Het is 12 november 1968 als het eerste soloalbum van Neil Young verschijnt. In de drie jaar die aan dit album vooraf gingen, werkte de Canadese rocker met Stephen Stills samen in Buffalo Springfield. Dat was een redelijk succesvol bandje, maar het succes werd niet gelijk overgenomen op Youngs solodebuut.

De samenwerking tussen de bandleden van Buffalo Springfield verliep niet geheel vlekkeloos. De band bestond slechts drie jaar, maar in die korte periode verliet zanger/gitarist Neil Young tot tweemaal toe de formatie. Met name de relatie met Stills was verre van vlekkeloos: de twee mannen hadden voortdurend ruzie.

Toen Buffalo Springfield in de zomer van 1967 op het Monterey Pop Festival speelde, werd hij vervangen door gitarist David Crosby, die zelf weer onenigheid met zijn band The Byrds. Geen van hen wist nog dat ze gedrieën deel zouden gaan uitmaken van een gelegenheidsformatie die muzikaal zeker niet onderdoet voor bijvoorbeeld The Beatles.

De terugkeer van Young in Buffalo Springfield was ook maar van korte duur. Nog geen jaar later verliet de onvoorspelbare gitarist de band definitief. En dat leidde het einde in van de band. Voor Young reden genoeg om zich te concentreren op een solocarrière, los van collega’s die ook een mening hadden.

De enige direct betrokkene uit de Buffalo Springfield-periode was Jack Nitzsche, met wie Young het nummer Expecting To Fly had geschreven. Veel effect had zijn invloed op de Canadees niet, want het solodebuut van Young deed weinig. Behalve dan misschien de single The Loner; over wie anders dan Young zelf kan dit liedje gaan?

Misschien dat het album vanwege het weinige succes het beste kan worden opgevat als een tussenpaus: na het succesvollere Everybody Knows This is Nowhere (met Crazy Horse als begeleidingsgroep) sloot Young zich aan bij zijn oude maatjes Crosby, Stills en Graham Nash. De rest is geschiedenis.