Eric Clapton sloot zich in de jaren zestig aan bij de ene na de andere succesvolle rockband: van The Yardbirds tot Blind Faith. Aan het einde van het decennium besloot ‘God’, zoals zijn fans hem graag noemden, het eens solo te proberen – met het in augustus 1970 verschenen album Eric Clapton als resultaat.

Nog geen maand na de release van het eerste (en dus enige) album lag Blind Faith al weer uit elkaar. Bij concerten van de supergroep stond het gezelschap Delaney And Bonnie & Friends in het voorprogramma. Na de breuk toerde Clapton enige tijd met dat ensemble en het echtpaar Delaney en Bonnie Bramlett hielp hem ook bij het maken van zijn allereerste soloplaat, dat de werktitel Eric Sings had maar uiteindelijk simpelweg als Eric Clapton op de markt kwam.

Acht van de elf songs op de plaat waren geschreven met of door de Bramletts, inclusief de single Let It Rain. Dat was echter niet de grote hit van het album, want de zeer geslaagde JJ Cale-cover After Midnight bereikte de top veertig in zowel Amerika als Nederland. Voor de destijds nog onbekende Cale kwam dat natuurlijk behoorlijk goed uit. De singer-songwriter brak later in de jaren zeventig door en nam zijn eigen, slomere versie van After Midnight op voor zijn debuutplaat Naturally (1972). Clapton zou in 1977 nog een keer goed scoren met een J.J. Cale-compositie (Cocaine) en het is dan ook logisch dat hij vorig jaar met het album The Breeze: An Appreciation Of J.J. Cale een ode bracht aan de in 2013 overleden Amerikaan.

Terug naar 1970: het debuut van Clapton liet andere stijlen horen dan op de bluesrockplaten die hij met John Mayall & The Bluesbreakers, Cream en Blind Faith maakte. Mede dankzij de gospelachtige achtergrondzang van onder anderen Bonnie Bramlett en Rita Coolidge waren de songs meer popgeoriënteerd en werden ze minder opgevuld met de fraaie gitaarsolo’s die de fans inmiddels van ‘Slowhand’ gewend waren. Desondanks deed de lp het commercieel redelijk goed en stonden er met After Midnight en Let It Rain in ieder geval twee van Claptons beste songs op.

Overigens waren naast het echtpaar Bramlett en Rita Coolidge meer bekende namen aanwezig tijdens de opnames van dit prima album. Zo horen we Leon Russell op toetsen, de onlangs overleden Bobby Keys (bekend van zijn werk met The Rolling Stones) op saxofoon en Stephen Stills op gitaar in Let It Rain. Verder horen we op de lp nog toetsenist Bobby Whitlock, bassist Carl Radle en drummer Jim Gordon, die allen ook deel uitmaakten van Derek & The Dominos – dat enkele maanden later het legendarische dubbelalbum Layla And Other Assorted Love Songs uitbracht.

Sommige fans die Clapton zo waardeerden vanwege zijn spetterende solo’s waren destijds misschien teleurgesteld door de laid-back sound en het gebrek aan gitaargeweld op de plaat. Dat was wellicht even wennen, maar inmiddels weten we niet beter. Op zijn volgende soloalbum 461 Ocean Boulevard (1974) en veel van zijn latere langspelers kwam de focus nog wat meer op ’s mans zang- en schrijftalent te liggen, wat hem alleen maar meer commercieel succes bracht.