Een jaar nadat David Crosby, Stephen Stills en Graham Nash elkaar tegenkwamen op een verjaardag van een gezamenlijke vriend, verscheen het debuutalbum van deze supergroep. Ze noemden zich eenvoudigweg Crosby, Stills & Nash, en ze vormden met hun harmonieuze zang het Amerikaanse antwoord op The Beatles.

Crosby, Stills en Nash waren voor hun samenwerking als CSN al gerespecteerde muzikanten. Crosby was eerder lid geweest van The Byrds, Stills was gitarist/zanger bij Buffalo Springfield en Nash nam gitaar en zang voor zijn rekening bij The Hollies. Tijdens een feestje bij Cass Elliot (The Mamas And The Papas), wilde Nash met Stills a capella een nieuw liedje zingen, aangevuld met Crosby. De zangers kregen vrijwel terstond de mogelijkheid aangeboden om een album op te maken.

Hetgeen geschiedde en resulteerde in het titelloze debuutalbum. De nummers werden door de drie mannen geschreven en gezongen, uiteraard. Stills was voor dit album de meest muzikale artiest: op de drums na (gespeeld door Dallas Taylor), speelde hij alle instrumenten. Soms aangevuld door gitaarwerk van zijn collega’s.

De verschillende songwriters lieten hun voorkeuren blijken in hun eigen songs. Stills was verantwoordelijk voor poëtische meesterstukken zoals Suite: Judy Blue Eyes, voor de politiek getinte rocksongs tekende Crosby (bijvoorbeeld met Long Time Gone) en Nash zorgde voor de optimistische hippiedeuntjes (luister Marrakesh Express).

De prima songteksten, de prima muziek en de al genoemde groepszang zorgden voor een groeiende populariteit, waarbij CSN werd vergeleken met onder meer The Band. Toen twee jaar na dit debuut ook nog de Canadees Neil Young zich bij deze supergroep voegde, was de harmonie compleet.

Met dit album was americana een definitieve muziekvorm geworden.