Het is deze maand 45 jaar geleden dat de eerste langspeler van de klassieke ‘Mark II’-bezetting van Deep Purple verscheen. Geen heavy rockplaat, zoals we later van de vijf heren gewend waren, maar een heuse, vooruitstrevende samensmelting van klassiek en rock – live opgenomen met orkest.

Het was niet voor het eerst dat Deep Purple experimenteerde met genres buiten de rock. Op de drie albums van de ‘Mark I’-lineup verwerkte toetsenist Jon Lord al klassieke invloeden in nummers als Anthem (op The Book Of Taliesyn) en het epos April (op de derde lp Deep Purple). Nadat zanger Rod Evans en bassist Nick Simper de band verlieten en vervangen werden door respectievelijk Ian Gillan en Roger Glover, debuteerde Deep Purple ‘Mark II’ met de geflopte single Hallelujah, waarna de hardrockpioniers zich op een bijzonder gewaagd project stortten: het door Lord gecomponeerde Concerto For Group And Orchestra.

Lord, die als klein jongetje klassieke muziek ontdekte dankzij zijn vader, zei ooit in een interview over deze fusie: “We deden het niet om hype te creëren, want het was een idee dat ik al vijf jaar eerder had. Maar we werden gelabeld als een klassiek/rock-band. We kregen er aandacht door op het moment dat we het nodig hadden, maar we verwachtten niet dat we afgeschilderd werden als ‘een groep die met een orkest speelt’.”

Voor de toetsenist ging een droom in vervulling toen zijn Concerto in september 1969 live uitgevoerd werd in The Royal Albert Hall met The Royal Philharmonic Orchestra, maar de rest van de band was minder enthousiast. Zo vertelde drummer Ian Paice me eerder dit jaar: “Ik kan niet zeggen dat we echt verheugd waren, want het zou uiteraard heel lastig worden en vele uren kosten om het stuk te leren, terwijl we nog steeds toerden. Maar het was iets waar Jon in geloofde en dus deden we ons best om zijn visie realiteit te laten worden.”

Concerto For Group And Orchestra bestond uit drie ‘movements’ – waarvan alleen het tweede deel Andante zang van Ian Gillan bevat – en werd in december uitgebracht op lp. Die plaat was redelijk succesvol in Engeland, maar kwam de band ook op wisselende reacties te staan. Feit is wel dat Lord en Deep Purple hiermee voorlopers waren van de combinatie van rock en klassiek die acts als Metallica (met S&M) veel later op de wereld loslieten.

Natuurlijk bleef Deep Purple niet alleen dit soort albums maken. In 1970 maakt de band een knaller van een plaat met Deep Purple In Rock en de rest is hardrockgeschiedenis. In datzelfde jaar raakte Lord zijn score voor Concerto For Group And Orchestra kwijt. Pas dertig jaar na de originele uitvoering werd de (opnieuw uitgeschreven) compositie weer uitgevoerd. Opnieuw in de Royal Albert Hall, maar dan met The London Symphony Orchestra en inmiddels met Steve Morse als vervanger van Ritchie Blackmore. Voor zijn overlijden in juli 2012 werkte Lord aan een nieuwe versie van zijn Concerto, waarvoor beroemde gasten als Joe Bonamassa en Bruce Dickinson kwamen opdraven. Die studio-uitvoering verscheen postuum in oktober dat jaar.

Eerder dit jaar werd Lord geëerd met een concert in – wederom – de Royal Albert Hall. Tijdens die emotionele avond, waarbij onder meer het huidige Deep Purple, Paul Weller en Glenn Hughes optraden, stonden de beide kanten van de uitzonderlijk getalenteerde toetsenist centraal: de rocker en de componist. Voor Lord was de ene passie niet zozeer belangrijker dan de andere, zo vertelde Ian Paice in het eerder genoemde interview: “Hij gaf de dingen die hij deed nooit namen. Voor hem was het gewoon muziek. Verschillende genres, dat wel, maar gewoon muziek.”