Het zijn misschien wel de meest bekende verzamelalbums ooit: The Beatles’ 1962-1966 en 1967-1970, beter bekend als ‘The Red Album’ en ‘The Blue Album’. Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat beide compilaties op de markt kwamen.

Beide platen geven duidelijk de tweedeling in het oeuvre van The Beatles aan. Het rode album (1962-1966) laat een band horen die het schrijven van goed in het gehoor liggende (radio)hits tot een kunst heeft verheven. De blauwe variant (1967-1970) bevat met het materiaal vanaf ruwweg Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band een veel experimentelere kant van The Beatles. Veel mensen zullen zo hun favoriete periode hebben, maar het valt niet te ontkennen dat juist de combinatie van beiden voor de legendarische status van The Beatles heeft gezorgd.

De hoes van het rode album roept meteen herinneringen op aan de debuutplaat Please Please Me. Toch is het niet dezelfde foto die op de cover prijkt, maar een ander kiekje uit dezelfde sessie. De foto op de blauwe variant was tot dan toe onbekend: The Beatles hadden in 1969 aan fotograaf Angus McBean gevraagd de legendarische foto van Please Please Me nogmaals te maken, voor het destijds geplande album Get Back. Die plaat verscheen later echter als Let It Be, met een complee andere hoes.

Beide compilaties werden samengesteld door Beatles-manager Allen Klein, opvolger van de in 1967 overleden Brian Epstein. Eén van de aanleidingen voor het uitbrengen van de albums was de bootlegcompilatie Alpha Omega, die in 1972 in de Verenigde Staten enig succes kon oogsten dankzij verkoop in een homeshopping-programma op televisie.  Overigens was er op Alpha Omega geen sprake van een tweedeling in periode: die compilatie bevatte simpelweg vier schijven met nummers in alfabetische (!) volgorde.