1970 was een druk jaar voor Neil Young. Na zijn vertrek uit Buffalo Springfield in 1968 verschenen de eerste twee soloplaten van de Canadees. In 1970 verscheen zijn album After The Gold Rush, in hetzelfde kalenderjaar als Déjà Vu. Die lp was weer het debuut van het viermanschap Crosby, Stills, Nash & Young.

Het is misschien wel door deze drukte dat Young de tijd neemt om After The Gold Rush uit te brengen: een half jaar lang. Het is Youngs derde soloalbum en zijn tweede zonder begeleiding van zijn drie vocalisten of Crazy Horse. Wel prijkt de naam van ene Nils Lofgren tussen de bandleden op After The Gold Rush, op dat moment een 18-jarige student. Zijn naam zou later in andere verbanden opduiken.

Naar verluidt zou After The Gold Rush de inspiratiebron zijn voor de gelijknamige film van regisseurs Dean Stockwell en Herb Berman. Het titelnummer en het nummer Cripple Creek Ferry zouden zelfs speciaal voor de film zijn geschreven. Naar verluidt, want het script over de apocalyptische film is verloren gegaan.

Apocalyptisch of niet, ook op After The Gold Rush neemt de meestergitarist geen blad voor de mond. In Southern Man neemt Young de Ku Klux Klan op de hak. Het wordt tijd dat de bevolking verandering brengt in het racisme van de zuidelijke Staten. Lynyrd Skynyrd, de zuidelijke band, reageerde met Sweet home Alabama: ‘Well I heard mister Young sing about her, I heard ole’ Neil put her down, well I hope Neil Young will remember, a Southern man don’t need him around, anyhow’. Waarvan akte.

Een prima plaat, After The Gold Rush. Daar was niet elke muziekjournalist in 1970 gelijk van overtuigd. Een saai geheel, zo werd dit album genoemd. Maar dat was 1970; in retrospectief wordt After The Gold Rush tot één van Youngs beste albums gerekend.

Terecht.