De klassieke bezetting van The Byrds kwam in 1972 weer bij elkaar voor de opnames van een laatste studioalbum. Het leverde een onevenwichtige, commercieel weinig succesvolle lp op die toch een aantal grandioze tracks bevatte. De plaat, simpelweg Byrds getiteld, verscheen op 7 maart 1973.

Op alle Byrds-platen na Sweetheart Of The Rodeo (1968) was Roger McGuinn het enige oorspronkelijke bandlid. Dat leverde prima platen als Ballad Of Easy Rider (1969) op, maar ook middelmatige, zoals Byrdmaniax en Farther Along. Inmiddels hadden oud-bandleden Chris Hillman en David Crosby commercieel succes met respectievelijk Manassas en Crosby, Stills, Nash (& Young). Ook de veel eerder vertrokken meestersongwriter Gene Clark had een eigen productieve carrière opgebouwd, maar dan zonder dergelijke verkoopresultaten.

McGuinn, Clark, Crosby, Hillman en drummer Michael Clarke doken voor het eerst sinds begin 1966 weer samen de studio in, met Crosby als producer. Het talent was in overvloed aanwezig: de samenzang was nog steeds betoverend en vier van de vijf Byrds (McGuinn, Clark, Crosby en Hillman) waren inmiddels gegroeid als liedschrijvers. Toch leverde alleen Clark echt geïnspireerde songs aan voor het album, en wilden de elf tracks op het uiteindelijke album maar geen mooi geheel vormen.

Opvallend is ook de afwezigheid van Bob Dylan-covers, waar de band zo om geprezen werd. In plaats daarvan nam The Byrds enkele songs van twee andere briljante singer-songwriters onder handen. Neil Young’s Cowgirl In The Sand en (See The Sky) About To Rain en een door Crosby gezongen versie van Joni Mitchell’s For Free behoren tot de fijnste momenten op de plaat.

Elders is het Gene Clark die imponeert met Full Circle (ook te vinden op zijn soloalbum Roadmaster, maar dan als ‘Full Circle Song’) en Changing Heart. Deze heerlijke songs gaven de band de ruimte weer ouderwets te schitteren in de magische close harmony. Minder indrukwekkend is Crosby’s weinig opmerkelijke Long Live The King en een overbodige heropname van zijn Laughing, dat eerder al op perfecte wijze werd opgenomen voor zijn soloklassieker If I Could Only Remember My Name… (1971). McGuinn’s Sweet Mary is alleraardigst maar zijn Born To Rock ‘N’ Roll voelt aan als een opvuller. Hillmans twee bijdragen Things Will Be Better en Borrowing Time klinken bovendien als overblijfsels van zijn werk met Manassas.

Kortom, er had meer gezeten in deze reünie. Voorbeelden van wat Byrds had kunnen worden, staan op Gene Clark’s Roadmaster en McGuinns solodebuut Roger McGuinn (1973), waarop wederom alle oorspronkelijke Byrds-leden te horen zijn. Het is dan ook niet vreemd dat Byrds in 1973 werd afgekraakt en de verkoop tegenviel. Gene Clark overleed in 1991, waardoor het vijftal jammer genoeg niet meer in staat is een écht waardig laatste album te maken.