Na een chaotische CSNY-stadiontour in 1974 gingen David Crosby en Graham Nash vrolijk verder als duo. De andere helft van het kwartet, Stephen Stills en Neil Young, besloot in 1976 hetzelfde te doen. Onder de naam The Stills-Young Band brachten zij precies veertig jaar geleden het album Long May You Run uit. Het project bleek echter een eenmalige exercitie voor de rivaliserende gitaristen…

De nieuwe samenwerking tussen Stills en Young kon ook bijna niet lang duren. Al toen ze beiden deel uitmaakten van sixtiesgroep Buffalo Springfield ging het er lang niet altijd gezellig aan toe en hun ego’s botsten nogmaals toen Neil in 1969 Crosby, Stills & Nash kwam versterken. Tegen het einde van de CSNY–reünietour in 1974 leek de Canadees wel klaar te zijn met de drie andere zangers. Van een nieuw album van het populaire viertal kwam weinig terecht en in plaats daarvan verscheen een tamelijk overbodige compilatie (So Far). Stills en Young vervolgden hun eigen carrières, Crosby en Nash sloegen de handen weer ineen – maar dan als duo.

Stephen Stills’ solocarrière begon in 1970 zo veelbelovend met een uitstekend debuut, gevolgd door het eveneens redelijk succesvolle Stephen Stills 2 (1971) en het eerste wapenfeit van zijn nieuwe band Manassas (1972), dat in Nederland zelfs op nummer 1 in de albumlijst stond (om vervolgens van die positie verstoten te worden door Harvest van… Neil Young!). De kwaliteit en verkoop van zijn platen namen halverwege de jaren zeventig echter af. En wie kon zijn carrière nu een betere boost geven dan Neil Young?

Dat moet ongeveer de gedachte van de Texaan geweest zijn, maar de hernieuwde samenwerking met de wispelturige Canadees pakte net wat anders uit. Het had overigens niet veel gescheeld of Long May You Run was een heuse CSNY-plaat geworden. De vier mannen verzamelden zich in een studio in Miami, maar toen Crosby en Nash even ergens anders moesten zijn voor opnames, werden hun zangpartijen zomaar gewist – uiteraard tot grote woede van het duo. Uiteindelijk lag het album in september 1976 onder de naam The Stills-Young Band in de winkel.

Long May You Run bleek in artistiek opzicht niet bepaald van dezelfde orde als het eerdere werk van Stills en Young bij Buffalo Springfield en CSNY. Daarvoor waren de twee songwriters in muzikaal opzicht wellicht te ver uit elkaar gegroeid. Er slopen steeds meer invloeden uit latin en jazz in het werk van Stills en zijn songs – bijvoorbeeld op een middelmatige lp als Illegal Stills (1976) – waren vaak minder toegankelijk dan op zijn eerste platen. Dat gold dus ook voor zijn vier bijdragen aan Long May You Run. Avontuurlijke composities als Black Coral en Guardian Angel waren verre van slecht, maar wel minder gedenkwaardig dan de schrijfsels van Young.

Niet dat de man op zijn allerbest presteerde. Sterker nog, Stills verweet Neil achteraf de fraaiste nummers achter te houden voor zijn volgende lp American Stars ’N Bars (1977). Maar ook als hij niet heel hard zijn best doet, weet Young kennelijk met iets aardigs te komen. Het zomerse Midnight On The Bay en de indringende rocksong Fontainebleau behoren wellicht tot zijn meest onderschatte werk. De titelsong, ook van zijn hand, deed als single vrij weinig, maar groeide toch uit tot een fanfavoriet, met aan het einde nog even een leuke tekstuele knipoog naar The Beach Boys.

De eerste regels van Long May You Run hadden ook op de band tussen Stills en Young kunnen slaan: ‘We’ve been through some things together, with trunks of memories still to come’. Het album bleek geen bijzonder groot succes en halverwege de tour haakte Neil af. Hij liet een ietwat lullig berichtje achter voor zijn collega: “Beste Stephen, grappig hoe sommige dingen die spontaan beginnen ook zo eindigen. Eat a peach, Neil.” Net als in de Buffalo Springfield-tijd werd Stills aan zijn lot overgelaten door de onvoorspelbare Canadees. Hoewel Crosby en Nash na het ‘Miami-incident’ hadden gezworen nooit meer met een van de heren samen te werken, besloten zij toch maar weer akkoord te gaan met een CSN-reünie. Maar het zou bijna tien jaar duren totdat de zangers weer met z’n vieren op het podium stonden.