The Soft Parade, het vierde studioalbum van The Doors, komt uit op een punt waarop frontman Jim Morrison eigenlijk geen toekomst meer voor zichzelf ziet in de muziek. Hij heeft genoeg van poseren voor foto’s en het leven als rockster. Hij wil zich op – in zijn ogen – belangrijkere dingen storten: zijn poëzie. De andere leden van band halen hem over om zijn carrière als zanger toch nog een kans te geven. Maar een ander probleem doemt op: Morrisons alter ego, Jimbo, neemt bezit van de excentrieke poëet.

The Doors wordt begin 1969, het releasejaar van The Soft Parade, gezien als het Amerikaanse antwoord op The Rolling Stones. Gitarist Robby Krieger, toetsenist Ray Manzarek, drummer John Densmore en Morrison zijn erg succesvol en worden in steeds grotere en vollere arena’s geboekt. Tegelijkertijd vult Morrison zijn lichaam met steeds grotere hoeveelheden alcohol. De bedwelmde, extreme kant van de zanger – die zijn bandleden Jimbo besluiten te noemen – duikt regelmatig op en zorgt voor irritaties bij zijn collega’s. Morrison wordt onhandelbaar en komt vaak te laat en onder invloed opdagen voor shows en opnames.

De mentale – en soms ook fysieke – afwezigheid van Morrison is hoorbaar in de nummers op het album. Hoewel een van The Doors’ succesvolste nummers, Touch Me, op de plaat te vinden is, krijgt de band veel kritiek te verduren. ‘Het klinkt als alles wat ze, heel verstandig, van hun eerdere albums af hebben gelaten. De zwakke punten kunnen niet worden toegeschreven aan het experimenteren, omdat, ondanks de toevoeging van strijkers en hoorns, het gewoon hetzelfde is. Hetzelfde, maar slechter’, schrijft Alex Dubro van Rolling Stone over het album. Hij zet een punt onder zijn kritiek door te stellen: ‘Ik beveel The Soft Parade aan voor mensen die net als Dunbar uit Catch-22 zich graag doodvervelen zodat de tijd langzamer lijkt te gaan. Zo niet, doe geen moeite.’ Een recensie van Allmusic belicht, ondanks de zwakke punten, de ondergewaardeerde juweeltjes op de plaat. Touch Me, Wild Child en Shaman’s Blues worden geprezen. Het lange titelnummer wordt de bands succesvolste menging van poëzie en rock genoemd.

Na The Soft Parade keert de band terug naar zijn roots: de blues. In 1970 komt het goed ontvangen Morrison Hotel uit. Morrison herpakt zich echter niet en sterft anderhalf jaar later aan zijn excessieve levensstijl.