou als het laatste progalbum van de band beschouwen, of toch eerder als de eerste popplaat?

Wat ons betreft is het album eigenlijk een beetje van beide. Een soort hybride, zou je kunnen zeggen. Dat vindt overigens ook toetsenist Tony Banks, die het album zijn favoriete Genesisplaat noemt, juist omdat het een soort ‘best of both worlds’ is. Er staat genoeg op Duke dat nog herinnert aan het oude werk van de band en zich daar ook mee kan meten (Behind The Lines, Duke’s Travels) maar de elementen van het latere Genesis maken ook voor het eerst hun opwachting, zoals die uiteindelijk zo kenmerkend geworden drumcomputer van Phil Collins in Duchess.

Duke was er bijna niet geweest. Phil Collins verhuisde een jaar eerder namelijk naar Canada in de hoop daar de problematische relatie met zijn vrouw te redden. Hij informeerde Tony Banks en Mike Rutherford dat zij niet op hem hoefden te rekenen als ze weer de studio ingingen. Gelukkig besloot het tweetal nog geen drastische beslissingen te nemen en eerst eens een jaartje pauze in te lassen. De twee namen beiden een soloplaat op en toen het weer tijd was voor Genesis was Collins inmiddels teruggekeerd uit Canada. Zijn huwelijk was mislukt. En dat zou verstrekkende gevolgen hebben, die op Duke voor het eerst tot uiting komen.

De scheiding van zijn vrouw inspireerde Collins namelijk tot het schrijven en opnemen van een grote batch nummers, die later zijn solodebuut Face Value zouden vormen. Verschillende tracks werden echter al voorgesteld aan de band voor een eventuele plek op Duke. Collins zelf beweert dat hij zijn latere megahit In The Air Tonight ook beschikbaar had gesteld, maar Tony Banks ontkent dat (“Ik zou zo’n sterk nummer nooit hebben afgewezen”). Deze discussie duurt tot op de dag van vandaag voort en kwam vorig jaar nog langs in de documentaire Sum Of The Parts.

Oorspronkelijk zouden de nummers Behind The Lines, Duchess, Guide Vocal, Duke’s Travels en Duke’s End samen een lange suite vormen die een complete lp-kant zou beslaan. Uiteindelijk was de band bang dat een vergelijking met het legendarische Supper’s Ready op de loer lag (en slecht uit zou vallen) en werd besloten de songs op te splitsen. Op zich jammer, want wat ons betreft had het een heerlijk werk kunnen worden, al staan de nummers ook individueel van elkaar als een huis. Duke’s Travels is onze favoriet: de manier waarop dit nummer naar een climax toewerkt (met een tegelijkertijd wanhopig en agressief klinkende zangpartij) maakt het niet alleen een topper binnen het Phil Collins-tijdperk van Genesis, maar binnen het hele bandoeuvre…!